Voeding en gezondheid onder de loep van logo TA
Dossier

Carpaletunnelsyndroom: Behandeling

22 april 2014
Carpaletunnelsyndroom

22 april 2014

Regelmatige hinder door tintelende, verdoofde of pijnlijke vingers kan wijzen op het carpaletunnelsyndroom (CTS). Gelukkig is die aandoening te behandelen, al dan niet operatief.

Behandeling

Voor patiënten met lichte tot matige klachten wordt in de eerste plaats gekozen voor niet-operatieve behandelingen. Vaak is het probleem daarmee van de baan.

Een brace

's Nachts een brace dragen, kan helpen. Constant een brace dragen, dus dag en nacht, levert echter geen noemenswaardig voordeel op. Wel moet u de brace vrij lang dragen om de symptomen te doen afnemen. Op die manier kan een brace een operatie uitstellen of zelfs overbodig maken, zeker bij patiënten met slechts milde klachten.

 

Medicatie

Is er na twee tot drie maanden geen verbetering merkbaar, dan kan een lokale inspuiting (infiltratie) met corticosteroïden de klachten een tijdlang verlichten (1 tot 3 maanden). In zeldzame gevallen kan door de infiltratie echter de zenuw worden geraakt of de pees scheuren. Sommige mensen verkiezen orale medicatie boven een infiltratie, maar die is minder doeltreffend en kan ook bijwerkingen hebben (zoals misselijkheid, angst, slapeloosheid of hoofdpijn). Ontstekingsremmers, vochtafdrijvende middelen en vitamine B6 (pyridoxine) geven volgens de beschikbare gegevens trouwens geen enkel nut bij de behandeling van het CTS.

 

Andere niet-operatieve behandelingen

Ook voor de doeltreffendheid van andere behandelingen bestaan er weinig tot geen bewijzen. Kinesitherapie (oefeningen om de handwortelbeentjes te bewegen) en yoga lijken de klachten te verminderen. Maar de werkzaamheid van ultrasone trillingen, massages, acupunctuur en elektrische stimulatie staat ter discussie.

 

Een operatie

Als de genoemde behandelingen niets uithalen en u met matige tot ernstige klachten blijft kampen, kan een operatie worden overwogen om de druk in de carpale tunnel voorgoed weg te nemen. Dat gebeurt door het dikke ligament dat het kanaal bedekt, via een klassieke operatie of een kijkoperatie door te snijden en zo de middenzenuw vrij te maken. Meestal vindt deze operatie plaats onder lokale of regionale verdoving en vergt ze slechts een korte ziekenhuisopname (dagkliniek).

Bij een klassieke operatie is het litteken groter, want de insnede in de pols is ongeveer vijf centimeter groot, zodat de te behandelen zone openligt. Op die manier zijn ook eventuele verborgen afwijkingen (zoals een cyste) gemakkelijk op te sporen en is het risico op kwetsuren beperkt. Bij een kijkoperatie of zogenaamde endoscopische operatie wordt via één of twee kleine insneden in de pols een fijne flexibele buis met een lampje en een minicamera (endoscoop) ingebracht. Zo kan de chirurg de te behandelen zone op het scherm zien en het ligament doorsnijden met een speciaal instrument. Dit mag enkel door een ervaren chirurg worden gedaan. Na deze ingreep kan de patiënt waarschijnlijk weer sneller aan het werk dan na een klassieke operatie.

Opgelet echter, een operatie is nooit zonder risico's en er kunnen altijd complicaties optreden: beschadiging van de zenuw, postoperatieve infecties, een bloeding of een pijnlijk litteken. Niettemin biedt een operatie kans op een blijvend en meestal volledig herstel. Meer dan 80% van de patiënten die een operatie ondergingen, is daar inderdaad tevreden over, ongeacht de soort van ingreep.