Nieuws

De LG A1 wordt meest betaalbare OLED-tv

15 november 2021

De tarieven voor OLED-televisies blijven dalen zoals ook de nieuwe instapversie van LG, de A1, aantoont. Je kunt al een 55”-versie vinden voor € 799. Maar betekent die lagere prijs ook een mindere kwaliteit? Lees ons verdict over de LG A1 55”.

LG heeft zich in het verleden al vaker onderscheiden met OLED-schermen. Terwijl de nieuwe G1-serie (ongeveer € 1 560) het topgamma vertegenwoordigt, bevindt de A1 (gemiddeld ongeveer € 1 020) zich aan de andere kant van het prijzenspectrum. Daarmee vervangt de A1 als instapmodel de B1 (ongeveer € 1 260).

Hoe bracht het nieuwe OLED-scherm er vanaf in ons testlabo? We overlopen de sterke punten, maar ook de onvermijdelijke toegevingen die werden gedaan om tot zo’n scherpe prijs te komen.

LG A1 beeldscherm

Hoewel niet uitmuntend is de beeldkwaliteit goed

De A1 is de eerste OLED-tv van LG die een verversingsratio van 60 Hz heeft. Alle anderen hebben 120 Hz wat vandaag sterk wordt aangeraden om videospellen te spelen. Gamers zullen dit model dus liever links laten liggen en bereid zijn om meer te betalen voor een ander model.

Voor beeldkwaliteit scoorde de A1 het minst goed van alle OLED-schermen van LG. Daar moeten we wel aan toevoegen dat hij nog altijd beter scoort dan de goedkoopste QLED-schermen van Samsung, de Q70 en Q80 (die een hogere helderheid hebben, maar minder diepe contrasten).

De lagere score zit onder andere in het feit dat de A1 naargelang de kijkhoek kleuren minder goed weergeeft. De prestaties zijn ook iets minder goed in een helder verlichte ruimte omdat de maximale schermhelderheid lager is dan die van andere OLED-schermen, net als de scherpte van bewegende beelden. Maar algemeen beschouwd slaat de A1 zeker een goed figuur tegenover de andere OLED-schermen.

Geluidskwaliteit in orde, aantal aansluitingen minimaal

Terwijl het intussen standard is geworden dat je achteraan je televisie gemakkelijk de verschillende kabels kunt verbergen, maar de A1 voorziet daar geen oplossing voor. Misschien heeft dat te maken met het feit dat je ook minder kabels kunt aansluiten op de A1 die met drie HDMI-poorten en twee USB-poorten in plaats van respectievelijk vier en drie bij de duurdere modellen minder goed is uitgerust. Daar komt bij dat de gebruikte HDMI-norm niet 2.1 is zoals bij andere OLED-schermen van LG, maar 2.0.

Dat is wel een logische keuze voor een scherm met 60Hz omdat de 2.1-norm vooral nuttig is voor schermen met een verversingsratio van 120 Hz. Het is dus opnieuw een bewijs dat de A1 niet is aangepast aan de meest recente spelconsoles. In dat opzicht is het ook geen verrassing dat de A1 niet is uitgerust met geavanceerde beeldverwerkingstechnologieën als G-Sync, FreeSync en VRR.

Aansluitingspoorten aan de achterkant van de LG A1

De beoordeling van de geluidskwaliteit ligt tussen die van de C1 en de B1. Een beetje beter dan de B1 (hoewel het volume minder luid kan) en duidelijk veel beter dan de Q70 van Samsung die erbarmelijk scoorde op onze test voor geluidskwaliteit.

Zoals alle andere LG-televisies beschikt de A1 ook over webOS (versie 6.0) als besturingssysteem. Daardoor is hij compatible met Apple HomeKit en Alexa. Vreemd genoeg merkten we dat de A1 betere resultaten haalt voor privacy dan de duurdere LG-toestellen. De A1 deelt minder niet-gecodeerde data en deelt ook het unieke identificatienummer niet.

Vind het beste tarief dankzij onze koopwijzer

Kortom, de A1 biedt een degelijk OLED-scherm voor een instapmodel en is een interessante optie tenzij je een fervente gamer bent. Je moet er ook rekening mee houden dat hij technologisch niet zo verfijnd is als de duurdere C1 of de G1.

Het is sowieso de goedkoopste OLED-tv van LG, maar je kunt hem ondertussen aan nog goedkopere voorwaarden vinden (bijvoorbeeld voor € 799 op 12 november 2021) door onze koopwijzer televisies te gebruiken.

Ga naar onze koopwijzer televisies