Dossier

Robotmaaiers: je gras maaien zonder zorgen

03 maart 2021

Hoe een geschikt type robotmaaier kiezen, het toestel installeren en programmeren, en je gazon laten maaien in alle veiligheid: dat alles kom je te weten in dit dossier.

Een robotmaaier kan je het leven heel wat gemakkelijker maken, als je tenminste de tijd neemt om het te maaien grasperk zorgvuldig af te bakenen en de machine correct te programmeren. 

Concreet moet je het maaigebied veelal eenmalig afbakenen met een zgn. grensdraad. Die zendt signalen uit om aan te geven tot waar de maaier mag..

Grensdraad aanbrengen 

Het belangrijkste is dat je het werkgebied afbakent met een grensdraad. Aangezien dit een draad uit één stuk is, maak je beter eerst een tekening van je tuin om precies te bepalen waar de draad moet komen. Dat helpt om hem zo efficiënt mogelijk aan te bren- Het belangrijkste is dat je het werkgebied afbakent met een grensdraad. Aangezien dit een draad uit één stuk is, maak je beter eerst een tekening van je tuin om precies te bepalen waar de draad moet komen. Dat helpt om hem zo efficiënt mogelijk aan te brengen, zonder onnodige omwegen. Meestal wordt de grensdraad meegeleverd, maar indien nodig is die ook apart verkrijgbaar.

Breng je tuin dus tot in de kleinste details in kaart. Teken ook bloemperken en struiken in, want daar moet grensdraad omheen om de robot tegen te houden. Idealiter plaats je de grensdraad 20 cm van een struik, 30 cm van een muur, 5 cm van een gelijkliggend terras en 30 cm van een vijver of zwembad. Harde obstakels hoef je in principe niet af te bakenen. Dankzij de botssensor merkt de robot dat hij ertegenaan rijdt en keert hij automatisch om. De grensdraad kun je op de grond leggen of ingraven. Het eenvoudigst is dat je hem gewoon op de grond vastmaakt met klemmen.

Na verloop van tijd zal de draad niet meer zichtbaar zijn, omdat hij bedekt is door een mulchlaag (fijngesnipperd gras dat op de grond achterblijft en dienstdoet als bemesting voor de bodem). Als je de draad om de een of andere reden liever ingraaft, leg hem dan op een diepte van maximaal 20 cm (ideaal is 5 tot 10 cm). Plaats een pin om de 70 à 75 cm en zorg ervoor dat de draad altijd strakgespannen is.

TEKENING TUIN

Het laadstation slim plaatsen

Ook over de plaats van het laadstation en de transformator denk je beter twee keer na. Zet het laadstation indien mogelijk in een hoek of aan de rand van het gazon, onder een afdak (sommige merken hebben een speciaal afdakje voor robotmaaiers in hun aanbod) en in de buurt van een stopcontact.

Zorg ervoor dat de grensdraad minstens 2 meter langs elke kant van het laadstation ligt. Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond op grondhoogte, liefst niet in direct zonlicht, omdat de batterij minder lang meegaat als ze bij hoge temperatuur wordt opgeladen.

De transformator hoort thuis in een goed verluchte ruimte, liefst uit het zonlicht en onder een dak. Plaats hem dus bij voorkeur binnen, bijvoorbeeld in het tuinhuis of in de garage als die op de tuin uitgeeft. Hang hem aan de muur op minstens 30 cm van de vloer, zodat hij nooit in contact kan komen met water. Kijk dus in de eerste plaats waar er stopcontacten aanwezig zijn in de buurt van je gazon.

De robot programmeren

Tot slot moet je de robotmaaier nog programmeren. Ofwel kies je voor de automatische programmatie, ofwel bepaal je zelf de dagen en uren wanneer je het toestel wilt laten maaien, evenals de oppervlakte. Als je niet tevreden bent over het resultaat, kun je nog altijd een langere maaitijd instellen. Dat kan nuttig zijn als je een grote tuin of veel obstakels in je gazon hebt.

Sommige modellen beschikken over een internetverbinding. Deze toestellen maken soms gebruik van geavanceerde technologieën die te bedienen is via een app. Hiermee kun je de robotmaai- er laten bewegen zoals met een virtuele joystick. Een leuke troef voor technologiefanaten.

Voorts zijn heel wat robotmaaiers voorzien van een regensensor, een beveiligingscode en een antidiefstalalarm.

Altijd uitkijken

Laat je kinderen voor alle veiligheid liever niet in de tuin terwijl de robotmaaier aan het werk is. Het risico op een ongeval is nu eenmaal te groot. Je zou het programma bijvoorbeeld kunnen uitstellen of tijdelijk stopzetten zodat de robot niet werkt als de kinderen buiten spelen.

