Voeding en gezondheid onder de loep van logo TA
Dossier

Stollingsremmers 

19 oktober 2012
stollingsremmers

19 oktober 2012

Mensen met een mechanische hartklepprothese of “voorkamerfibrillatie” (een hartritmestoornis) lopen een verhoogd risico op ongewenste bloedklonters. Gevaarlijk, want bloedklonters kunnen een hartinfarct of een beroerte uitlokken. Om dit risico te beperken, moeten deze patiënten vaak  levenslang antistollingsmiddelen nemen, zoals Marevan, Sintrom en Marcoumar. Deze middelen verhinderen de stolling, maar maken het leven er niet altijd gemakkelijker op …

Intensieve beginanalyse

In het begin moeten patiënten om de drie à vier dagen naar de huisarts om hun bloed laten analyseren. De eerste keer bepaalt de dokter de startdosis. Om na te gaan of die startdosis adequaat is, moet de patiënt vervolgens om de drie à vier dagen zijn bloed laten analyseren. Daarbij wordt de INR-waarde bepaald, een waarde die iets zegt over de mate waarin het bloed stolt. Op basis daarvan, zoekt de dokter naar de optimale medicatiedosis. Maar dat is een proces dat niet stopt …

 

Tal van stoorzenders

Eenmaal de optimale dosis is bepaald, lopen de metingen toch door. Omdat de werking van de antistollingsmiddelen kan worden verstoord door tal van factoren, zoals:

  • geneesmiddelen zoals antibiotica, middelen tegen epilepsie of een "onschuldige" pijnstiller
  • voeding rijk aan vitamine K, zoals spruitjes, bloemkool, broccoli, linzen en sojabonen
  • voedingssupplementen die een flinke dosis vitamine K bevatten
  • een "alledaagse" koortsaanval of diarree
  • overmatig alcoholgebruik: bij chronische zware drinkers kan het geneesmiddel minder werkzaam worden. Wie over het algemeen weinig drinkt, maar eenmalig of in het weekend "alle remmen loslaat", kan het effect doen toenemen.
     

Zelfmeting?

Die voortdurende analyses bij de dokter leggen een hypotheek op het leven van de patiënt. Het zou gemakkelijker zijn moest de patiënt in staat zijn om zelf een aantal metingen uit te voeren.
In principe is dat mogelijk, want er bestaan apparaatjes om zelf de INR-waarde af te lezen. Dit gebeurt door een teststrip met een druppel bloed, verkregen door bijvoorbeeld gewoon in de vinger te prikken, in het meetapparaat te steken. Enkele ogenblikken later kan men het resultaat aflezen. Om vervolgens, eventueel, de medicatiedosis aan te passen, moet de patiënt wel nog goed bij de pinken zijn.
Goed om te weten: onderzoek heeft uitgewezen dat dit, na goede instructies en een minimale opleiding, voor één op de vijf patiënten geen probleem zou zijn. En bij patiënten die zelf de stollingsgraad van hun bloed meten, daalt het sterftecijfer en het aantal incidenten.
Meer informatie? Vraag het aan uw huisarts.

Afdrukken Versturen via e-mail