Dossier

Boezemfibrillatie

08 oktober 2015
boezemfibrillatie

08 oktober 2015

Boezemfibrillatie of voorkamerfibrillatie is een soort hartritmestoornis die vooral bij senioren voorkomt. Het grote gevaar van de aandoening is het ontstaan van een bloedprop, wat kan leiden tot een ernstige beroerte.

Normaal klopt ons hart in een regelmatig ritme: bij rust met 60 tot 90 slagen per minuut, bij inspanning sneller. Maar soms kan het natuurlijke hartritme verstoord raken. Dat kan uiteenlopende oorzaken hebben. Zo is er vanaf een bepaalde leeftijd vaak sprake van boezemfibrilleren. Bij deze aandoening klopt het hart onregelmatig en meestal ook sneller, dikwijls met meer dan 100 slagen per minuut (soms zelfs tot 175), terwijl men zich niet eens inspant.

Boezemfibrilleren kan een hele tijd onder de oppervlakte blijven en pas ontdekt worden bij een routinecontrole. Er zijn immers niet altijd duidelijke symptomen. Vooral als het hart niet al te erg versneld klopt, kan de aandoening er al een hele tijd zijn zonder dat de persoon in kwestie er erg in heeft.

Soms is het wel duidelijk dat er iets mis is, en is het duidelijk voelbaar wanneer het hart onregelmatig of snel klopt. Men kan sneller moe of buiten adem zijn bij een lichamelijke inspanning. Ook kan men last hebben van duizeligheid, een onaangenaam gevoel in de borst, of voelt men zich licht in het hoofd. In extreme gevallen kan men zelfs flauwvallen.

Boezemfibrillatie hangt vaak samen met andere hart- en vaatziekten, die vooral op latere leeftijd voorkomen, zoals een vernauwde kransslagader of een hartaanval. Ook wie al eens eerder een operatie moest ondergaan aan hart of longen, loopt een hoger risico. Verder kunnen een te hoge bloeddruk en een overactieve schildklier aan de basis liggen van een verstoord hartritme. In sommige gevallen is er ook sprake van een familiale aanleg. Ten slotte loopt wie veel drinkt, rookt of andere stimulerende middelen gebruikt en wie lijdt aan obesitas een groter risico.

Boezemfibrillatie is in veel gevallen onschadelijk. Het grote gevaar van boezemfibrilleren is echter het ontstaan van een bloedprop. Het bloed in de hartboezems ("voorkamers") stroomt immers niet goed weg, waardoor er bloed blijft stagneren. Dat bevordert het stollen van het bloed, dus de vorming van stolsels. Als er zich zodoende een bloedklonter vormt en als die dan in de aders naar de hersenen terechtkomt, kan er een beroerte optreden, met zeer ernstige gevolgen.


Zwakke pompbewegingen krijgen bloed niet weg.



In het bloed vormt zich een prop, die in de aders naar de hersenen terechtkomt.


De toevoer van zuurstof naar de hersenen wordt geblokkeerd.

Afdrukken Versturen via e-mail