Nieuws

Banken blijven slechte raadgevers

06 mei 2014
slechte raadgevers

"Ik wil een som geld beleggen, wat raadt u me aan?" Die vraag stelden onze medewerkers in tientallen bankkantoren. Bijna de helft van de beleggingsadviseurs gaf ons slecht advies. Vaak hielden ze te weinig rekening met het profiel van de klant.

Slecht advies in de helft van de gevallen

Alles bij elkaar genomen gaven de bankadviseurs in bijna de helft van de gevallen slecht beleggingsadvies.

Een derde van de kantoren vroeg niet naar de doelstelling van de belegging, de termijn, het bedrag of het risico dat de klant bereid was te nemen. Deze vragen zijn nochtans essentieel om aangepast advies te geven na een eerste onderhoud.

De banken KBC/CBC, Belfius en BNP Paribas Fortis hebben gemiddeld de meeste vragen gesteld. Zij halen dan ook de hoogste scores op het criterium "profiel bepalen".

Foute belegging

Onze medewerker heeft een defensief profiel. De bank moet dus een risicoloze belegging voorstellen. Het liefst een spaarrekening, of eventueel een kasbon of termijnrekening, maar niet langer dan 3 jaar. Het zou immers kunnen dat de belegger na 4 jaar zijn geld nodig heeft. Toch bleken heel wat adviseurs die termijn in de wind te slaan. Een belegging met kapitaalsgarantie op langer dan 5 jaar voldeed ook niet, en ook hier gingen verschillende adviseurs uit de bocht. Enkele adviseurs vonden zelfs een belegging zonder kapitaalsgarantie oké. Een spaarverzekering is ook een slecht idee. Indien belegd op minder dan 5 jaar, knibbelen de kosten en taksen een flink stuk van de opbrengst af.

Waarom zoveel slechte adviezen?

Het aantal goede adviezen verschilt duidelijk van het ene kantoor tot het andere. Hoe komt het dat zoveel bankiers de bal compleet misslaan? Er zijn verschillende mogelijke verklaringen.

  1. Sommige banken beschikken over een heel breed gamma aan risicovolle producten. De adviseur zou dan sneller geneigd kunnen zijn om die aan te bevelen. Maar dat was in ons geval dus juist niet de bedoeling.
  2. Schiet de vorming van het personeel tekort? De banken en de overheid hebben de mond vol van de financiële opvoeding van de consument, maar ze kunnen beginnen met hun eigen beleggingsadviseurs. De resultaten van ons onderzoek doen ons twijfelen aan de waarde van de vorming van het personeel, en aan de manier waarop de kwaliteit van het advies wordt gecontroleerd op het terrein, in de bankkantoren.
  3. Worden de adviseurs soms beïnvloed door hun oversten die druk uitoefenen om het "product van de maand" te verkopen? De vraag is gegrond, want helaas is het vergoedingssysteem van de adviseurs nog steeds verre van transparant. Het lijkt er sterk op dat de verkoopdoelstellingen voor het bankpersoneel de adviseurs in de rol van verkopers duwt.
  4. We weten dat de banken een vergoeding krijgen in de vorm van retrocessies voor de verkoop van bepaalde beleggingen. Vanzelfsprekend leidt dat tot een conflict tussen het streven naar een hogere omzet en de belangen van de klant. En dat is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het advies.