Nieuws

Vanaf november geen terugdraaiende teller meer in Brussel

04 oktober 2021
bidirectionele meter; terugleververgoeding

Het voordeel van de terugdraaiende teller voor wie zonnepanelen heeft, leek lange tijd een vanzelfsprekend iets. Maar het is in Vlaanderen al verdwenen voor wie een digitale meter heeft en het verdwijnt volledig in Brussel vanaf november. Daar wacht men niet op de plaatsing van de digitale meter.

Wie in het Brussels gewest over zonnepanelen beschikt, geniet groenestroomcertificaten alsook het voordeel van de terugdraaiende teller, althans voor het deel “energie” en niet langer, sinds januari 2020, voor het deel van de netkosten. Er was al langer aangekondigd dat die “gedeeltelijke compensatie” eind 2021 zou verdwijnen.

Einde gedeeltelijke compensatie vanaf november

Vanaf november 2021 is het effectief zover. Dan verdwijnt de gedeeltelijke compensatie. Anders dan in Vlaanderen waar dat pas gebeurt als je een digitale meter hebt, zullen in Brussel alle bezitters van een huishoudelijke fotovoltaïsche installatie dat voordeel meteen in één klap verliezen. In Brussel werd immers altijd al een bidirectionele meter geplaatst die apart meet hoeveel stroom je van het net afneemt en hoeveel je in het stroomnet injecteert. Die gegevens zijn dus gekend. De stroommeter draaide eigenlijk alleen virtueel terug.

Wel een terugleververgoeding

Is de stroom die je dan op het net plaatst helemaal verloren? Neen, toch niet. Elke energieleverancier is verplicht om je een terugleververgoeding aan te bieden.
Volgens netbeheerder Sibelga zou de terugkoop van de stroom automatisch gebeuren voor de installaties met een uitgangsvermogen van de omvormer tot 5 kW. Maar hij raadt de consumenten toch aan om hun energieleverancier te contacteren om de juiste voorwaarden en tarieven te kennen, en eventueel zelfs de verschillende energieleveranciers op dat vlak te vergelijken. Voor installaties van meer dan 5 kW gebeurt de terugkoop van stroom niet automatisch; daar moet men zeker contact opnemen met zijn leverancier.

Nu is het aanbod aan energieleveranciers in het Brussels gebied al sterk verschraald. Bovendien zien we in Vlaanderen dat hoewel je in principe bij een andere leverancier terechtkunt voor je terugleververgoeding, het in de praktijk toch zo is dat de afname en de verkoop van je stroom nagenoeg altijd bij dezelfde leverancier blijven.

Wij verwerken de terugleververgoedingen in ons energieplatform zodra ze beschikbaar zijn.

Naar ons energieplatform

Extra opmeting

Sibelga heeft in een brief aan alle prosumenten laten weten dat er in oktober een extra opmeting van de stand van de elektriciteitsmeter zal gebeuren om de periode 2020-2021 af te sluiten. Daarna start dus een nieuw tijdperk.

Ondanks het wegvallen van de gedeeltelijke compensatie blijft het financiële rendement van de investering in zonnepanelen er vrij hoog, dankzij de uitkering van groenestroomcertificaten zoals blijkt uit ons dossier over zonnepanelen. Daar hielden wij trouwens al langer rekening met de aangekondigde verdwijning van de gedeeltelijke compensatie.

Zelfverbruik verhogen aangewezen in alle gewesten

In Vlaanderen geldt de terugleververgoeding voor wie al een digitale meter heeft. Ze bedroeg in september 2021 gemiddeld zo’n 6 eurocent per kWh. Dat is hoe dan ook een stuk minder dan de prijs die je zelf moet betalen aan je leverancier (zo’n 30 eurocent per kWh). Je hebt er bijgevolg alle belang bij om je eigen geproduceerde stroom zoveel mogelijk meteen zelf te verbruiken en dus je zelfverbruik te verhogen. Dat zal in Brussel niet anders zijn.

In Wallonië geldt dan weer nog steeds het stelsel van de “totale compensatie” (de teller draait volledig terug en compenseert zowel het deel “energie” als het deel “netkosten”), in combinatie met het prosumententarief (dat voorlopig nog via een premie wordt teruggestort).

Wie in het Waals gewest over een digitale meter beschikt, geniet een gedeeltelijke compensatie en betaalt dan geen prosumententarief. Ook dat is vooral interessant voor wie een hoog zelfverbruik kan halen. Bovendien loop je als consument in Wallonië geen enkel risico: als de gedeeltelijke compensatie minder voordelig zou uitvallen dan het basisstelsel van de totale compensatie mét prosumentarief, krijg je toch automatisch de goedkoopste regeling.