Voeding en gezondheid onder de loep van logo TA
Dossier

Coronavaccins

28 juli 2021

Amper een jaar na de eerste melding in Wuhan, werden de eerste landgenoten al gevaccineerd. Een ongeziene snelheid, al blijven heel wat vragen nog onbeantwoord zoals de duur van de bescherming, eventuele bijwerkingen, de werkzaamheid tegen mutanten, maar ook welke afspraken Europa gemaakt heeft met de producenten.

Wanneer kunnen we terug naar het oude normaal?

Hoewel er in ons land nu dagelijks duizenden mensen worden gevaccineerd, betekent dit nog niet meteen een terugkeer naar ons oude leven. Pas wanneer we een vaccin hebben dat de overdracht van het virus voldoende remt én wanneer er voldoende mensen gevaccineerd zijn om groepsimmuniteit te bekomen, kunnen we de andere voorzorgsmaatregelen zoals afstand houden, handen wassen en mondmaskers afbouwen en terugkeren naar het oude normaal.

Wat is groepsimmuniteit?

De coronavaccins hebben twee verschillende doelen. Het eerste doel, dat vooral gericht is op korte termijn, is het verminderen van het aantal personen dat ernstig ziek wordt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of sterft door COVID-19. Het tweede doel is gericht op langere termijn, namelijk het voorkomen of sterk afremmen van virusoverdracht van de ene persoon naar de andere. Op die manier kan het virus zich minder goed verspreiden onder de gevaccineerde bevolking en zal het ook de niet-gevaccineerde mensen moeilijker kunnen bereiken. Dat noemen we groepsimmuniteit. Niet-gevaccineerde personen zijn op die manier beschermd dankzij de mensen om zich heen die zich wel hebben laten inenten. Dat is belangrijk omdat sommige mensen zich niet kunnen laten inenten (voorlopig geldt dat bijvoorbeeld nog voor alle kinderen en jongeren) of minder effect ondervinden van een vaccin (bijvoorbeeld mensen die problemen hebben met hun immuunsysteem).

Hoe groepsimmuniteit berekenen?

Om een idee te krijgen van hoeveel personen er dan gevaccineerd moeten zijn voor we die groepsimmuniteit bereiken, kunnen we volgende formule gebruiken: 1 - 1/R0. R0 staat in deze formule voor de zogenaamde basiswaarde van het reproductiegetal en geeft met andere woorden een indicatie van hoeveel andere personen een geïnfecteerde persoon gemiddeld besmet. Voor SARS-CoV-2 zou deze R0-waarde tussen de 2 en de 3 liggen. Eén besmette persoon zou dus twee tot drie anderen besmetten. Passen we die formule toe, dan komen we aan zo’n 50 % à 67 %. Bij deze berekening gaan we echter uit van een situatie waarbij nog niemand immuniteit heeft opgebouwd, waarbij er geen maatregelen zijn om besmetting te voorkomen (vb. social distancing, mondmaskers, quarantaine) en waarbij een vaccin de overdracht van het virus voor 100 % voorkomt. Dat is natuurlijk niet de realiteit.

Nog veel onbekende factoren

In werkelijkheid wordt het aantal gevaccineerde personen dat nodig is voor groepsimmuniteit beïnvloed door meerdere factoren:

Aantal personen met immuniteit
Sinds de start van de pandemie hebben al vele personen een infectie doorgemaakt en op die manier immuniteit opgebouwd tegen SARS-CoV-2. In ons land had 16 % van de bevolking eind december antistoffen. Dat cijfer ligt natuurlijk nog te laag om groepsimmuniteit te bereiken, maar het is wel al een beginpunt. Hoe meer mensen al antistoffen hebben, hoe minder personen immers nog gevaccineerd moeten worden om groepsimmuniteit te bereiken. Dit betekent echter niet dat personen die al een infectie hebben doorgemaakt sowieso niet meer gevaccineerd hoeven te worden. We weten immers nog niet hoe lang deze bescherming aanhoudt en in welke mate deze ook tegen de nieuwe varianten werkt.
Besmettelijkheid van het virus
Niet alle virussen zijn even besmettelijk. En ook niet alle varianten van SARS-CoV-2 zijn even besmettelijk. De gemuteerde nieuwere varianten zoals de Britse variant lijken besmettelijker te zijn dan de oorspronkelijke varianten. Dus hoe meer dergelijke varianten bij ons zullen circuleren, hoe meer mensen gevaccineerd zullen moeten worden om groepsimmuniteit te bereiken.
Werkzaamheid van vaccins
Groepsimmuniteit kan je alleen bereiken als de vaccins (en natuurlijke infecties) niet alleen beschermen tegen ziekte, maar ook virusoverdracht in sterke mate beperken of liefst helemaal verhinderen. Hoe beter een vaccin beschermt tegen virusoverdracht, hoe minder personen je moet vaccineren om groepsimmuniteit te bereiken.
Dat is dus iets anders dan het voorkomen van ziekte, de parameter die in eerste instantie gemeten werd in de studies van de koploper-vaccins. De vaccins van BioNTech/Pfizer en Moderna zijn 90 %-95 % efficiënt in het voorkomen van symptomen. Dat van OxfordUniverity/AstraZeneca 60 %. Ga je er van uit dat de vaccins ook 90 % beschermen tegen virusoverdracht, dan is een vaccinatiegraad van ongeveer 70% (67%) nodig om groepsimmuniteit te bereiken als je uitgaat van een R0-waarde van 2,5 zoals onze overheden doen. Dat is de 70% waarmee politici en slogans in vaccinatiecampagnes ons de afgelopen maanden om de oren sloegen.

