Dossier

Overhoop met de fiscus

27 januari 2021
Overhoop met de fiscus

In onze jaarlijkse Belastinggids helpen wij je om je belastingaangifte correct in te vullen en daarbij het onderste uit de kan halen qua aftrekken en besparingen. Hier gaan we na wat er gebeurt als je overhoop dreigt te liggen met de fiscus.

De controle

Hoe ver de fiscus mag gaan bij de controle van je aangifte en de bewijsmiddelen die hij daarbij mag aanvoeren.

1. Hoeveel tijd heeft de fiscus om je aangifte te controleren?

De fiscus mag je aangifte niet tot in het oneindige controleren. Maar de controletermijn loopt dikwijls wel langer dan de termijn waarbinnen hij je aanslag kan vestigen:

  • Normaliter heeft de fiscus 3 jaar de tijd na het jaar waarin je de inkomsten hebt verkregen, om je te controleren. Dat is evenveel als de normale aanslagtermijn bij een aangifte die niet volgens de regels of onvolledig werd ingediend. De fiscus kan je aangifte voor het inkomstenjaar 2020 dus tot eind 2023 onder de loep nemen. En in 2021 mag hij niet alleen de aangifte controleren die je hebt ingediend voor de inkomsten van 2020, maar ook die voor de inkomsten van 2019 en van 2018.
  • Als je in die periode een bezwaar indient, wordt de termijn verlengd met de tijd van de bezwaarprocedure, maar nooit met meer dan 6 maanden.
  • In geval van fraude is er een uitzonderlijke controletermijn: de fiscus krijgt 4 jaar méér tijd om uw aangifte te controleren, en komt zo aan 7 jaar in totaal. Als hij aanwijzingen heeft van belastingontduiking via juridische constructies in belastingparadijzen, heeft hij zelfs 10 jaar de tijd. Hij moet je in beide gevallen wel op voorhand laten weten op welke elementen hij zich baseert om je van fraude te beschuldigen.
  • Wanneer de fiscus om een andere reden dan een bezwaarschrift of fraude over een langere termijn beschikt om je belasting te vestigen, heeft hij geen extra tijd voor een controleopdracht.
2. Wie moet wat bewijzen in geval van betwisting?

De fiscus moet bewijzen wat belastbaar is

Het feit dat je zelf het initiatief moet nemen om je belastbare inkomsten aan te geven vergemakkelijkt de taak van de fiscus om het bestaan van je belastbare inkomsten te bewijzen natuurlijk enorm. Heb je dat volgens de regels gedaan, dan is het aan de fiscus om te bewijzen dat de inkomsten die je hebt aangegeven, niet correct zijn; het is niet aan jou om te bewijzen dat wat je hebt aangegeven, correct is.

Er is één uitzondering op die regel: wanneer de fiscus je aan een zogenoemde aanslag van ambtswege onderwerpt, is het niet aan hem, maar aan jou om het precieze bedrag van je belastbare inkomsten te bewijzen.

Om het bewijs te leveren mag de fiscus gebruik maken van alle klassieke bewijsmiddelen: geschreven documenten, attesten, getuigenissen. Bovendien geeft de wet hem nog extra middelen om aan inlichtingen te geraken: tijdens de controletermijn mag hij bepaalde inlichtingen van jou eisen en hij mag ook informatie gebruiken die hij via derden over jou te weten is gekomen. Tot slot beschikt hij soms alleen onrechtstreeks over een bewijs omdat hij een bepaald vermoeden koestert: sommige vermoedens zijn uitdrukkelijk door de wetgever ingesteld (de zogenoemde tekens en indiciën, en de methode van de vergelijking met andere belastingplichtigen), andere niet (men spreekt van "feitelijke vermoedens").

Jij moet alleen bewijzen wat aftrekbaar is

De fiscus mag je daarentegen vragen om het bewijs te leveren van het bestaan en het bedrag van de beroepskosten die je inbrengt, de onderhoudsuitkeringen die je aangeeft, de giften, de opvangkosten voor de kinderen, de levensverzekeringspremies, de intresten van uw hypotheeklening … Anders gezegd, al wat tot een verlaging van je belasting leidt, moet je kunnen aantonen. Soms houdt dat niets in, want sommige instellingen zijn verplicht om je een fiscaal attest te geven, bv. de bank voor je hypotheeklening, de verzekeringsmaatschappij voor je levensverzekering, de crèche voor de opvangkosten van de kinderen ...