Zijn je kinderen nog klein en ben je bang dat ze op de grensdraad gaan kauwen? Dat zou natuurlijk niet wenselijk zijn, maar ook niet gevaarlijk. Dankzij de lage spanning is er immers geen gevaar voor elektrocutie. Maar wil je geen enkel risico nemen, dan kun je de draad ook ingraven.

Een model kiezen

Welk model je het best kiest, hangt vooral af van je budget (de prijzen variëren van € 500 tot € 2 600), de grootte van je tuin en het soort van gazon (lang gras, hobbelige of hellende ondergrond, aantal obstakels). Behalve twee modellen die ernstige veiligheidsproblemen vertonen, trekken alle geteste robotmaaiers zich overal uit de slag.

Onze test op droog gras van normale lengte weegt het meest door. Niettemin hebben we de robots ook in andere omstandigheden getest, namelijk op lang gras, vochtig gras, een hobbelig gazon en een hellend gazon. Let bij je keuze goed op de aanbevolen maximale maaioppervlakte en op het soort van gras waarvoor de toestellen geschikt zijn.

Naar de koopwijzer robotmaaiers 

Om het energieverbruik hoef je je geen zorgen te maken. Een robotmaaier kost maximaal € 35 per jaar aan elektriciteit. Dit is dus een overweging die je niet moet meetellen bij je keuze om al dan niet een robotmaaier te kopen.

Om een weloverwogen keuze te maken, raadpleeg je het best onze koopgids.

Grensdraad aanbrengen

Opdat de robotmaaier de maaiklus helemaal alleen zou kunnen klaren, moet je eerst het werkterrein voor de maaier bepalen door het bewuste gebied af te bakenen met een grensdraad. Met die draad vorm je een lus, bij voorkeur uit een stuk.

De grensdraad leg je op de bodem van het grasperk of graaf je in. De draad gewoon vastzetten met klemmen gaat het snelst. Maar als je je grasperk wilt verticuteren, is het toch beter om de draad in de grond in te graven tot maximaal 20 cm diep.

In een tuin kunnen heel wat obstakels in de weg staan: een bloemenperkje, een paal, een boom enz. Rond zaken als een bloemperk is het aangewezen om een lus met grensdraad aan te brengen. Bij een boom is dat niet nodig omdat de maaier daar dankzij zijn botssensor zal beseffen dat hij rechtsomkeer moet maken en een ander traject moet nemen. 

Robotmaaiers werken op een herlaadbare batterij. Als een maaier merkt dat zijn batterij bijna leeg is, keert hij terug naar het laadstation. Hij doet dit volledig autonoom aan de hand van een geleidedraad die signalen uitzendt. Bij voorkeur krijgt het laadstation een goed uitgekiende plaats in de tuin.

 

1. Terrein afbakenen met grensdraad 2. De grensdraad met klemmen vastzetten of ingraven. 3. Grensdraad aanbrengen rond een bloemperk; dat is niet nodig rond een boom. 4. De robotmaaier gaat zichzelf opladen in het laadstation. 5. Een kantelsensor voorkomt dat de robot kantelt op een helling.

 Allerlei snufjes

Robotmaaiers kunnen tal van sensoren bevatten:

  • sensoren die opvangen binnen welk gebied de maaier kan opereren;
  • een botssensor om harde obstakels zoals bomen te ontwijken;
  • een kantelsensor die moet beletten dat de maaier kantelt, bv. als de tuin flink afhelt;
  • een tilsensor. Als het toestel plots wordt opgetild, stopt hij vanzelf en komen de maaimessen ogenblikkelijk tot stilstand.

De meeste maaiers zijn bovendien uitgerust met een alarm dat moet afgaan als ze volledig geblokkeerd raken of als ze worden opgetild.

Verder worden de toestellen beveiligd met een pincode. Alleen met de juiste code krijg je de robot (weer) aan de praat. Die beveiliging is wel zeer relatief. Aan de andere kant kan een dief weinig aanvangen zonder het laadstation en zonder de transformator die normaal gezien is vastgemaakt aan een muur in het huis.

Geprogrammeerd of manueel aansturen

Je kunt het toestel programmeren om te bepalen wanneer — lees: welke dagen en uren en hoeveel keer per week — het toestel aan de slag moet. Als je dat te ingewikkeld vindt, kun je het toestel ook manueel starten. Dan moet je wel thuis zijn.

Sommige toestellen kun je zelfs besturen met een app op je smartphone of tablet.