Dossier

Tweedehandswagens: waarop letten bij aankoop?

15 juli 2020
tweedehandswagens-aandachtspunten

Als je van plan bent een tweedehandswagen te kopen, zoek je natuurlijk een betrouwbare auto tegen een betaalbare prijs. Dat is niet altijd gemakkelijk, want op de occasiemarkt zijn er tal van oplichters aan het werk. Let dus op een aantal essentiële punten en stel de juiste vragen vooraleer je een occasie koopt.

De garantie

Heb ik daar recht op?

Als je pech krijgt met een nieuwe wagen, kun je gedurende de hele garantieperiode een gratis oplossing eisen van de verkoper. Geldt dat ook voor een tweedehandswagen? In principe wel, afhankelijk van degene waarbij je de wagen hebt gekocht.
Was dat een particuliere verkoper, dat is het te hopen dat die zijn aansprakelijkheid voor verborgen gebreken niet in de overeenkomst heeft uitgesloten. Dat mag hij namelijk zonder probleem doen. In dat geval kun je de kosten enkel op hem verhalen als je kunt bewijzen dat hij het probleem al kende of hoorde te kennen en dat dus verzwegen heeft.

Als de particuliere verkoper zijn verantwoordelijkheid niet heeft uitgesloten, is het gemene recht omtrent verborgen gebreken van toepassing. Als hij niet tegemoetkomt aan je vraag, zul je het gebrek met andere woorden kort na de vaststelling moeten voorleggen aan de rechtbank. Bovendien moet je kunnen aantonen dat het gaat om een ernstig gebrek waardoor je geen normaal gebruik kunt maken van de wagen, dat je de wagen niet zou gekocht hebben als je van het gebrek afwist en dat het gebrek al bij de levering bestond. Dat valt niet gemakkelijk te bewijzen zonder de hulp van een deskundige.

Koop je de wagen daarentegen bij een professionele verkoper, dan is die wettelijk verplicht om je een bepaalde waarborg aan te bieden voor problemen die na de levering van de wagen opduiken. In dat geval gelden bij de aankoop van een tweedehandswagen dezelfde bijzondere regels als bij de aankoop van een nieuwe wagen, bedoeld als bescherming van de consument tegen de handelaars. Als de overeenkomst geen garantietermijn vermeldt, moet de verkoper twee jaar garantie geven. Evenveel dus als bij een nieuwe auto. Maar hij mag de garantietermijn in het contract ook beperken tot één jaar. Eén jaar garantie is het strikte minimum.

Welke moeilijkheden?

Wat de garantie op een tweedehandswagen betreft, zijn er twee moeilijkheden. Ten eerste moet je niet te veel verwachten van die wettelijke garantie … In de praktijk kun je immers niet om het even welk probleem op de verkoper verhalen. De garantie op uw occasiewagen dekt niet onvoorwaardelijk alle mogelijke mankementen of elke onderhoudsbeurt van het verkochte voertuig. In slechts drie gevallen is er sprake van non-conformiteit:

  1. De wagen beantwoordt niet aan de eigenschappen die de verkoper bij de aankoop heeft opgegeven.
  2. De wagen is niet geschikt voor het specifieke gebruik waarvoor hij normaal gezien moest dienen, volgens de afspraken die met de verkoper gemaakt zijn.
  3. De wagen biedt niet de kwaliteit, noch de prestaties die je ervan mag verwachten.

Andere gebreken worden dus niet door de garantie gedekt. Je moet ook rekening houden met de leeftijd van de wagen. De ervaring leert ons dat een verkoper niet moet tussenkomen bij gebreken ten gevolge van normale slijtage. Stel dat de wagen vier jaar oud is en dat de drijfriem het begeeft: mogelijk zal de verkoper dan opperen dat het redelijkerwijs te verwachten was dat die drijfriem als gevolg van normale slijtage binnen de garantieperiode vervangen moest worden. En dan moet je dus zelf voor de kosten opdraaien. Ook nalatigheid en slecht onderhoud zijn voor de verkoper geldige redenen om de wettelijke garantie te weigeren.

