Nieuws

Een betere was? Leer de betekenis van de symbolen op kledingslabels kennen

15 juli 2022
hand houdt kledinglabel met symbolen voor wassen, drogen en strijken vast

Als je ooit na het wassen, drogen of strijken met een kleiner of verbrand kledingstuk achterblijft, is het belangrijk om je eens te verdiepen in de wassymbolen van jouw kleren. Het etiket in je kleding bevat waardevolle hints. Leer wat ze betekenen.

De symbolen met was-, droog- en strijkinstructies op de etiketten van kleding zijn in alle EU-landen hetzelfde en zijn op internationaal niveau betrekkelijk gestandaardiseerd.

Kledingfabrikanten zijn niet verplicht deze informatie op de etiketten te vermelden, maar ze zijn wel vaak te vinden, om verkeerd gebruik van kleding te voorkomen.

Symbolen voor wasgoed


1. Wasbaar.

2. Kan niet gewassen worden. Voorwerpen kunnen gevoelig zijn voor waswater of te groot zijn voor huishoudelijke wasmachines.

3. Normale machinewas, op de aangegeven maximum temperatuur: tussen 30°C (in het voorbeeld) en 95°C.

4. Machinewas op de aangegeven maximumtemperatuur, maar met minder centrifugeren en vermindering van de hoeveelheid wasgoed in de wastrommel.

5. Machinewas op de aangegeven maximumtemperatuur, maar met verminderde was- en centrifugecycli. De hoeveelheid wasgoed in de trommel van de machine mag niet meer dan tweederde van de maximale capaciteit bedragen.

6. Handwas op een temperatuur van niet hoger dan 40°C, afhankelijk van het kledingstuk. Begin met het oplossen van een mild schoonmaakmiddel in een bak water. Laat de stoffen het water absorberen en schud ze voorzichtig; niet wrijven, trekken of wringen. Spoel de stoffen vervolgens grondig uit, druk ze voorzichtig aan om overtollig water te verwijderen en rek ze voorzichtig uit om de vorm te herstellen. Behandel gekleurde en gevoelige voorwerpen snel. Als je wasmachine een "handwas" programma heeft, was dan koud.

7. Het kledingstuk mag worden uitgewrongen

8. Het kledingstuk mag niet worden uitgewrongen.

9. Je kunt elk type bleekmiddel voor de was gebruiken, op chloorbasis (zoals bleekwater) of op zuurstofbasis.

10. Bleken is alleen mogelijk met producten op basis van zuurstof.

11. Het kledingstuk is niet geschikt voor bleken of voorbehandeling van vlekken met chloor- of zuurstofhoudende producten. Controleer voor gebruik het etiket van schoonmaakmiddelen.


Vergelijk wasmachines


Symbolen voor het drogen van wasgoed

 
12. Kan in de droogtrommel op de hoogste temperatuur.

13. Niet in de droogtrommel.

14. Je kunt drogen in de droogtrommel op een korte cyclus en verlaagde temperatuur.

15. Kan in de droogtrommel op een cyclus van normale duur en temperatuur (tot 80°C).

16. Kan in de droogtrommel voor lange duur en hoge temperatuur cyclus.

17. Kan in de droogtrommel zonder warmte.

18. Je kunt drogen in de droogtrommel op een fijnwasprogramma.

19. Kledingstukken kunnen zowel binnen als buiten worden opgehangen.

20. Drogen aan de waslijn na normaal wassen (vooral felle kleuren).

21. Droog aan de waslijn na een korte droogbeurt, leg de kledingstukken plat neer zodat ze niet kreuken (vooral gewatteerde kledingstukken, jassen, slaapzakken, zijden hemden, enz.)

22. Kledingstukken kunnen worden opgehangen, maar moeten in de schaduw worden bewaard.

23. Drogen in de schaduw na het wassen. Voorzien voor textiel dat kan verkleuren of vergelen in de zon.

24. Drogen in de schaduw na het wassen zonder voorafgaand centrifugeren in de machine (vooral delicate stoffen zoals zijde).

25. Drogen op een vlakke ondergrond. Geschikt voor wol, breisels en stoffen die door hun gewicht vervormd kunnen raken.

26. Drogen op een vlakke ondergrond zonder voorafgaand machinaal spinnen. Geschikt voor uiterst breekbare of fijne wolsoorten (kasjmier of alpaca).

27. Drogen in de schaduw op een vlakke ondergrond. Geschikt voor wol en delicate stoffen.

28. Drogen in de schaduw op een vlakke ondergrond zonder voorafgaand machinaal centrifugeren.
 

Vergelijk droogkasten


Symbolen voor het strijken van kledingstukken

29. Strijken bij lage temperatuur (tot 110 ºC) en bij voorkeur zonder stoom. Geschikt voor polyacryl, polyamide (nylon) of acetaatstoffen. Voor donkere kledingstukken of kledingstukken die kunnen gaan glimmen door de druk, strijk je binnenstebuiten of gebruik je een dunne katoenen handdoek.

30. Strijken bij middelhoge temperatuur (tot 150ºC). Geschikt voor wol, zijde, polyester of viscose. Gebruik een licht vochtige katoenen handdoek op de stof. Stoom kan gebruikt worden, maar druk niet te hard.

31. Strijken bij hoge temperatuur (tot 200 ºC). Geschikt voor katoenen of linnen stoffen, die nog licht vochtig moeten zijn. Stoom kan gebruikt worden. Voor donkere voorwerpen of voorwerpen die kunnen glimmen door de druk, strijk je binnenstebuiten of gebruik je een dunne katoenen handdoek.

32. Niet strijken.

33. Niet met stoom strijken.

Vergelijk strijkijzers


Symbolen voor professionele reiniging

34. Stomerij. De letter binnen de cirkel geeft informatie over de oplosmiddelen of reinigingstechnieken die door de stomerij kunnen worden gebruikt (P voor perchloorethyleen of F voor benzine of andere koolwaterstoffen).

35. Normale reiniging met water, geen beperkingen.

36. Niet chemisch reinigen. Gebruik geen vlekkenverwijderaars die oplosmiddelen bevatten.