Dossier

Flebitis

17 augustus 2015
flebitis

17 augustus 2015

Wat u als flebitis kent, bestaat eigenlijk in twee vormen, die elk een andere aanpak vereisen. Flebitis is zelden een gevaarlijke aandoening, maar er zijn uitzonderingen. Daarom is het verstandig om een arts te raadplegen.

Flebitis wijst op de ontsteking van een arm- of beenader. Het kan bv. ontstaan op de plaats waar men u een infuus geeft. Vaak is de schuldige een bloedklonter. In dat geval spreekt men van tromboflebitis, waarbij artsen het onderscheid zullen maken tussen oppervlakkige tromboflebitis en diepveneuze trombose. 

Bij oppervlakkige tromboflebitis vormt de bloedklonter zich in een oppervlakkige ader, dus een die net onder de huid ligt. In regel is zo’n oppervlakkige tromboflebitis niet gevaarlijk en meestal verdwijnen de klachten vanzelf na enkele weken.

Een diepveneuze trombose geeft aan dat er zich een bloedklonter bevindt in een dieper gelegen ader. In een groot deel van de gevallen is de klonter klein en veroorzaakt hij geen symptomen. Ons lichaam bevat ook mechanismen om dergelijke klontertjes geleidelijk aan af te breken. Grotere klonters kunnen wel problemen veroorzaken, zeker wanneer ze loskomen en in de longen terechtkomen. In een dergelijk geval spreken we van een longembolie. In meer dan 90 % van de gevallen ligt een diepveneuze trombose van het bovenbeen aan de basis. Het gevolg is dat een deel van de longen uitvalt door de blokkage van de bloedsomloop in de longen.

Er zijn drie factoren die bepalend zijn voor de vorming van bloedklonters in de benen:

  • beschadiging van de aderwand, bv. ten gevolge van een ontsteking, kwetsuur of ingreep;
  • verhoogde bloedstolling ten gevolge van bv. bepaalde erfelijke factoren of een hormoontherapie die het bloed makkelijker doet stollen;
  • langzaam stromend bloed.

Er is een eenvoudige verklaring voor dat langzaam stromend bloed in de benen. Het bloed dat vanuit alle uithoeken van ons lichaam naar het hart moet terugvloeien, heeft het veel minder makkelijk dan het bloed dat vanuit het hart vertrekt: in de wand van de slagaders zit een performant stuwmechanisme dat het bloed wegpompt uit het hart, terwijl de aders die het bloed naar het hart terugbrengen, niet over zo'n performant systeem beschikken, zij hebben alleen kleppen die voorkomen dat het bloed terugvloeit (want de zwaartekracht speelt). Hoe langer de weg die moet worden afgelegd, bv. vanuit de benen, hoe moeilijker die terugstroom. In de praktijk komt er wel hulp vanuit een andere hoek: wanneer u beweegt en uw kuitspieren gebruikt, zal het opspannen van de spieren het bloed in de aderen omhoog stuwen. 

Kuitspieren hebben dus een cruciale rol: als ze veel in actie zijn, bevorderen ze de terugstroom van het bloed naar het hart (cf. de tekening hieronder). Men spreekt zelfs van “de spierpomp”. Wanneer de kuitspieren echter lang werkloos zijn, stroomt het bloed minder snel door de beenaderen. En het bloed in de aders stroomt per definitie al trager dan dat in de slagaders, waardoor er zich makkelijker een klonter kan vormen.


De kuitspieren stuwen de bloedstroom vanuit de benen naar het hart toe

Afdrukken Versturen via e-mail