Dossier

Aanrijdingsformulier: 10 tips en 7 aandachtspunten

29 april 2019
Aanrijdingsformulier

29 april 2019

Ben je betrokken bij een ongeval? Dan is het belangrijk om het aanrijdingsformulier correct en volledig in te vullen. Zo ben je zeker dat alles vlot loopt met je verzekeraar. Ontdek de 10 tips en 7 aandachtspunten bij het aanrijdingsformulier.

Wat is een aanrijdingsformulier?

Het aanrijdingsformulier is het formulier dat je nodig hebt voor je verzekeraar. Na een ongeval vul je het document het best in samen met de tegenpartij.

Overwegen jullie een regeling in der minne? Ook dan is het verstandig om het aanrijdingsformulier in te vullen met de tegenpartij. Als het toch mis gaat, kun je het document dan later nog doorsturen naar je verzekeraar. Belangrijk: het aanrijdingsformulier kan ook gebruikt worden als er geen andere partij betrokken is.

Je kunt je aanrijdingsformulier ook elektronisch invullen met apps zoals Assisto of Crashform. Wil de tegenpartij zo'n app gebruiken, maar verkies jij een papieren aanrijdingsformulier? Je hebt altijd het recht om een digitaal formulier te weigeren.

Waarom is het belangrijk om het aanrijdingsformulier correct in te vullen?

  • Je verzekeraar zal het aanrijdingsformulier gebruiken om te bepalen welke partij aansprakelijk is voor het ongeval. Is het niet juist of onvolledig ingevuld? Dan zou dit aanleiding kunnen geven tot geschillen.
  • De schade kan sneller afgehandeld worden met een aanrijdingsformulier. Zelfs als de politie een proces-verbaal heeft opgesteld. Als slachtoffer zul je sneller de schadevergoeding ontvangen als alles meteen duidelijk is voor de verzekeraars.

10 tips voor een correct ingevuld aanrijdingsformulier

  1. Leg minstens 2 aanrijdingsformulieren in je auto. Bij een kettingbotsing zul je zowel met je voorligger als met je achterligger een formulier moeten invullen.
  2. Vul eventueel vooraf jouw gegevens in. Dat kunnen bijvoorbeeld je verzekeringsgegevens of je rijbewijsnummer zijn. Het bespaart je veel gedoe op een stressvol moment. 
  3. Zorg dat het tweede exemplaar van het doordrukformulier leesbaar is. Druk dus hard genoeg op je pen en gebruik nooit een potlood of uitwisbare inkt. Je schrijft ook best op een vaste ondergrond en in hoofdletters.
  4. Noteer zo snel mogelijk alle gegevens van de getuigen, dus naam, voornaam en het volledige adres (rubriek 5). Alleen een naam en een telefoonnummer volstaan niet! Voor de verzekeraar tellen bovendien enkel onafhankelijke getuigen, dus geen passagiers, familieleden, partners, personeelsleden enz.
  5. Noteer alle details van het ongeval en maak een situatieschets. Teken eerst een kladversie, bijvoorbeeld op het mapje van het formulier. Dat vergemakkelijkt het overleg met de tegenpartij en vermijdt onduidelijk gekrabbel. Duid voertuig A (linkerkant van het formulier) en voertuig B (rechterkant) aan en duid de voorkant aan met een driehoekje als motorkap. Vergeet ook niet de rijrichting aan te duiden (met een pijl). 
  6. Laat de tegenpartij zijn gegevens invullen en kijk alles goed na. Vooral de nummerplaat, de gegevens op de identiteitskaart, rijbewijs en verzekeringsgegevens op de groene kaart zijn belangrijk. Kloppen de gegevens niet? Dan haal je er het best de politie bij.
  7. Zet beiden je handtekening en geef een formulier aan de tegenpartij. 
  8. Vergeet de achterkant niet in te vullen. Je kunt dat thuis doen. Hulp nodig? Vraag het aan je verzekeringsmakelaar of -agent.
  9. Maak foto’s van de schade om bij het aanrijdingsformulier te voegen. Weet dat foto’s nuttig kunnen zijn als extra informatiebron, maar dat verzekeraars altijd voorrang geven aan de tekening.
  10. Bezorg binnen de 8 dagen het aanrijdingsformulier aan je verzekeraar.

7 aandachtspunten bij het aanrijdingsformulier

  1. Kruis in rubriek 12 Toedracht enkel een vakje aan wanneer het volledig overeenstemt met de situatie. Duid bij voorkeur 1 of helemaal geen vakje aan. Vergeet onderaan niet te vermelden hoeveel vakjes je hebt aangekruist. Opties 2, 4, 14 en 17b (“lette niet op het rode licht”) zullen bijna altijd aanleiding geven tot (minstens gedeeltelijke) aansprakelijkheid, zelfs als de schets of je opmerkingen in je voordeel spreken. Denk dus goed na over welke opties je aanduidt.
  2. Maak indien nodig een onderscheid tussen bestuurder (rubriek 6) en eigenaar (rubriek 9) van de auto. Gebruik de gegevens op het rijbewijs (voor de bestuurder) en op de groene kaart (voor de eigenaar).
  3. Noteer de locatie van het ongeval zo precies mogelijk (rubriek 2). Vermeld naast de gemeente ook de straatnaam en het huisnummer van het dichtst gelegen gebouw, of het nummer van de weg (bv. E40) en zo mogelijk de kilometerpaal.
  4. Noteer als contractnummer (onder rubriek 8) de volledige code uit vakje 4 van de groene kaart.
  5. Lees eventuele opmerkingen van de tegenpartij na en spreek ze tegen indien nodig (rubriek 14). Doe je dat niet, dan zullen de verzekeraars veronderstellen dat je akkoord gaat. 
  6. Onderteken niet wanneer je het oneens bent met de toedracht (rubriek 12) of de schets (rubriek 13). Laat in zo’n geval de politie komen als je zelf schade hebt. Zij zullen dan bemiddelen om het formulier in te vullen of het voor jou doen. De bestuurder die de verkeersovertreding beging en het ongeval veroorzaakte, riskeert dan wel een bijkomende boete als er een proces-verbaal van komt.
  7. Vertrek nooit zonder eigen exemplaar, ook als de andere partij je belooft er achteraf één te bezorgen. Je loopt anders het risico dat de tegenpartij nog ongewenste wijzigingen doorvoert voor hij of zij het document indient bij de verzekeraar.

Op zoek naar een goede autoverzekering?

Vergelijk met Test Aankoop Verzekeringen