Dossier

Surroundformaten

24 juli 2007
Surroundformaten

24 juli 2007

Op de hoes van een dvd of VHS-videocassette staat altijd een aanduiding van de gebruikte geluidscodering. Maar wat is nu eigenlijk het verschil tussen bijvoorbeeld Dolby ProLogic, Dolby Digital en DSP?

Dolby ProLogic

De geluidsinformatie van videocassettes gaat naar de versterker via 2 analoge kanalen die in Dolby ProLogic I of II gecodeerd kunnen zijn (II is een verbeterde versie met een betere scheiding van de kanalen). Een decoder in de versterker moet de gecodeerde signalen splitsen vóór die naar de verschillende luidsprekers gaan.

Dolby Digital 5.1 of DTS

Wat dvd’s betreft, ontvangt de versterker het geluid in de vorm van digitale signalen, en die kunnen onder meer gecodeerd zijn in Dolby Digital 5.1 of DTS. In beide formaten zijn de 6 kanalen voor de verschillende luidsprekers digitaal opgenomen op aparte sporen. De decoder hoeft de kanalen dus niet meer te splitsen alvorens ze naar de luidsprekers te sturen. Die coderingstechniek verbetert de geluidskwaliteit uiteraard. DTS geeft een nog iets beter geluid dankzij een geringere compressie. Maar let op, want het DTS-formaat is niet op alle dvd's beschikbaar.

DSP

De DSP (Digital Sound Processor) is in feite geen surroundformaat, maar een geluidsdecoder die het mogelijk maakt om een stereogeluid (van een tv, radio, CD-speler, enz.) op een bepaalde manier de specifieke geluidssfeer van een muziekgenre mee te geven. De beschikbare DSP-mogelijkheden en -benamingen variëren van fabrikant tot fabrikant: Jazz Club, Classic, Theatre, Movie, Hall, etc. Alle geteste modellen hebben enkele DSP-mogelijkheden. In onze luistertest kwamen die niet allemaal even goed over. Probeer dus zelf uit wat u het best vindt klinken…


Afdrukken Versturen via e-mail