3. Voor welke inlichtingen mag de fiscus bij jou aankloppen?
  • In de eerste plaats ben je verplicht om je inkomsten aan te geven. Als zelfstandige moet je bovendien een bewijskrachtige boekhouding voeren die je aangifte staaft.
  • Verder moet je de controleur een antwoord geven als hij je een "Vraag om inlichtingen" stuurt. Je moet hem op zijn verzoek ook alle documenten bezorgen die nodig zijn om je belastbare inkomsten te kunnen bepalen en je eventuele boekhouding voorleggen. Je bent niet verplicht om je hele boekhouding door te sturen, je mag vragen dat hij de stukken bij jou ter plaatse komt inzien.
  • De "Vraag om inlichtingen" moet voldoende duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Je moet er ook in terugvinden welke de mogelijke gevolgen zijn als je niet, niet voldoende of niet tijdig antwoordt. De fiscus mag je geen onnodige vragen stellen en ook geen vragen waarop hij het antwoord reeds kent of waarop hij het antwoord makkelijk in je documenten kan terugvinden. De vragen mogen niet buitensporig zijn: ze mogen van jou niet dermate veel opzoekingswerk vergen dat je daardoor veel tijd zou verliezen en/of veel kosten zou moeten maken.
  • Je hebt één maand om te antwoorden. Als je niet reageert, riskeer je dat hij je "van ambtswege" belast, zoals men zegt, en een belastingboete oplegt.
    Let op! Controleurs die een belastingplichtige willen belasten op grond van zogenoemde "tekens en indiciën", durven soms wel eens algemene inlichtingen vragen bedoeld om de uitgaven en levenswijze van de betrokkene beter te kunnen inschatten. Maar in zo'n geval is het aan de controleur zelf om de elementen te zoeken en te bewijzen waarmee hij in de aanslag rekening wil houden. Daarom heb je het recht om dergelijke algemene inlichtingen te weigeren.
  • Daarnaast mag de controleur bij je langskomen als je je woning (ten dele) voor je beroep gebruikt, mits hij over een machtiging van de politierechter beschikt. Hij mag dat tussen 5 en 21 uur doen. Doorgaans verwittigt hij eerst en maakt een afspraak, maar een onverwacht bezoek is niet uitgesloten. Hij mag dan bv. meten hoeveel de oppervlakte van je "werkruimte" uitmaakt in verhouding tot je hele woning, of nagaan of het klopt dat die ruimte alleen voor beroepsdoeleinden dient als je dat zo hebt aangegeven. Het Grondwettelijk Hof heeft op 12/10/2017 beslist dat het feit dat de fiscus zich toegang mag verschaffen tot je beroepslokalen, niet betekent dat hij je bureaukasten en je safes mag openen zonder eerst je toestemming te vragen. Hij mag evenmin zonder je akkoord snuffelen in je computerbestanden of bestanden kopiëren.
4. Mag de fiscus zo maar derden aanspreken om inlichtingen over jou te verkrijgen?

Neen, zo gemakkelijk gaat dat niet.

  1. Hij mag gebruik maken van gegevens die toevallig aan het licht zijn gekomen bij een onderzoek naar de fiscale situatie van een derde en die wijzen op een aantal onregelmatigheden in jouw dossier.
  2. Daarnaast mag hij op eigen initiatief inlichtingen over jou inwinnen bij sommige derden. Zo mag hij bij de autokeuring het attest opvragen dat bij je laatste keuring werd opgemaakt (om de kilometerstand van je auto te kennen), je werkgever vragen met welk vervoermiddel je naar het werk komt, en bij de NMBS vragen hoe vaak je een treinabonnement hebt gehad. Maar dat recht is niet onbeperkt: er is immers ook nog zoiets als het beroepsgeheim (o.m. artsen, advocaten en notarissen kunnen zich daarop beroepen) en het bankgeheim. 
5. In welke mate beschermt het beroepsgeheim van derden jou tegenover de fiscus?

Wanneer de derde tot wie de fiscus zich wil wenden, door een beroepsgeheim gebonden is, bv. artsen, advocaten en notarissen, moet de fiscus aan de instantie die het disciplinaire toezicht over het beroep uitoefent, vragen of de inlichtingen die hij over jou wil, al dan niet onder het beroepsgeheim vallen.