Het is echter een misverstand dat de garantie enkel dekking zou bieden bij ernstige mankementen, waarvan de herstelling veel geld kost (zoals een kapotte motor). De wet maakt namelijk geen onderscheid tussen lichte en zware defecten. In principe komen dus ook lichte mankementen in aanmerking, zoals elektrische ruiten die niet meer opengaan.
Zichtbare gebreken, bijvoorbeeld deuken in het koetswerk, kun je dan weer niet op de verkoper verhalen, ongeacht of dat een professionele of particuliere verkoper is. En de kans dat die er zijn, is bij een tweedehandswagen vrij groot. Dergelijke gebreken moet je dus bij de aankoop opmerken.

Een tweede moeilijkheid omtrent de wettelijke garantie tegenover een professionele verkoper is dat je na de eerste zes maanden een zware bewijslast moet torsen. De eerste zes maanden volstaat het dat je het bestaan van een gebrek kunt bewijzen, wat op zich geen probleem is. Als je elektrische ruiten bijvoorbeeld niet meer opengaan, moet je enkel op dat mankement wijzen om aanspraak te kunnen maken op de garantie. Maar daarna zal het veel minder gemakkelijk zijn om het euvel gratis te laten herstellen. Na de eerste zes maanden moet je namelijk kunnen aantonen dat het gebrek al bij de levering bestond. Dat bewijs leveren is heel wat moeilijker, en vaak zelfs onmogelijk zonder de hulp van een deskundige.

Als je niet tot een minnelijke schikking kunt komen met de verkoper, zul je naar de rechtbank moeten stappen om een deskundige te laten aanstellen. Maar de erelonen van gerechtsdeskundigen lopen vaak op tot € 2 000. Met de kosten van een advocaat (zo’n € 750) en een deurwaarder (zo’n € 250) erbij, moet je al gauw rekenen op zo’n € 3 000. En als je geen gelijk haalt, zijn bovendien alle procedurekosten voor jouw rekening ... Geen wonder dus dat consumenten die na de eerste zes maanden een probleem vaststellen, niet snel geneigd zijn om naar de rechtbank te stappen als de verkoper de wettelijke garantie weigert.

Wat als de wettelijke garantie wel geldt?

In principe heb je het recht om van de verkoper een gratis vervanging of herstelling te eisen. Je mag zelf beslissen wat je verkiest, tenzij één van beide oplossingen onredelijk of onmogelijk zou zijn, bijvoorbeeld als de verkoper geen gelijkaardige wagen in voorraad heeft of als de vervanging van de motor te duur is. Dat hangt natuurlijk van de omstandigheden af. Stel dat je een wagen van zes jaar oud hebt gekocht en dat er na drie maanden een probleem is met de cilinderkoppakking. Als de herstelling dan € 5 000 kost, terwijl de wagen maar € 3 000 meer waard is, mag de verkoper je een andere wagen van hetzelfde merk en model aanbieden.

Als je de auto op basis van de wettelijke garantie door de professionele verkoper hebt kunnen laten herstellen of vervangen, zal de garantieperiode van één of twee jaar verlengd worden met het aantal dagen of weken dat de herstelling of vervanging in beslag neemt. Doet het probleem zich opnieuw voor, dan kun je de verkoper hier binnen de verlengde garantieperiode op aanspreken. Je kunt dan enkel opnieuw een gratis herstelling eisen als je kunt aantonen dat de verkoper dit de eerste keer niet naar behoren heeft gedaan. Denk eraan dat je een herstelbon van de verkoper nodig hebt om aanspraak te kunnen maken op een gratis herstelling … van de herstelling.

Mag ik mijn wagen elders laten herstellen?

Opgelet als je aanspraak maakt op de wettelijke garantie: je mag je wagen dan enkel laten herstellen bij de garagehouder waarbij je hem gekocht hebt! Doe je dat niet, dan zal de rekening niet voor je garagehouder, maar voor jou zijn. Je kunt de factuur van een herstelling die je elders liet uitvoeren, enkel doorschuiven naar je garagehouder, als je kunt aantonen dat die de herstelling niet wilde uitvoeren of er te lang over deed.