Wat is er veranderd voor de terugbetaling van je medicatie in 2026?
Sinds 1 januari 2026 zijn er in België een aantal zaken veranderd voor de terugbetaling van geneesmiddelen. De overheid installeerde immers een reeks besparingsmaatregelen, onder andere voor maagzuurremmers en cholesterolverlagers, wat voor veel patiënten betekent dat het remgeld voor hun medicatie omhoog ging. Ook het algemene remgeld is gestegen.
Waarom de overheid het remgeld op geneesmiddelen verhoogt
Onze overheid is op zoek naar extra budget om de overheidsfinanciën in balans te brengen. Ook de gezondheidszorg moet daartoe bijdragen. Sinds 1 januari 2026 zijn er verschillende besparingsmaatregelen rond geneesmiddelen van kracht.
Volgens berekeningen van het Riziv zouden deze maatregelen samen 109,5 miljoen euro besparing opleveren. De nieuwe regels hebben betrekking op verschillende soorten geneesmiddelen en raken veel patiënten, die een hogere eigen bijdrage moeten betalen.
Remgeld en de verschillende terugbetalingscategorieën
Niet alle geneesmiddelen worden op dezelfde manier terugbetaald door de ziekteverzekering. Er bestaan verschillende terugbetalingscategorieën, die bepaald worden op basis van het medisch-therapeutisch belang en de noodzakelijkheid van het geneesmiddel.
- Geneesmiddelen uit categorie A worden als essentieel beschouwd en zijn gratis voor patiënten.
- Geneesmiddelen uit de categorieën B, C of Cx zijn daarentegen onderworpen aan remgeld. Dat loopt op naargelang de categorie: hoe "hoger" de categorie, hoe minder essentieel het geneesmiddel wordt geacht en hoe groter het deel is dat je als patiënt zelf moet betalen.
Bestaat er een goedkopere variant van jouw medicatie?
Terug naar bovenMeer remgeld voor protonpompremmers (PPI)
Overconsumptie van maagzuurremmers in België
België staat al lang in de lijst met grootverbruikers van maagzuurremmers in Europa. Minstens één op de vijf Belgen neemt ze. Tussen 2004 en 2017 is het gebruik verdrievoudigd en sindsdien neemt het elk jaar verder toe.
Omeprazol, pantoprazol, Losec, Pantomed... Deze geneesmiddelen, ook wel protonpompremmers (PPI) genoemd, zijn aangewezen in de behandeling van bepaalde aandoeningen zoals maagzweren, oesofagitis of ernstige vormen van reflux.
In de praktijk worden ze echter vaak voorgeschreven bij klachten waarvoor ze niet aangewezen zijn, zoals moeilijk verteerbare maaltijden of een opgeblazen gevoel.
Bovendien gebruiken veel mensen PPI's veel langer dan de aanbevolen behandelingsduur volgens de wetenschappelijke richtlijnen, dikwijls omdat de arts ze blijft voorschrijven en/of omdat patiënten moeite hebben om de behandeling stop te zetten. Veel patiënten ervaren immers een terugval wanneer ze stoppen, wat het moeilijk maakt om vol te houden.
Langdurig gebruik is echter niet zonder risico. Observationele studies suggereren een mogelijk verband tussen het regelmatig innemen van PPI en zeldzame, maar potentieel ernstige bijwerkingen.
PPI's gaan in 2026 van categorie B naar Cx
Om deze overconsumptie van PPI's tegen te gaan, heeft de overheid besloten de terugbetaling ervan aan te passen. Vanaf 1 januari 2026 verschuiven PPI's van terugbetalingscategorie B naar categorie Cx. Deze wijziging zal het remgeld voor patiënten verhogen.
Er komt ook een informatiecampagne rond het juiste gebruik van PPI's. Volgens de schattingen zou deze maatregel 53,9 miljoen euro aan besparingen opleveren.