Gelukkig wordt die procedure maar heel zelden toegepast. Je kunt dus, zonder al te veel risico's, een advocaat in vertrouwen nemen, die overigens een heel strikte deontologie moet naleven.

6. Ben je beschermd door het bankgeheim tegenover de fiscus?

Van een strikt bankgeheim is al lang geen sprake meer. Toch moet de fiscus zich nog aan bepaalde regels houden.

Vragen na je aangifte

De fiscus mag sinds 1/7/2011 bepaalde financiële gegevens over jou opvragen wanneer hij de aangifte controleert die je voor de personenbelasting hebt ingediend en hij daarbij merkt dat er iets niet pluis is en denkt dat hij je een bijkomende belasting zal kunnen opleggen. Dat zal meer bepaald het geval zijn als:

  • er aanwijzingen zijn dat je belasting ontduikt, bv. omdat je valse facturen hebt gebruikt, een buitenlandse bankrekening bezit maar dat niet in je aangifte hebt vermeld, belastingvoordelen hebt gevraagd voor werken die niet zijn uitgevoerd, in het zwart hebt gewerkt ... Goed om te weten: als je je aangifte te laat indient, een te grote aftrek vraagt volgens de limiet die van toepassing is, een fout maakt in de aangifte van je gezinslasten of een pure schrijffout maakt, volstaat dat op zich niet om van een aanwijzing van belastingontduiking te spreken. Net evenmin als wanneer er over een bepaalde zaak juridisch diverse interpretaties mogelijk zijn;
  • hij van plan is om de zogenoemde aanslag op basis van tekenen en indiciën toe te passen omdat je volgens hem op grotere voet leeft dan wat je kunt verantwoorden met de inkomsten die je hebt aangegeven.

    De controleur moet je dan wel de kans geven om de gevraagde gegevens alsnog zelf te overhandigen. Daarom zul je eerst een schriftelijke "Vvraag om inlichtingen" krijgen en je hebt dan één maand om te reageren. Pas als dat niets oplevert – omdat je niet antwoordt, een onvolledig antwoord geeft of de gegevens verborgen houdt – mag de controleur, mits hij over de goedkeuring beschikt van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelasting, een tandje bijsteken en mag hij de bank(en) in kwestie rechtstreeks aanspreken om bv. een afschrift te krijgen van je rekeningen.

    Indien de fiscus niet weet bij welke bank(en) je cliënt bent, mag hij, zonder dat hij je daarvan op de hoogte moet brengen, die info opvragen bij het Centrale Aanspreekpunt. Dat is een databan die door de Nationale Bank van België wordt beheerd. Tegen 2022 zal het CAP hem niet alleen jouw identiteit en je rekeningnummers kunnen bezorgen, maar ook het saldo op je rekeningen. Voorlopig zullen de gegevens van het CAP dus niet volstaan om zicht te hebben op de verrichtingen die op je rekeningen zijn uitgevoerd. Daarom moet hij zich vervolgens opnieuw eerst tot jou wenden met een "Vraag om inlichtingen". En slechts als je dan niet meewerkt, mag hij rechtstreeks bij die banken aankloppen.

    Wanneer een bankenonderzoek wordt uitgevoerd, zul je daar meteen per aangetekend schrijven van op de hoogte worden gebracht, met vermelding van de aanwijzingen van belastingontduiking waarop het onderzoek is gebaseerd, of pas na 30 dagen als het gevaar bestaat dat je jezelf insolvabel maakt om aan de belasting te ontsnappen.

Op vraag van een buitenlandse fiscus

De fiscus heeft sinds ook de mogelijkheid om je bankgegevens op te vragen wanneer een buitenlandse collega hem vraagt om bankinlichtingen over jou te verzamelen omdat hij een onregelmatigheid heeft opgemerkt. Zo'n verzoek wordt gelijkgesteld met een "aanwijzing van belastingontduiking", zelfs zonder dat de buitenlandse fiscus concrete bewijzen hoeft te leveren van mogelijke belastingontduiking. Een belangrijke voorwaarde is dat het andere land ook in de mogelijkheid verkeert om bankinlichtingen te verstrekken aan ons land, wat in de nabije toekomst meestal het geval zal zijn.
In dat geval mag de Belgische fiscus zich rechtstreeks tot je bank wenden, zonder eerst bij jou aan te kloppen en ook zonder je er schriftelijk van te verwittigen dat er een bankenonderzoek is gestart.

