Nieuws

De waarheid over geneesmiddelen

19 september 2012 Gearchiveerd
de waarheid over geneesmiddelen

19 september 2012 Gearchiveerd

In Frankrijk verscheen zopas een boek dat heel wat geneesmiddelen ontmaskert als nutteloos en soms zelfs gevaarlijk. Wij zijn niet verbaasd.

De Franse professoren Bernard Debré en Philippe Even beoordeelden 4 000 geneesmiddelen, met als doel onafhankelijke informatie te geven over de échte waarde van geneesmiddelen. Volgens de auteurs is zowat de helft van de besproken geneesmiddelen nutteloos, wordt 20 % ervan slecht verdragen en is 5 % potentieel zeer gevaarlijk. Toch worden de meeste van die geneesmiddelen terugbetaald. Hun conclusies worden in de media voorgesteld als onthutsend, maar ons verbazen ze niet.

Grote nood aan onafhankelijke informatie

Er bestaat in België veel te weinig onafhankelijke en goede informatie over geneesmiddelen, terwijl patiënten hier wel degelijk nood aan hebben. Veel van de zogenaamde patiënteninformatie, onder andere in de wachtkamer van de dokters, in de apotheek en op het internet, is in werkelijkheid (verdoken) reclame. Een gids die de waarde van geneesmiddelen in kaart brengt, is dus een nuttig initiatief.

Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) publiceert wel objectieve besprekingen en beoordelingen van geneesmiddelen, maar richt deze op een publiek van artsen en apothekers. Wij vragen dat het BCFI van de overheid de nodige middelen krijgt om ook de burger correct te informeren.

De tentakels van de industrie

De overheid beschermt de burger onvoldoende tegen nutteloze en gevaarlijke geneesmiddelen. Geneesmiddelen worden al op de markt gebracht nog voor men een volledig beeld heeft over de voor- en de nadelen ervan. Op zich is dat normaal: een geneesmiddel is immers alleen onderzocht in een beperkte groep van relatief jonge en gezonde patiënten gedurende een korte tijd, en zeldzamere bijwerkingen komen pas later aan het licht. Maar om geneesmiddelen van de markt te halen, moet de overheid echter wél 100 % worden overtuigd dat het schadelijk is, ook al kost het wachten op die zekerheid heel wat te vermijden patiëntenleed!

In de commissies die beslissen over de commercialisering van geneesmiddelen of over de terugbetaling ervan, zitten bovendien ook deskundigen die geld krijgen van de farmaceutische industrie, bijvoorbeeld omdat ze meewerken aan een studie. Dergelijke belangenconflicten kunnen verhinderen dat het belang van de volksgezondheid wordt vooropgesteld in de beslissingen. Transparantie hierover is onontbeerlijk. Daarnaast zijn ook geneesmiddelenagentschappen zelf in belangrijke mate afhankelijk van inkomsten vanuit de geneesmiddelenindustrie.

Ook artsen dragen verantwoordelijkheid. Zo zijn er heel wat geneesmiddelen die slechts een beperkt nut hebben, maar toch veelvuldig worden voorgeschreven, wellicht onder invloed van marketing. En dat terwijl de meeste mensen goed geholpen zijn met een ander, “beter” geneesmiddel. Patiënten worden zo blootgesteld aan onnodige risico’s en ook de ziekteverzekering wordt onnodig op kosten gejaagd.

Ook Test-Aankoop zorgt voor meer transparantie

Al jaren informeren wij de consument over de prijs van geneesmiddelen via onze databank. Wij willen dit in de toekomst ook doen over de therapeutische waarde van geneesmiddelen. We geven alvast een voorproefje van enkele geneesmiddelen die volgens onze analyses geen plaats verdienen op de markt:

  • Actos (pioglitazone), gebruikt bij de behandeling van diabetes, heeft een onzeker effect op lange termijn en een gekend risico van hartproblemen en blaaskanker;
  • Combinatiehoestsiropen zijn hoestsiropen die bestaan uit verschillende actieve stoffen: één om de hoest te onderdrukken en één of meerdere andere stoffen, bijvoorbeeld een slijmoplossend middel. De werkzaamheid ervan is sowieso al niet aangetoond, er bestaat een risico van ernstige bijwerkingen (bv. ademhalingsproblemen) en de combinatie van bestanddelen geeft bovendien meer risico’s op bijwerkingen. Enkele voorbeelden: Longbalsem, Nortussine, Pholco-Mereprine, Saintbois.
  • Alle orale geneesmiddelen tegen rhinitis en sinusitis die bestaan uit verschillende actieve stoffen hebben een omstreden werkzaamheid. Bovendien kunnen pseudo-efedrine en fenylefrine ernstige ongewenste effecten geven zoals ritmestoornissen, stuipen, psychose en hallucinaties bij orale toediening. Voorbeelden: Cirrus, Rhinosinutab, Rhini-San, Clarinase.
  • Ook van de sprays die bestaan uit verschillende actieve stoffen en worden gebruikt bij verkoudheid, rhinitis en sinusitis is de werkzaamheid niet aangetoond, maar ze kunnen wel allergische reacties veroorzaken. Voorbeelden: Sofraline, Vibrocil, Sofrasolone, Otrivine Duo.
  • Laxativa met verschillende actieve bestanddelen zijn nog meer te mijden dan gewone laxativa, omdat ze een groter risico op bijwerkingen inhouden. Voorbeelden: Agiolax, Softene, Transitol.

Afdrukken Versturen via e-mail