Nieuws

Hoognodig: meer middelen voor de geestelijke gezondheidszorg

11 mei 2020
geestelijke gezondheid

De coronacrisis treft ons niet alleen fysiek, maar ook psychisch. Wat moet de regering nú doen om te anticiperen op de golf van zorgvragen die er mogelijk aankomt? Morgen houdt de Kamercommissie Volksgezondheid hierover een eerste hoorzitting.

Naar aanleiding van de coronacrisis, verwachten psychologen en psychiaters een golf van zorgvragen die op ons afkomt. Is ons land daar voldoende op voorbereid? 
Mentaalwijs, een denktank die ijvert voor een performante geestelijke gezondheidszorg (waarin wij de consument vertegenwoordigen), vreest van niet. Vóór de coronacrisis waren de wachttijden voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) al lang. Als nu niet wordt ingegrepen, zullen ze nog langer zijn. 

Hoe moet de regering ingrijpen? Dat is het onderwerp van een eerste hoorzitting die de Commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen morgen houdt, op vraag van Mentaalwijs. Verschillende experts zullen er de toestand van GGZ bespreken, alsook mogelijkheden voor de (nabije) toekomst. 

Op 19 mei volgt een tweede hoorzitting. We zullen dit terplekke opvolgen in het parlement. Samen met Mentaalwijs, pleiten we voor een noodbudget om in de dringendste noden te voorzien. Maar ook op de lange termijn moet de regering voldoende centen voorzien. 

Wat loopt er mis? 

Betaalbare en toegankelijke zorg. Dat moet voor élke consument binnen handbereik zijn. Dat geldt uiteraard ook voor de geestelijke gezondheidszorg. 
Helaas is de GGZ op dit ogenblik niet zo toegankelijk als wij zouden willen. En dat zorgde al vóór de coronacrisis voor miserie. 

In het verleden stelden we in onze enquêtes meermaals vast dat geld een belangrijke hindernis is die mensen tegenhoudt om hulp te zoeken (zie bv. “Depressie en Angst. Zoek Hulp” in TG142). Dat is nog steeds een probleem. 

Met de terugbetaling van consultaties bij een geconventioneerde psycholoog, zette minister De Block een stap in de goede richting. Maar deze regeling blijft zeer beperkt en is niet goed gekend. Veel mensen komen niet in aanmerking. Dit project is een puzzelstuk in het uitermate complexe GGZ-zorgaanbod in ons land. Zelfs voor zorgverleners en beleidsmakers is het niet duidelijk wat er allemaal voorhanden is, stelt het KCE

Een ander knelpunt: de wachttijden in deze sector. Volgens de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg moeten mensen gemiddeld drie maanden (!) wachten op gepaste zorg. Sommige kinderen moeten zelfs meer dan een jaar geduld moeten oefenen om een diagnostisch onderzoek te krijgen. 

Ook niet onbelangrijk: het stigma dat nog steeds aan psychische problemen kleeft. Ook dat kwam in het verleden in onze enquêtes naar voor en is nog steeds relevant. Gaan mensen die ten gevolge van de coronacrisis last hebben van angst of ander psychisch lijden wel hulp durven vragen? Misschien moet er op dat vlak extra sensibilisering worden voorzien.

Meer dan 1 miljard euro extra nodig

Dat er één en ander beter kan in de GGZ, verbaast niet. Deze sector is al lang ondergefinancierd. 

In ons land vloeit slechts 6% van de gezondheidszorguitgaven naar de GGZ. Volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) moet dat minstens 10% zijn. Dat komt neer op meer dan 1 miljard euro extra die nodig zijn. De 25 miljoen euro die Wouter Beke in Vlaanderen onlangs ter beschikking stelde, is daar een peulschil van.

De federale regering heeft maatregelen getroffen om bedrijven zo goed mogelijk door deze crisis te loodsen. Nu is het moment om extra middelen te voorzien voor de GGZ én om een plan op te stellen om de middelen die er zijn zo efficiënt mogelijk te beheren. Dat is belangrijk voor de volksgezondheid, maar ook voor de economie. We weten ondertussen dat psychisch leed het absenteïsme verhoogt, de productiviteit ondermijnt en leidt tot stijgende medische kosten (zie “Meer middelen voor de geestelijke gezondheidszorg”).

Een uitgebreidere terugbetaling van klinisch psychologen en andere geestelijke gezondheidszorgberoepen, moet in onze ogen hand in hand gaan met de nodige opleiding en accreditering. Want in deze discussie mogen we ook de zorgkwaliteit niet uit het oog verliezen.