Vragen bij je bezwaarschrift

Wanneer je een bezwaarschrift indient, wordt het bankgeheim automatisch opgeheven. De fiscus mag evenwel niet je volledige financiële info opvragen, hij moet zich beperken tot de grieven die je in je bezwaarschrift hebt geuit. Bovendien moet hij de aard van de vereiste inlichtingen voldoende omschrijven. Ook moet hij de vraag binnen redelijke perken houden: hij mag van de bank geen opzoekingen vereisen die overdreven lang of onmogelijk zijn. Hij mag zich tot slot alleen wenden tot de bank die volgens hem nuttige info kan verschaffen. Hij mag de vraag om inlichtingen dus niet zomaar richten aan alle bankinstellingen waarmee je ooit in aanraking zou kunnen zijn gekomen.

Soms houdt het bankgeheim stand

Welke financiële instellingen kunnen zich in bepaalde omstandigheden achter het bankgeheim verschuilen om te weigeren de gegevens van hun cliënten zomaar vrij te geven aan de fiscus?

  • Het gaat in de eerste plaats uiteraard om zowel banken als kredietinstellingen en ondernemingen die zich met wisselverrichtingen inlaten.
  • Ook de instellingen die elektronisch geld of kredietkaarten uitgeven (Visa enz.) behoren daartoe.
  • Verzekeringsmaatschappijen daarentegen vallen uit de boot, zelfs als je bij hen geld belegt. Er is dus geen bankgeheim dat de fiscus kan tegenhouden om bij hen in bepaalde omstandigheden financiële info op te vragen.
  • Voor Banksys Wordline, die als systeembeheerder van financiële transacties van de bank over een schat aan geregistreerde informatie beschikt maar in se geen financiële instelling is, is nog altijd niet duidelijk of die instantie al dan niet het bankgeheim kan inroepen. De rechtspraak is daar niet eensgezind over, ook al oordeelde het hof van beroep van Brussel dat het bankgeheim wel degelijk ook voor Banksys Wordline geldt (15/10/2010 en 14/10/2011).
  • Ook over leasingmaatschappijen is lange tijd discussie geweest. Maar volgens het Hof van Cassatie moeten die terdege als financiële instellingen worden beschouwd en is het bankgeheim dus van toepassing (15/10/2009). Maar dat geldt alleen voor de relatie tussen de leasingmaatschappij en de leasingnemer (de werkgever). Het hof is daarentegen van oordeel dat het bankgeheim niet kan worden ingeroepen wanneer de werknemer op het einde van de leasetermijn de leaseauto koopt, omdat het daar om een transactie gaat tussen de leasingmaatschappij en een derde overnemer. En het is precies die transactie die de fiscus interesseert: aangezien de verkoopprijs vaak onder de marktwaarde ligt, beschouwt hij dat als een belastbaar voordeel van alle aard en wil hij de werknemer belasten op het verschil tussen de marktprijs en de betaalde prijs.
7. Wat betekent het wanneer de fiscus gebruik maakt van de methode van "tekens en indiciën"?

De methode van "tekens en indiciën" is een zogenoemd wettelijk vermoeden: de wetgever heeft uitdrukkelijk gesteld dat de fiscus er gebruik van mag maken. Die methode wordt steeds vaker gebruikt.

Wat houdt die methode in?

De wetgever geeft de fiscus het recht om ervan uit te gaan dat je al je uitgaven bij middel van je belastbare inkomsten hebt gedaan tenzij je het tegendeel kunt bewijzen. Hij hoeft daarvoor niet eerst te bewijzen dat je een onjuist bedrag hebt aangegeven, of dat er iets niet pluis is in je boekhouding als je een zelfstandige bent.

Wanneer je de uitgaven niet kunt verantwoorden waarmee de fiscus rekening houdt, zal hij ervan uitgaan dat je ze hebt betaald met inkomsten die je niet hebt aangegeven, en die zal hij meteen aan je belastbare basis toevoegen.

Welke zijn mogelijke tekens en indiciën?

