Nieuws

BeTransparent niet transparant genoeg

28 april 2022

Het gonst in de media over "BeTransparent" tijdens het OpenPharma-onderzoek. Maar wat is dat nu eigenlijk? En hoe zit het met het gebrek aan transparantie over de financiële relaties - en de enorme bedragen! - tussen de farma's en de gezondheidszorg? Wij klaren een en ander uit.

Sinds 2017 zijn farmaceutische bedrijven verplicht hun uitgaven die naar de gezondheidszorg vloeien bekend te maken. Dat wordt geregistreerd en gepubliceerd via een register dat de naam draagt van de doelstelling van deze operatie: BeTransparent (.be). Maar is dit register werkelijk zo transparant als de naam doet vermoeden?

Verschillende Belgische media bundelden zich en voerden een gezamenlijk onderzoek met als codenaam Open Pharma. Ze pluisden het register over de periode 2017-2020, wat neerkomt op meer dan 130 000 transacties (875 miljoen euro).

Ook jij ervaart de gevolgen

Dit "transparantieregister" moet licht moet werpen op de weelderige banden tussen de Big Pharma enerzijds en de verschillende actoren in onze gezondheidszorg anderzijds. Het kan dan gaan over ziekenhuizen, artsen- of patiëntenverenigingen, artsen, enzovoort. Het register is voor het grote publiek echter nog relatief onbekend. En toch krijg jij als consument vaak direct te maken met de gevolgen van dergelijke banden. Ze kunnen verklaren waarom je soms geneesmiddel X in plaats van Y voorgeschreven krijgt, of zelfs een heupprothese V laat plaatsen en niet W. Nog niet helemaal mee? Laten we even bij het begin beginnen.

Wat zijn deze financiële banden?

Reiskosten voor het bijwonen van wetenschappelijke conferenties, sponsoring van medische manifestaties, honoraria of kosten voor adviesverlening, schenkingen en subsidies voor ondersteuning, vergoedingen voor conferenties of deelname aan rondetafelgesprekken, het schrijven van wetenschappelijke publicaties, klinische studies, enz. Er circuleert heel wat geld tussen de farmaceutische wereld (de geneesmiddelenindustrie, maar ook die van medische hulpmiddelen zoals implantaten) en die van de gezondheidswerkers.

De overheidsinstanties wilden dan ook maar wat graag een licht werpen op deze zaak met de oprichting van het register in 2017. Ze wilden zo deze financiële transfers in kaart brengen en transparantie waarborgen. Het gaat dan ook over grote bedragen. Over de vier jaar (2017-2020) die door Open Pharma zijn onderzocht vloeide er bijna 900 miljoen euro naar meer dan 30.000 organisaties en zorgverleners in België.

Bron: Knack

Transparantie ... met een ontransparant kantje!

Er kunnen wel een aantal punten van kritiek op dit register worden geformuleerd, en aanbevelingen dringen zich dan ook op.

  • Echt bestuur in plaats van "zelfbestuur"
    De overheid delegeert, via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen (FAGG), een groot deel van zijn taken aan een zelfregulerend orgaan, MDeon. Het is echter aan onze overheden om deze taak zelf op zich te nemen, in plaats van deze te delegeren aan een organisatie bestaande uit vertegenwoordigers die allen bij deze geldstromen betrokken zijn en er belang bij hebben (= zelfregulering). Controles en sancties vallen in theorie onder de verantwoordelijkheid van het FAGG, maar het journalistieke onderzoek van Open Pharma toont aan dat deze overheidsinstantie haar rol niet vervult.

  • Aanvulling van cruciale gegevens die tot nu toe ontbraken
    • Voordelen die in de wet als "verwaarloosbaar" worden beschouwd, zoals de kosten van maaltijden en drankjes bij wetenschappelijke bijeenkomsten of professionele geschenken van "zeer geringe" waarde, worden niet geregistreerd. Om te beginnen zijn deze bedragen niet voor iedereen "verwaarloosbaar" (we hebben het over ongeveer 50 euro per voordeel), maar bovendien hebben studies aangetoond dat dergelijke voordelen, zelfs van beperkte waarde, een wederkerige relatie kunnen doen ontstaan en een invloed kunnen hebben, vaak op een onbewuste manier.

