Dossier

Digitale woordenlijst

21 april 2020
Woordenlijst Test Connect

Verdwaald in de jungle van digitale termen? Test Connect biedt een verklarende woordenlijst van de voornaamste technische termen uit het magazine. Kies een letter en klik op het woord in kwestie om de definitie te lezen. Klik daarna op "Terug naar begin" om een andere term te kiezen.

Recent toegevoegd

Hieronder vind je de woordenlijst van het laatste nummer: Test Connect 28 (mei/juni 2020)

Back-up: (blz. 28) Reservekopie van bestanden, die idealiter op regelmatige basis en op meerdere opslagmedia wordt gemaakt.

Boot menu: (blz. 11) Opstartmenu dat een lijst met randapparatuur bevat vanaf waar een computer kan opstarten: harde schijf, USB-stick, cd ... Je kunt er zo andere besturingssystemen mee laden of installeren, zelfs als er al een besturingssysteem op je pc staat.

Brute force attack:
(blz. 20) Cyberaanval waarbij hackers via zeer snelle computers een programma laten lopen dat een enorme hoeveelheid aan wachtwoorden heel snel na elkaar uitprobeert. Aan miljarden pogingen per seconde zijn de meest gebruikte wachtwoorden sneller gekraakt dan dat je met je ogen kan knipperen.

Cache:
(blz. 33) Tijdelijk internetbestand dat je browser bewaart wanneer je een website bezoekt. Zo kun je bij een volgend bezoek aan die site sneller navigeren.

Cloud:
(blz. 28) Technologie die toelaat om gegevens en bestanden te bewaren op een server die zich op afstand bevindt, en dus niet op je toestel zelf. De voordelen zijn voornamelijk de toegankelijkheid van die bestanden en het gemak waarmee je ze kunt delen.

Configuratiescherm:
(blz. 16) Onderdeel van de gebruikersomgeving in Windows waar je verschillende computerinstellingen kunt wijzigen, zoals internettoegang, visuele weergave of muisopties.

NAS:
(blz. 8) Kort voor Network Attached Storage. Elk opslagtoestel dat met een netwerk kan worden verbonden. Een eenvoudige NAS kan je gebruiken voor back-ups of je eigen cloud. Op krachtigere modellen kun je onder andere mail- en webservers draaien.

Pincode:
(blz. 17) Afkorting van "Personal Identification Number", persoonlijk identificatienummer. Deze vertrouwelijke code bestaat uit minimaal vier cijfers en wordt gebruikt om de toegang tot een account, sessie of chipkaart (zoals een simkaart) te beveiligen.

Streaming:
(blz. 7) Proces waarbij je muziek of video's op het internet kunt beluisteren of bekijken, zonder dat je ze eerst volledig moet ophalen en opslaan op je harde schijf, wat wel het geval is bij downloaden. Streaming wordt ook gebruikt om media draadloos te versturen van je smartphone of tablet naar een luidspreker, tv of hifi-installatie.

Synchronisatie:
(blz. 19) Proces waardoor op alle aangesloten apparaten altijd de laatste versie van een bestand staat. Als je op één van de apparaten een bestand aanpast, toevoegt of verwijdert, zal die wijziging op alle andere apparaten gebeuren.