  • Mogelijke tekens en indiciën zijn de aankoop van een stuk grond, een huis of een auto, een reis die je hebt gemaakt, verbouwingen aan je woning enz., maar ook de toename van het bedrag op je bankrekening, het bedrag vermeld op een document uitgaande van een buitenlandse bank en waarop de douane beslag heeft gelegd, de betaling van je belasting, je huur ..., kortom, alle elementen die wijzen op een levensstijl die niet overeenstemt met de inkomsten die je aangeeft.
    Hou er rekening mee dat de fiscus makkelijk op de hoogte is van o.a. de aankoop van een onroerend goed, de inschrijving van een auto, stedenbouwkundige vergunningen.
  • De fiscus mag zich alleen baseren op elementen die voldoende zeker zijn. Zo werd geoordeeld dat de elementen waarover de fiscus in het fameuze dossier-KB-Lux van 2011 beschikte om de spaarders te belasten, onvoldoende zeker waren, waardoor ze geen aanleiding konden geven tot een aanslag. De fiscus mag evenmin een vermoeden op een ander vermoeden baseren.
  • Voor uitgaven waarvan de fiscus het bestaan bewezen acht maar waarvan hij het precieze bedrag niet kent, mag hij niet zomaar een forfaitair bedrag vooropstellen. Hij moet ze een voor een detailleren, en het bedrag verantwoorden dat hij vooropstelt. Anders kun je je daar niet tegen reageren. Dat geldt bv. voor de kosten voor het levensonderhoud en het huishouden (verzorging, kleren, eten,...). Zo hebben de hoven van beroep van Brussel, Antwerpen en Gent de forfaitaire raming voor die kosten reeds afgewezen, en dat hoewel de fiscus voor elke post een afzonderlijke raming had gemaakt. Anderzijds heeft datzelfde hof van beroep van Brussel alsook dat van Luik reeds geoordeeld dat de fiscus zich mocht baseren op de forfaitaire ramingen waarvan de OCMW's in bepaalde gevallen moeten uitgaan.

Hoe kun je je verdedigen?

 Je kunt op tal van manieren het tegenbewijs leveren, maar je bewijsmiddelen moeten kunnen worden gecontroleerd.

  • Toon aan dat de elementen die de controleur aanhaalt, niet juist zijn (je hebt de uitgaven in kwestie bv. nooit gedaan).
  • Bewijs dat je niet-belastbare inkomsten had om de uitgaven te doen (je hebt het appartement bv. gekocht met een hypotheeklening of dankzij een gift van hand tot hand van je ouders, of door goudstaven te verkopen die je bezat).
  • Wijs op de financiële middelen waarover je vóór de gecontroleerde jaren al beschikte (de nieuwe auto van € 25 000 heb je bv. contant kunnen betalen omdat je spaargeld had dat al jaren op een spaarrekening stond of omdat je aandelen hebt verkocht die je een paar jaar geleden had gekocht).
    Let op! Over het algemeen slikt de fiscus niet het argument dat je je geld gewoon in een wollen sok of in een safe bewaart. Het volstaat ook niet te beweren dat je iets van je ouders hebt gekregen … Als je ter rechtvaardiging erop wijst dat iemand je geld heeft geschonken of geleend, hou er dan rekening mee dat de fiscus zich tot die persoon in kwestie kan wenden en die kan belasten op basis van tekenen en indiciën met als verwijzing de som geld die aan jou ter beschikking werd gesteld.
  • Bewaar zorgvuldig de bewijsstukken van al je inkomsten: schenking, nalatenschap, terugbetaling, rekeningafschriften, borderellen van aan- en verkoop van effecten enz.
    Wanneer je als enig bewijs aan de fiscus een borderel voorlegt i.v.m. de verkoop van aandelen, obligaties, goud of andere financiële instrumenten die dateren van na 1/1/1991, moet het op naam zijn. Anders zijn bijkomende bewijsmiddelen vereist ter bevestiging van het anonieme borderel (rekeningafschriften e.d.).
  • Daar de fiscus de bankrekening mag controleren die je beroepshalve gebruikt, open je beter een afzonderlijke rekening voor privé-verrichtingen. 
8. Wat betekent het wanneer de fiscus gebruikt maakt van de methode van "vergelijking met andere belastingplichtigen"?

De methode van "vergelijking met andere belastingplichtigen" is een zogenoemd wettelijk vermoeden: de wetgever heeft uitdrukkelijk gesteld dat de fiscus er gebruik van mag maken.

Wat houdt die methode in?