PPI's blijven in categorie A voor ernstige aandoeningen
In sommige gevallen worden maagzuurremmers voorgeschreven voor ernstige aandoeningen, zoals het syndroom van Zollinger-Ellison (een zeldzame ziekte veroorzaakt door tumoren met een overproductie van maagzuur tot gevolg) of Barrett-slokdarm (veranderingen van het slijmvlies onderaan de slokdarm die het risico op kanker verhogen).
Voor deze patiënten verandert de terugbetalingscategorie A niet. Toch zijn ze niet langer volledig gratis, omdat PPI's evenzeer onderworpen zijn aan de algemene verhoging van het remgeld (zie verder).
Hoeveel duurder worden PPI's?
PPI's worden vaak een jaar lang (of nog langer) genomen. In dat geval stijgt de factuur aanzienlijk.
Mensen met verhoogde tegemoetkoming zwaarder getroffen
De prijsverhoging is proportioneel groter voor wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming, omdat de categorie Cx geen onderscheid maakt tussen patiënten met of zonder verhoogde tegemoetkoming. Bij terugbetalingscategorie B is dat wel zo.
Vanaf 2026 worden geneesmiddelen uit categorie Cx wel opgenomen in het systeem van de maximumfactuur. Die maatregel moet patiënten met erg hoge gezondheidsuitgaven beschermen.
Terug naar bovenMeer remgeld voor cholesterolverlagers
Overconsumptie van statines in België
Ook geneesmiddelen die het cholesterolgehalte verlagen worden in België te veel voorgeschreven. Statines zoals simvastatine, atorvastatine en rosuvastatine zijn de bekendste. Soms worden ze voorgeschreven in combinatie met andere stoffen, zoals ezetimibe.
Volgens een analyse van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg worden deze geneesmiddelen vooral voorgeschreven ter primaire preventie, dus aan mensen die nog nooit een cardiovasculair incident hebben gehad.
Nochtans is de eerste keuze om hartproblemen te voorkomen:
- stoppen met roken
- gezond eten
- meer bewegen
Stoppen met roken? Ook jij kunt het
Verschil tussen primaire en secundaire preventie
Bij patiënten zonder eerder hart- of vaatincident zijn de voordelen van statines beperkt, of zelfs nihil. Hun nut hangt sterk af van andere risicofactoren, zoals bloeddruk of rookgedrag. Hoe meer risicofactoren, hoe waarschijnlijker dat de voordelen van statines opwegen tegen de nadelen (de bijwerkingen). Bij patiënten die al een hartinfarct of beroerte hebben gehad, is het positieve effect van statines wél duidelijk aangetoond.
Voor welke geneesmiddelen verandert de terugbetaling?
Vanaf 1 januari 2026 zullen een aantal cholesterolverlagende geneesmiddelen van categorie B naar categorie C verschuiven. Er komt ook een informatiecampagne rond het juiste gebruik ervan. Deze maatregel zou 29,4 miljoen euro besparing moeten opleveren.
Concrete impact op de jaarlijkse factuur van patiënten
Statines blijven in categorie A voor ernstige aandoeningen
Bij ernstige aandoeningen, zoals familiale hypercholesterolemie, blijft de terugbetalingscategorie A ongewijzigd.
Cholesterolverlagers vallen wel onder de algemene verhoging van het remgeld (zie verder).
Terug naar bovenOok het algemene remgeld ging omhoog
De overheid heeft besloten om een nieuwe procedure in te voeren, de zogenaamde "Early and Equitable Fast Access", die snellere toegang moet geven tot innovatieve geneesmiddelen. Deze procedure zou gebruikt worden voor medicijnen die een onvervulde medische nood beantwoorden of een duidelijke meerwaarde bieden.
Om dit te kunnen financieren, wordt het remgeld voor veel geneesmiddelen verhoogd.
Deze geneesmiddelen worden duurder
Het minimale remgeld voor geneesmiddelen in de apotheek wordt verhoogd.
- Gewone patiënten betalen voortaan minstens € 2 remgeld.