    • Een "zwarte doos" in onderzoek & ontwikkeling
      Volgens het Open Pharma-onderzoek wordt 60% van de middelen besteed aan onderzoek en ontwikkeling. Maar wat de bedrijven hieraan uitgeven, is een soort zwarte doos, want in werkelijkheid moeten zij alleen een totaal bedrag aan uitgaven per jaar declareren, zonder enige details.

      Hoewel samenwerking uiteraard nuttig kan zijn voor onderzoek en ontwikkeling en veel voordelen voor de samenleving kan opleveren, is transparantie van essentieel belang. Maar moeten we niet kunnen weten welke studie, welk ziekenhuis, welke specialist en hoeveel geld er precies mee gemoeid is? Zo zou onder meer kunnen worden nagegaan of deze bedragen redelijk zijn en of de uitgaven in verhouding staan tot de behoeften inzake volksgezondheid.

    • Bovendien geeft het register geen informatie over de financiële belangen van zorgverleners in een bepaald bedrijf en/of product. Een voorbeeld hiervan is een arts die specialist is op een bepaald gebied en die betrokken is bij de ontwikkeling van een product en daarvoor royalty's ontvangt.

Hoe transparant zijn de vergoedingen die zorgverleners ontvangen?

  • Ten slotte worden te veel bedragen alleen gerapporteerd op het niveau van de zorginstelling, niet op het niveau van de zorgverlener. Meer gedetailleerde gegevens zijn nodig. Bovendien wordt alleen de naam van de sponsor vermeld en niet bijvoorbeeld het product of de ziekte/aandoening waarvoor de financiële middelen worden betaald. Het is dus onmogelijk om bijvoorbeeld te weten voor welke producten de farmaceutische bedrijven veel geld uitgeven en voor welke artsen en ziekenhuizen het meeste geld ontvangen.

Een toegankelijkere website graag!

De website van het Transparantieregister is op zijn zachtst gezegd niet erg gebruiksvriendelijk. De gegevens kunnen bijvoorbeeld niet worden gedownload, iets wat bij een soortgelijk register in de VS wel mogelijk is. En dat biedt opties voor verder onderzoek. Bovendien zijn de gegevens bij ons slechts beschikbaar voor een periode van drie jaar ... 

De homepage van de website BeTransparent.be.

Deze aspecten zijn nochtans cruciaal om onderzoek naar verschillende aspecten mogelijk te maken. En die resultaten kunnen dan weer inspireren tot verdere actie. Zo hebben studies in de Verenigde Staten een verband aangetoond tussen dergelijke financiële relaties en een lagere kwaliteit van voorschriften van artsen, zoals het vaker voorschrijven van merkgeneesmiddelen, waaronder ook van dure medicijnen met een onzekere meerwaarde. Dergelijke studies zijn ook in ons land van belang om het risico van beïnvloeding nader te onderzoeken en te documenteren.

Transparantie, maar geen actie

Transparantie is een eerste stap. Maar we moeten er nog steeds iets mee doen ... En dat lijkt voorlopig nauwelijks het geval te zijn. Dus hoe pakken we het potentiële risico aan dat Big Pharma onze zorgverleners beïnvloedt?

Maatregelen en acties zijn nodig om ervoor te zorgen dat het niet alleen bij (gedeeltelijke) transparantie blijft en dit register niet als een excuus wordt gebruikt om verder niets te hoeven doen. De informatie op de website suggereert dat alleen al transparant zijn een garantie is voor onafhankelijkheid... Dit is duidelijk niet juist: het transparant maken van financiële transfers zal het risico van mogelijke beïnvloeding niet wegnemen!

Interacties tussen de farmaceutische industrie en de medische sector zijn weliswaar van cruciaal belang, maar mogen de onafhankelijkheid van deze laatste niet in de weg staan. Hoewel samenwerking uiteraard nuttig is voor onderzoek en ontwikkeling omdat zij de samenleving veel voordelen kan opleveren, zijn er bij andere vormen van financiering meer vraagtekens te plaatsen. Het is bij voorbeeld niet aan de industrie om te betalen voor de navorming van artsen, noch om financieel bij te dragen aan de organisatie van congressen.

Het is een illusie te geloven dat farmaceutische bedrijven zulke grote sommen geld belangeloos uitgeven, zonder er enig voordeel uit te halen. Wat is het voordeel? Bijvoorbeeld door de verkoop te verhogen van bepaalde producten die niet de beste keuze op de markt zijn.

De geldstromen naar de medische wereld moeten worden herzien en er moeten alternatieve systemen worden opgezet.