In werkelijkheid ligt de bescherming tegen virusoverdracht van een vaccin echter meestal lager dan deze tegen ziekte. De eerste gegevens die beschikbaar zijn voor de koploper-vaccins wijzen ook in die richting. Ze doen wel vermoeden dat gevaccineerden minder virus in hun neus dragen en dus minder besmettelijk zouden zijn. Maar een betrouwbare inschatting van het effect is nog niet mogelijk. Duidelijk is wel dat deze vaccins de verspreiding van het virus via asymptomatische personen niet volledig verhinderen. Dat is net erg vervelend, omdat personen zonder symptomen niet weten dat ze besmettelijk zijn en dus niet spontaan hun gedrag zullen aanpassen. Meer studies zijn nodig om na te gaan hoe goed de vaccins effectief beschermen tegen virusoverdracht.

Sowieso betekent een lagere werkzaamheid tegen virusoverdracht dat een hoger percentage van de bevolking ingeënt zal moeten worden om groepsimmuniteit te bereiken. Ligt die werkzaamheid op 80%, dan moeten we 75 % van de bevolking vaccineren als we opnieuw R0-waarde 2,5 hanteren. Daalt deze doeltreffendheid nog verder, dan moet quasi de hele bevolking gevaccineerd worden om ons oude leven terug te kunnen hervatten.

Wanneer kunnen we de maatregelen lossen?

Social distancing, mondmaskers, ventilatie, beperking van sociale contacten, telewerk, quarantaine, isolatie, enz. Allemaal maatregelen die er momenteel voor zorgen dat we het virus minder gemakkelijk overdragen. Het lossen van deze maatregelen zal geleidelijk gaan: naarmate meer mensen gevaccineerd zijn, zullen enkele van deze maatregelen stap voor stap versoepeld kunnen worden. Hoe dichter we bij groepsimmuniteit zullen komen, hoe moeilijker het immers wordt voor het virus om ‘slachtoffers’ te vinden die nog vatbaar zijn voor infectie.

Maar wanneer dat zal zijn en welke maatregelen afgebouwd kunnen worden, is onmogelijk te voorspellen. Evenmin valt het te voorspellen of en wanneer we die veelbesproken groepsimmuniteit zullen bereiken. Daarvoor moeten niet alleen voldoende mensen zich willen laten vaccineren, maar moeten er ook voldoende vaccins beschikbaar zijn. Het is duidelijk dat de productie op grote schaal op dit moment niet van een leien dakje loopt. En zelfs wanneer we de drempel van groepsimmuniteit bereiken, weten we ook nog niet hoe lang we beschermd zullen zijn. Immuniteit neemt immers vaak af na verloop van tijd. Pas als de deelnemers aan de studies met de koploper-vaccins langer opgevolgd zijn, zullen we daar meer duidelijkheid over hebben.

Wat als we geen groepsimmuniteit bereiken?

Ook in dat geval zullen de maatregelen sowieso geleidelijk aan versoepelen. De eerste doelstelling in het beheersen van de pandemie was immers het beheersen van de druk op de gezondheidszorg. Zodra de risicogroepen in de samenleving beschermd zijn tegen ziekte zou het normale leven geleidelijk aan moeten kunnen hervatten. Dat zal niet zonder risico zijn: er zullen immers nog steeds mensen zwaar ziek worden, in het ziekenhuis belanden of zelfs overlijden. Op dat moment zullen de voordelen van het op slot houden van onze samenleving echter niet langer opwegen tegen de grote nadelen, niet alleen op economisch vlak, maar ook wat betreft het sociaal en psychologisch welzijn van de bevolking. Dat is overigens een keuze die we als samenleving bij andere infectieziekten zoals griep ook jaarlijks maken.