Dossier

Je aanslagbiljet van a tot z

19 oktober 2018
aanslagbiljet

19 oktober 2018

Op het aanslagbiljet laat de fiscus gedetailleerd weten hoe hij de personenbelasting op basis van je aangifte heeft berekend. Wij lichten de belangrijkste posten toe die je terugvindt op dat document.

Heb je vragen of problemen in verband met de berekening in je aanslagbiljet?

  • Aarzel niet om onze fiscale advieslijn te contacteren op 02 542 33 97 (elke werkdag van  9 tot 12.30 uur en van 13 tot 16 uur).
  • In ons dossier “Overhoop met de fiscus” leggen we uit hoe je die belastingafrekening kunt betwisten.

Het aanslagbiljet voor de personenbelasting is het document waarin wordt gedetailleerd hoe je belasting werd berekend. Het zou jammer zijn als je enige reactie op dat document "Joepie!" is als je geld terugkrijgt van de fiscus en "O nee …" als je moet bijpassen. 

Controleer je aanslagbiljet, want je zou niet de eerste zijn die door een onachtzaamheid of vergetelheid te veel belasting betaalt. Laat je vooral niet afschrikken door de terminologie op je aanslagbiljet. In bijgaand becommentarieerd aanslagbiljet (pdf-bestand) lichten we de belangrijkste posten toe. We hebben ze genummerd van 1 tot 46 en je vindt de bijbehorende uitleg op het einde van het document.

Staat + gewest

De personenbelasting op basis van je jaarlijkse aangifte is opgedeeld in een federaal en een gewestelijk gedeelte.

Sinds de zesde staatshervorming ben je immers niet alleen belasting verschuldigd aan de federale Staat en aan je gemeente, maar ook aan het gewest waar je woont. De gewesten hebben een grote fiscale autonomie: ze mogen belasting heffen (via “opcentiemen”) en de grootste belastingverminderingen werden naar hen overgeheveld. 

Het is je werkelijke woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar (meestal de plaats waar je gedomicilieerd bent) die bepaalt welk gewest opcentiemen mag heffen. Is je werkelijke woonplaats niet je domicilie, dan krijgt de werkelijke woonplaats voorrang. 

Verhuis je in de loop van het inkomstenjaar naar een ander gewest, dan val je onder de bevoegdheid van dat laatste gewest, en dat ook voor de uitgaven gedaan in het eerste gewest.

Een ingewikkelde berekening

De fiscus berekent eerst de federale belasting op je inkomen.

Dat bedrag beperkt hij vervolgens tot 75,043 %, en op dat bedrag mag het gewest opcentiemen heffen.

Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor de meeste roerende inkomsten en voor bepaalde diverse inkomsten: op onder meer intresten, dividenden, inkomsten uit verhuring en concessie van roerende goederen (royalties), belastbare meerwaarden op aandelen en obligaties mogen de gewesten geen opcentiemen aanrekenen.

De inkomsten uit auteursrechten en de inkomsten begrepen in lijfrenten worden daarentegen wel onderworpen aan de gewestelijke opcentiemen.

Soms is de federale Staat bevoegd

Het is nog altijd de exclusieve bevoegdheid van de federale overheid om de belastbare grondslag en de tarieven voor de personenbelasting te bepalen. 

De federale overheid heeft daarnaast de bevoegdheid om voor een aantal uitgaven belastingvoordeel toe te kennen, maar in dat geval is de bevoegdheid niet langer exclusief: de gewesten mogen beslissen om daar in de toekomst zelf voordeel voor toe te kennen.

Dit zijn enkele van de belangrijke uitgaven waarbij het belastingvoordeel momenteel nog altijd van de federale overheid afhangt:

  • een individuele levensverzekering
  • een hypotheeklening voor het verwerven van een andere dan de eigen woning
  • de belegging in het pensioensparen
  • een gift
  • kinderopvang.

Dan weer is het gewest bevoegd

Elke gewest bepaalt volledig vrij hoeveel opcentiemen het aanrekent. Sinds het inkomstenjaar 2017 is het tarief niet langer hetzelfde in heel het land: 33,257 % in het Vlaams en het Waals Gewest, 32,591 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Elk gewest mag ook zelf beslissen welke bewerkingen het op zijn deel van de personenbelasting toepast: het mag algemene kortingen toekennen, belastingverminderingen, belastingkredieten en belastingvermeerderingen op materies waarvoor het bevoegd is.

De gewesten mogen alleen niet raken aan het belastbaar inkomen zelf (daarom werden bepaalde vroegere belastingaftrekken omgezet in belastingverminderingen).

Op dit ogenblik zijn de gewesten bevoegd om belastingvoordeel toe te kennen voor onder meer de volgende uitgaven:

  • de hypotheeklening voor het kopen of behouden van de eigen woning
  • energiebesparende werkzaamheden
  • de aankoop van PWA- en dienstencheques
  • de restauratie en het onderhoud van een beschermd monument en gebouw
  • de vernieuwing van een sociale huurwoning.

Voorlopig hanteren de drie gewesten ook als regel dat een overschot van een gewestelijk voordeel dat niet volledig kon worden toegekend omdat het bedrag van de gewestelijke belasting te klein is, mag worden verrekend met het saldo dat overblijft van de federale belasting na aanrekening van de federale belastingverminderingen. 

De gemeentelijke belasting

De gemeente waar u woont op 1 januari van het aanslagjaar, heft tot slot een bepaald percentage op het totaal van het federale en het gewestelijke deel van de personenbelasting.