De wetgever geeft de fiscus het recht om wanneer de aangifte en/of de boekhouding van een zelfstandige niet correct blijkt te zijn, de winsten of baten te ramen op grond van een vergelijking met drie belastingplichtigen van wie de bedrijfssituatie gelijkt op die van de betrokkene.

Voorkom zo veel mogelijk dat het zo ver komt. Zorg daarom voor een eenvoudige, maar bewijskrachtige boekhouding. Maak nauwkeurige facturen op, vermeld duidelijk de toegestane kortingen, voeg aan je kasbonnetjes de genummerde leveringsbons toe, hou een voldoende gedetailleerd dagontvangstenboek bij enz. Zo kun je voorkomen op een hoger bedrag te worden belast dan wat je werkelijk hebt verdiend... want zo ver kan de "fiscale logica" anders inderdaad leiden.

Hoe kun je je verdedigen?

Je hebt niet veel speelruimte als de fiscus dat wettelijke vermoeden op je toepast. Neem dan ook maar beter een belastingexpert in de arm. Niettemin een aantal tips:

  • Je kunt het gebruik van de methode betwisten door te bewijzen dat je er een regelmatige boekhouding op hebt nagehouden (zie hiervoor).
  • Je kunt de keuze van de vergelijkingspunten betwisten, bv. omdat het niet om een soortgelijke bedrijfssituatie gaat.
  • Ten slotte kun je proberen aan te tonen dat de winsten (of baten) die de andere belastingplichtigen hebben aangegeven, niet normaal zijn.

In veel gevallen is het nuttig om een onderhoud aan te vragen met de controleur.

9. De fiscus kan ook een gewoon vermoeden tegenover je uiten …

De fiscus kan ook een vermoeden uiten zonder dat hij over een wettelijke rechtsgrond beschikt, een "feitelijk vermoeden" zoals juristen dat noemen.

Het schoolvoorbeeld is dat wie een aanzienlijk kapitaal heeft opgestreken, daar vermoedelijk belastbare inkomsten van heeft ontvangen. Het bewijs stoelt op een logische redenering, uitgaand van een eerste gekend element: de fiscus weet dat je op een bepaald ogenblik een kapitaaltje hebt opgestreken, en meestal belegt iemand die over een kapitaaltje beschikt, het geld om het te laten opbrengen, zelfs al is men niet echt thuis in de financiële wereld. Op basis van die redenering gaat de fiscus er automatisch van uit dat je het geld hebt belegd en er inkomsten uit hebt gehaald. Aangezien die inkomsten belastbaar zijn, controleert hij of je niet vergeten bent om ze in je aangifte op te nemen.

De basisvoorwaarde

De fiscus kan op die manier maar tot een geldig bewijs komen als de elementen waarop hij zich baseert, absoluut zeker zijn. Dat heeft twee praktische gevolgen: hij moet de elementen kunnen bewijzen waarop hij zich baseert en hij mag geen vermoeden op een ander vermoeden baseren.

Als de elementen waarop hij zich baseert, niet echt betrouwbaar zijn, is de belasting niet geldig. Dat was bv. het geval met de documenten in het fameuze dossier-KB-Lux uit 2011 die de fiscus had gebruikt om tal van belastingplichtigen te belasten.

Hoe kun je je verdedigen? 

Het is mogelijk om de redenering te betwisten waarop de fiscus zich baseert: je hebt een deel van het kapitaal uitgegeven of weggeschonken, je bewaart het gewoon thuis ... Je moet dan uiteraard wel met een plausibele verklaring voor de dag komen!
Enkele interessante rechterlijke uitspraken in dat verband:

  • hof van beroep van Luik, 20/6/1984: toen een belastingplichtige werd verzocht te verantwoorden hoe hij een kapitaal van 40 miljoen oude Belgische frank had gebruikt, legde hij binnen het uur een attest voor van de bank waaruit bleek dat hij het geld er zojuist in bewaring had gegeven. Het hof oordeelde dan ook dat er geen reden was om eraan te twijfelen dat de betrokkene de som thuis – onproductief – liggen had;
  • hof van beroep van Brussel, 25/9/1984: als de fiscus beweert dat de geloofwaardige uitleg van een belastingplichtige niet waar is, moet hij dat bewijzen;
  • hof van beroep van Luik, 27/3/1985: de fiscus mag er niet zomaar van uitgaan dat een kapitaal van 2 miljoen oude Belgische frank 10 % intrest heeft opgebracht als de belastingplichtige beweert dat hij het geld onproductief thuis heeft bewaard, met het oog op een eventuele aankoop die echter niet is doorgegaan. Als de fiscus over geen concrete bewijselementen beschikt om dat te staven, is dat een ongegronde bewering.
10. Mag je je recht op privacy niet inroepen tegen de fiscus?

