Dossier

Tweedehandswagens: waarop letten bij aankoop?

15 juli 2020
tweedehandswagens-aandachtspunten

Als je van plan bent een tweedehandswagen te kopen, zoek je natuurlijk een betrouwbare auto tegen een betaalbare prijs. Dat is niet altijd gemakkelijk, want op de occasiemarkt zijn er tal van oplichters aan het werk. Let dus op een aantal essentiële punten en stel de juiste vragen vooraleer je een occasie koopt.

Aandachtspunten

Waarop moet je letten om te vermijden dat de tweedehandsauto van je dromen een nachtmerrie op vier wielen wordt?

Buitenkant bij daglicht

Inspecteer het koetswerk bij daglicht, niet in een zwak verlichte garage. Stof en modder zijn alarmsignalen, want ze kunnen eventuele schade verbergen. Schenk ook voldoende aandacht aan de plaatsen die gevoelig zijn voor roest: de wielkasten, de deurdrempels, de raamlijsten, de randen van de motorkap en die van het kofferdeksel. Controleer of de lak geen blaasjes of diepe krassen vertoont. Bij oudere voertuigen kun je een magneet gebruiken op de kritieke plaatsen om te checken of er geen synthetische plamuur werd gebruikt. De deur- en vensterdichtingen moeten soepel en barstvrij zijn. Open en sluit het schuifdak en controleer of de randen geen roetsporen vertonen. Check ook de staat van de buitenspiegels. 

Interieur: van bodem tot dak

Twee belangrijke aandachtspunten: de algemene staat van het interieur en de werking van de instrumenten. Let op de stabiliteit en de slijtage van de stoelen. Zijn de tapijten en pedaalrubbers versleten of werden ze recent vervangen? Dat betekent dat de auto intensief werd gebruikt. Controleer ook de metalen bodemplaat op stilstaand water of roest. Trap bij stilstand het rempedaal gedurende 20 seconden in. De druk moet constant zijn. In het andere geval kan er sprake zijn van een lek in het hydraulisch circuit. De wielen moeten schok- en kraakvrij de bewegingen van het stuurwiel volgen. Controleer een voor een de werking van alle instrumenten (ook die van de mistlichten bijvoorbeeld). Open en sluit de ruiten. Ga na of alle deurgrepen goed werken. 

Te schone motor? Opgelet!

Let erop dat het motor- en chassisnummer overeenstemmen met op het inschrijvingsbewijs staat. Een al te schone motor wekt argwaan, net als eentje die er erg vuil uitziet. Controleer alle vloeistoffen: remvloeistof, ruitensproeivloeistof enz. De slangen moeten soepel en barstvrij zijn. Het koelvloeistofreservoir mag geen sporen van roest of olieachtig bezinksel vertonen, want die wijzen op een motorprobleem. De ventilatorriem moet netjes opgespannen en onbeschadigd zijn. De batterij mag niet ouder dan vier jaar zijn. Als de polen bedekt zijn met een witachtig schuim, is ze aan vervanging toe. Gebarsten kabels kunnen aanleiding geven tot stroomverlies, wat bijvoorbeeld een startprobleem kan opleveren.

De ophanging testen

Een ongelijke slijtage van de banden wijst op problemen met de schokdempers of de wielgeometrie, of op zijn minst op een te lage bandenspanning. De profieldiepte moet over het hele loopvlak minstens 1,6 millimeter bedragen. Anders moet je rekening houden met de aankoop van een nieuwe set. Om de schokdempers te testen, druk je met je volle gewicht een na een de vier voertuighoeken naar beneden. Zodra je de druk lost, moet het koetswerk na een of minimaal twee keer schommelen tot stilstand komen. Anders zijn de schokdempers versleten. 

Onder de wagen: sporen van roest

Ga na of de dorpels en de onderzijde van de bodemplaat geen sporen van roest of herstellingen vertonen. Controleer de staat en de bevestiging van de uitlaat en de katalysator. Check of er geen sporen van olie-, brandstof- of waterlekkage zijn. Inspecteer de dichtingen. 

Koffer en veiligheidsuitrusting

Onderzoek de staat van de bekleding en de lak aan de binnenzijde van de kofferruimte. Open en sluit de kofferklep om de goede werking te controleren. Kijk na of het reservewiel in goede staat en op spanning is. Controleer de aanwezigheid en de staat van de krik, het gereedschap en de wettelijke voorzieningen: gevarendriehoek, reflecterend veiligheidshesje, verbanddoos.

Rijden maar!

En dan de ultieme test: vraag of je een proefrit van minstens een halfuur mag maken en zelf mag rijden. Probeer een zo gevarieerd mogelijk parcours uit te kiezen, met rechte stukken, scherpe bochten, hellingen, nauwe straatjes enz. Varieer ook je snelheid. Houd op een vlakke weg zonder obstakels een snelheid van ongeveer 60 km/h aan, vergewis je ervan dat er geen zijwind is en laat het stuurwiel los. De auto mag niet van zijn lijn afwijken. Herhaal deze oefening terwijl je zachtjes remt. Let op een weg in slechte staat zorgvuldig op hoe de ophanging zich gedraagt. Als de auto sprongen maakt of begint te schommelen, zijn de schokdempers aan vervanging toe. Verander ook geregeld van versnelling. De pook moet zacht maar niet geheel weerstandloos schakelen. Wanner je plots het gaspedaal lost, moet de auto zachtjes en zonder schokken vertragen. De koppeling controleer je bij stilstand: trek de handrem aan, schakel de tweede versnelling in en laat het koppelingspedaal zachtjes omhoog komen. De motor moet vrijwel onmiddellijk beginnen trekken en de neiging hebben om af te slaan. Anders heeft de koppeling zijn beste tijd gehad.