Nieuws

Te weinig huisartsen schrijven juiste pil voor

28 januari 2013 Gearchiveerd
te weinig huisartsen

28 januari 2013 Gearchiveerd

Huisartsen bieden niet genoeg advies en begeleiding bij een eerste pilvoorschrift en schrijven maar zelden de juiste pil voor, zo blijkt uit ons onderzoek.

Het is duidelijk nuttig om zich goed te informeren alvorens beslissingen te nemen rond dergelijke belangrijke zaken: ons dossier Alles over anticonceptie kan u daarbij helpen.

In theorie is de anticonceptiepil bijna 100 % betrouwbaar. Eén miljoen Belgische vrouwen gebruiken ze. Maar bij fout gebruik is ze niet meer even veilig en sommige pillen houden meer risico in op veneuze trombose, klontervorming in de aders. Het is daarom onontbeerlijk dat de voorschrijvende arts de juiste begeleiding biedt en de meest geschikte pil voorschrijft. Helaas belooft ons recente scenario-onderzoek weinig goeds.

De helft schrijft een pil met meer risico’s voor

Wij stuurden vier meisjes van 19 à 20 jaar die “wilden starten met de pil” op pad naar 77 Belgische huisartsen. De meisjes noteerden vervolgens welke vragen hen werden gesteld, of hun bloeddruk werd gemeten en welk advies ze kregen.

Omdat het risico op veneuze trombose bij pillen van de derde en de vierde generatie twee maal hoger is, moeten artsen volgens de medische richtlijnen een tweede generatiepil zoals Nora-30 of Microgynon 30 voorschrijven. Slechts een minderheid van de 77 bezochte huisartsen deed dit effectief. De helft schreef daarentegen toch een pil van de derde generatie voor (bv. Deso 20 of Mercilon) en een derde koos voor pillen van de vierde generatie (bv. Yasmin of Zoely), die duur zijn.

Heel wat huisartsen houden wél rekening met de prijs van de pil en schrijven een pil voor die volledig gratis is voor meisjes tot en met 20 jaar. Helaas zijn dit vaak derde-generatiepillen, die niet ideaal zijn. En dat terwijl niet alle tweede-generatiepillen gratis zijn, hoewel ze volgens de medische richtlijnen wél de eerste keuze zijn.

Advies moet beter

De bezochte artsen controleerden ook te weinig of pilgebruik eigenlijk wel was aangewezen. Twee op de vijf artsen stelden te weinig vragen naar eventuele risicofactoren, terwijl pilgebruik in bepaalde gevallen is afgeraden. De artsen moesten ook polsen naar medicatie, rookgedrag en maandstonden, en bovendien een bloeddrukmeting uitvoeren.

Aangezien fout gebruik het risico op een ongewenste zwangerschap verhoogt, is het onontbeerlijk dat de arts de basis uitlegt: hoe en wanneer de pil moet worden ingenomen, wat de mogelijke voor- en nadelen zijn, wanneer de pil niet langer betrouwbaar is, wat te doen bij een vergeten pil enz. Twee derde van de bezochte artsen vermeldde geeneens dat de pil niet beschermt tegen seksueel overdraagbare ziekten. Een op de drie dokters gaf over de hele lijn helaas te weinig advies.

Slechts één op de drie huisartsen voldeed aan verwachtingen

Artsen moeten de noden van de patiënt kunnen inschatten en degelijke begeleiding en advies bieden. Slechts 29 % van de bezochte huisartsen slaagde met glans in deze opzet. 35 % deed het redelijk en 36 % viel door de mand, ofwel omdat ze te weinig vragen stelden, omdat ze niet de eerste keuze voorschreven, omdat ze geen rekening hielden met de prijs of omdat ze niet genoeg uitleg gaven. Sommige artsen faalden zelfs op verschillende van deze aspecten.

Om de impact van bijscholing op de praktijk te maximaliseren, vinden wij dat er kwalitateitsindicatoren moeten worden ontwikkeld om te meten en te evalueren hoe artsen hun taak vervullen. Niet om die artsen achteraf aan de schandpaal te nagelen, wél om het mogelijk te maken de beste keuze en de meest verantwoorde behandeling voor patiënten ingang te doen vinden.


Afdrukken Versturen via e-mail