Mag je weigeren als de controleur bepaalde documenten of inlichtingen vraagt, en als reden opgeven dat ze je privéleven betreffen, en niet je beroepsactiviteit?

De controleur mag alle documenten vragen i.v.m. je belastbare inkomsten (beroepsinkomen, beroepskosten, onroerende inkomsten, roerende inkomsten). En zodra blijkt dat je een bepaalde zichtrekening – al was het maar één keer – hebt gebruikt voor een verrichting i.v.m. je beroep, mag hij dan ook eisen dat je alle documenten ervan voorlegt. Hij mag daarentegen geen documenten opvragen die in geen enkel opzicht verband houden met je belastbare inkomsten. Wanneer je de fiscus voorhoudt dat een document strikt privé is terwijl dat niet zo is, loop je natuurlijk een groot risico als hij op de hoogte is van die fraude.

  • Volgens de Conventie voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden heeft iedereen recht op privacy. Maar de overheid mag daar in zekere mate van afwijken, mits dat uitdrukkelijk in de wet is bepaald en het bovendien noodzakelijk is voor het economisch welzijn van het land. Als de fiscus tekens heeft die op belangrijke fraude wijzen, mag hij zeer ver gaan: het recht op privacy mag niet beletten dat fraude aan het licht komt, anders kan het welzijn van het land in het gedrang komen. Wat hij daarentegen bv. niet mag, is de privé-uitgaven uitpluizen van een belastingplichtige die er helemaal niet van wordt verdacht belastbare inkomsten te hebben verborgen of vergeten aan te geven.
  • Als de fiscus de methode van tekens en indiciën toepast of zich baseert op het vermoeden dat kapitaal rendeert, komt je recht op privacy ernstig in het gedrang. Om de eerste methode te betwisten moet je immers kunnen uitleggen vanwaar het geld kwam dat je hebt uitgegeven, en voor de tweede methode moet je kunnen bewijzen wat je met het kapitaal hebt gedaan. Dat kun je alleen door iets van je privéleven prijs te geven: de reden waarom je een bepaalde uitgave hebt gedaan die helemaal niet strookt met je gebruikelijke levensstijl, de schenking die je hebt gedaan of die je hebt gekregen, de lening die je hebt moeten aangaan ... Maar misschien heb je argumenten die je om heel aanvaardbare persoonlijke redenen liever niet uitspeelt, bv. op grond van je overtuiging of je reputatie, of je bent gewoon erg op je privacy gesteld. Is het dan wettelijk dat je je alleen tegen de fiscus kunt verweren als je alle bewijsmateriaal voorlegt, zelfs als het je privéleven betreft? Ja, zo oordeelde het Hof van Cassatie in de zaak-H.S. (19/11/1981, Journal de Droit fiscal, 1982, blz. 25).
    H.S. had goederen verkocht voor verschillende miljoenen oude Belgische frank. Volgens het hof had de fiscus het recht te veronderstellen dat H.S. zijn geld had belegd en kon H.S. zijn recht op privacy niet aanvoeren om zich tegen de aanslag te verzetten: het belang van de gemeenschap staat immers boven het subjectieve recht op privacy.
    Het moet echter gezegd: H.S. had zijn verdediging niet bepaald verstandig opgebouwd. Volgens heel wat specialisten zou het Hof van Cassatie lang niet meer zo categorisch zijn als het zich opnieuw over een dergelijke zaak zou moeten uitspreken, voor zover die dit keer op een ernstiger dossier berust.

Tot besluit

Als de fiscus ernstige tekens heeft dat je een belastbaar inkomen hebt dat niet uit je aangifte blijkt, is het aan jou om het tegendeel te bewijzen, desnoods door zaken uit je privéleven bloot te geven. Wees daarom altijd voorzichtig en bewaar alle bewijsmiddelen van je belangrijkste uitgaven.
User name

Deelnemen aan de discussie

Deelnemen door een vraag of reactie achter te laten

reacties

Wees de eerste om te reageren