Dossier

Roséwijnen: terug van weggeweest

30 april 2018
rosewijnen

30 april 2018

Na een tijdje gebukt te zijn gegaan onder een slechte reputatie is rosé helemaal terug van weggeweest. Om je nog beter in staat te stellen om een gepaste fles te kiezen, gaan we in dit dossier dieper in op het vinificatieproces, de bekendste productieregio's en de gebruikte druivensoorten voor roséwijnen. En we voegen er nog enkele serveer- en combineertips aan toe!

Hoe worden ze gemaakt?

Van bleek zalmrose tot diep framboos. Roséwijnen kunnen erg variëren van kleur. Die schakeringen zijn te danken aan de schil van de blauwe druiven waarvan ze gemaakt zijn. De wijn krijgt zijn kleur doordat de schillen van de blauwe druiven minder lang bij het sap blijven dan bij de bereiding van rode wijn. Hoe langer de schillen en het sap contact hebben, des te donkerder wordt de kleur en des te krachtiger de smaak van de rosé.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn roséwijnen dus geen mengsel van witte en rode wijn. Buiten Europa kan het wel maar komt het niet zo vaak voor. In Europa is deze techniek echter verboden (behalve in Frankrijk voor rosé champagnes).

Hieronder beschrijven we de twee belangrijkste vinificatiemethodes voor rosé: rosé de pressurage en rosé de saignée. Een derde manier is het gebruik van een speciaal type blauwe druiven met gekleurd sap ("cépages teinturier", zoals gamay teinturier en alicante bouschet), maar daar gaan we hier niet dieper op in.

beeld

Rosé de pressurage

Een eerste techniek is de rosé de pressurage of directe persing. De blauwe druiven worden eigenlijk op dezelfde manier behandeld als bij de productie van witte wijn. De rosé de pressurage is vooral populair bij sommige producenten in de Loirevallei en vooral in Sancerre. Het resultaat is een zeer lichte, delicate en fruitige roséwijn.
Het vinificatieproces voor rosé de pressurage in detail
  1. Oogst: De druiven worden met de hand of met de machine geoogst.

  2. Kneuzen en ontstelen: Kneuzen gebeurt om zoveel mogelijk sap (tot 60%) uit de druiven op te vangen zonder de steeltjes, schillen en pitten te pletten.

  3. Trage persing: De most (mengsel van schillen, pitten, druivensap en eventueel steeltjes) wordt direct geperst om zo veel mogelijk sap op te vangen. Bij de rosé de pressurage worden de druiven erg langzaam geperst, zodat het sap de tijd krijgt om zijn typische kleur te krijgen. Dit levert roséwijnen op met een lichte kleur, doordat er enkel in de pers kort contact is geweest tussen de schillen en het sap.

  4. Alcoholgisting: Na de trage persing krijgt het mengsel de tijd om te gisten, zodat de suikers zich kunnen omzetten tot alcohol.

  5. Malolactaatgisting en tanklegering: De malolactaatgisting is een tweede bacteriële gisting waarbij het scherpe appelzuur in de wijn wordt omgezet in het zachtere melkzuur. Voor wijnen die snel gedronken zullen worden is deze gisting niet noodzakelijk. Voor roséwijnen is er vaak geen tweede gisting. Na het gisten kan de wijn ook opgeslagen worden in roestvrij stalen tanks voor rijping.

  6. Vatlagering: Bewaarwijnen worden soms voor een bepaalde periode gerijpt in eikenhouten vaten of foeders.

  7. Afwerking: Uiteindelijk wordt de wijn gefilterd en gebotteld of verpakt voor verzending en verkoop.

Rosé de saignée

Daarnaast is er ook de rosé de saignée of korte inweking. Hier is de rosé eigenlijk een bijproduct van rode wijn. Over het algemeen zijn rosé's de saignée donkerder van kleur en hebben ze meer tannines dan die van de pressurage-methode.

Het vinificatieproces voor rosé de saignée in detail
  1. Oogst: De druiven worden met de hand of met de machine geoogst.

  2. Gedeeltelijk aftappen (lekwijn): Na de oogst worden de druiven meteen in een gistingstank gestort. Deze fase is identiek bij de productie van rode wijn, maar wordt vroegtijdig afgerond. Na circa 24u gisting laat men een deel van de rode wijn aflopen onderaan het vat (‘afbloeden’). Dit fruitige lichtgekleurde sap wordt dan verder afgewerkt als een witte wijn, om zo tot een roséwijn te komen.

  3. Alcoholgisting: Nadien krijgt het mengsel de tijd om te gisten, zodat de suikers zich kunnen omzetten tot alcohol.

  4. Malolactaatgisting en tanklegering: De malolactaatgisting is een tweede bacteriële gisting waarbij het scherpe appelzuur in de wijn wordt omgezet in het zachtere melkzuur. Voor wijnen die snel gedronken zullen worden is deze gisting niet noodzakelijk. Voor roséwijnen is er vaak geen tweede gisting. Na het gisten kan de wijn ook opgeslagen worden in roestvrij stalen tanks voor rijping.

  5. Vatlagering: Bewaarwijnen worden soms voor een bepaalde periode gerijpt in eikenhouten vaten of foeders.

  6. Afwerking: Uiteindelijk wordt de wijn gefilterd en gebotteld of verpakt voor verzending en verkoop.

Afdrukken Versturen via e-mail