- Mensen met verhoogde tegemoetkoming betalen voortaan minstens € 1 remgeld.
Deze maatregel treft voornamelijk geneesmiddelen uit categorie A, die als essentieel worden beschouwd, en sommige geneesmiddelen uit categorie B met een zeer laag remgeld.
Concreet valt een essentieel geneesmiddel zoals insuline, dat onder terugbetalingscategorie A valt, onder deze maatregel. Voortaan wordt voor alle vormen van insuline een minimumbedrag aan remgeld aangerekend, ongeacht of de patiënt type 1 of type 2 heeft, en al dan niet deelneemt aan een diabeteszorgprogramma.
In totaal vallen ongeveer 1 500 verpakkingen van geneesmiddelen onder dit verhoogde remgeld. Volgens het Riziv zou deze maatregel 26,2 miljoen euro aan besparingen opleveren, die worden besteed aan de nieuwe procedure voor snelle toegang en aan de uitbreiding van het systeem van de maximumfactuur.
Terug naar bovenOns standpunt over deze besparingen
Kosten bij de patiënt leggen, is geen goede oplossing
Wij vinden het niet juist om de financiële gevolgen van overconsumptie bij de patiënten te leggen, des te meer omdat deze geneesmiddelen alleen op doktersvoorschrift te koop zijn.
Impact voor patiënten
Voor patiënten die maar één geneesmiddel nemen, blijft de financiële impact wellicht beperkt. Maar veel patiënten nemen langdurig verschillende geneesmiddelen die door deze maatregelen getroffen worden.
De hogere persoonlijke bijdrage kan ertoe leiden dat sommige patiënten noodzakelijke behandelingen uitstellen of stopzetten, met mogelijk negatieve gevolgen voor hun gezondheid.
De Belgische patiënt betaalt nu al een groter aandeel van zijn gezondheidskosten dan in veel andere Europese landen, en door nog meer kosten te verschuiven naar de patiënt, komt de betaalbaarheid van onze zorg nog meer onder druk gezet.
Remgeld niet effectief tegen overconsumptie
Volgens het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg zijn directe betalingen zoals remgeld niet doeltreffend om overconsumptie tegen te gaan en correct gebruik van gezondheidszorg te stimuleren. Meer nog, zulke betalingen kunnen de rechtvaardigheid en efficiëntie van ons zorgsysteem ondermijnen.
Personen met verhoogde tegemoetkoming vormen bovendien een kwetsbare groep. Zij zijn gevoeliger voor prijsstijgingen, wat vragen oproept over de billijkheid van deze besparingsmaatregel. Bovendien worden zij, bijvoorbeeld bij PPI's, proportioneel zwaarder getroffen door het verhoogde remgeld.
Terug naar bovenConclusie: de belangrijkste veranderingen in 2026
De belangrijkste getroffen geneesmiddelen
De maatregelen raken onder meer protonpompremmers, cholesterolverlagende middelen en een breed gamma aan essentiële geneesmiddelen waarvoor het remgeld verhoogd wordt.
De patiënten die het meest getroffen worden
Patiënten die langdurig meerdere geneesmiddelen nemen, zullen hun factuur aanzienlijk zien stijgen. Voor personen met verhoogde tegemoetkoming stijgt de factuur voor de meeste geneesmiddelen minder dan bij gewone verzekerden, maar zij zullen de verhoging waarschijnlijk wel harder voelen omdat ze minder financiële middelen hebben.
Aandachtspunten voor patiënten
Hoewel het terecht is om te willen streven naar gepaster geneesmiddelengebruik, dreigt deze methode te leiden tot een algemene kostenstijging voor patiënten. Dit verhoogt op zijn beurt het risico dat mensen zorg gaan uitstellen of weigeren, wat op termijn negatieve gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid én voor de ziekteverzekering, die dan mogelijk voor duurdere behandelingen zal moeten opdraaien.
Terug naar boven