VI. Betaalbare geneesmiddelen

De prijzen die farmaceutische bedrijven aanrekenen voor hun geneesmiddelen zijn niet houdbaar voor ons gezondheidszorgsysteem. Dit zou de terugbetaling van doeltreffende behandelingen in gevaar kunnen brengen. De overheid moet actie ondernemen om de spiraal van prijsstijgingen te doorbreken.

Vaststelling: de prijzen stijgen

Farmaceutische bedrijven vragen steeds vaker buitensporige prijzen voor hun nieuwe producten. Dat is vooral zo bij medicijnen voor ernstige aandoeningen zoals kanker en zeldzame ziekten. Zo kan het prijskaartje voor een behandeling tegen kanker oplopen tot zo'n € 100 000 per patiënt. Heb je een zeldzame aandoening, dan kan de rekening zelfs aantikken tot € 400 000. In elf jaar tijd zijn de kosten voor innovatieve geneesmiddelen tegen kanker verviervoudigd : van 140 miljoen euro per jaar tot ongeveer 600 miljoen euro per jaar. Bij geneesmiddelen tegen weesziektes zien we hetzelfde : een stijging van 80 miljoen tot wel 380 miljoen euro per jaar. Zulke hoge kosten wegen natuurlijk op ons gezondheidssysteem.

Uiteraard vereisen het ontwikkelen en op de markt brengen van nieuwe geneesmiddelen aanzienlijke investeringen van farmaceutische bedrijven. Echter, hullen grote farmabedrijven zich in stilzwijgen wanneer het gaat om het bekend maken van de werkelijke kosten. Ze laten echter niets los over het werkelijke bedrag van deze kosten. Bijkomend is het zo dat die investeringen in perspectief moeten worden geplaatst.

  • De fabrikanten dragen de kosten niet alleen. Een deel van het onderzoek naar nieuwe medicatie gebeurt aan universiteiten en wordt betaald met belastinggeld en met giften van organisaties zoals Stichting tegen Kanker en Kom op tegen Kanker. Bovendien genieten firma’s heel wat belastingverminderingen waarmee de overheid onderzoek wil stimuleren. Op die manier betaalt de maatschappij twee maal : via de steun voor het onderzoek en nadien voor de terugbetaling via de ziekteverzekering.
  • Als de kosten oplopen, komt dat gedeeltelijk doordat onderzoek en ontwikkeling niet op een efficiënte manier verlopen. Sommige onderzoeken zijn overbodig, omdat verschillende firma’s nagenoeg hetzelfde onderzoek verrichten zonder hun resultaten te delen. In sommige domeinen gebeurt er te veel onderzoek, in andere dan weer te weinig.

Onderhandelingen blijven geheim

Over de prijs wordt nog steeds op nationaal niveau onderhandeld volgens de regel ‘ieder voor zich’. Wanneer een land van mening is dat de prijs van een geneesmiddel te hoog is, geven bedrijven vaak een korting, op voorwaarde dat die geheim blijft. Dit systeem van geheime prijsverlagingen kan landen de indruk geven dat ze een goede deal hebben gesloten, maar ze kunnen dit op geen enkele manier controleren.

Ons gezondheidszorgsysteem is in gevaar

De zeer hoge kosten van nieuwe geneesmiddelen wegen uiteraard zwaar op de betaalbaarheid van ons gezondheidszorgsysteem. Misschien zal de overheid binnenkort niet meer in staat zijn om dure behandelingen die momenteel in ontwikkeling zijn te vergoeden. Het RIZIV schatte onlangs dat het budget van de ziekteverzekering in 2019 met een half miljard euro zou worden overschreden.

Vaak wordt de therapeutische meerwaarde niet aangetoond

Enerzijds rijzen de prijzen de pan uit, maar anderzijds ontbreekt het aan geneesmiddelen voor de meest dringende behoeften, bijvoorbeeld geen nieuwe antibiotica of geneesmiddelen tegen de ziekte van Alzheimer. Bovendien betekenen slechts 10 van de 92 nieuwe genees¬middelen van 2017 een echte vooruitgang ten opzichte van de bestaande producten, aldus de recente conclusie van het medisch tijdschrift Prescrire.

Aanbevelingen: (Test-Aankoop in samenwerking met Dokters van de Wereld en Kom op Tegen Kanker)

  1. De overheid (nationaal en Europees) moet klinische studies financieren die leiden tot betere behandelingen, en die leiden tot een betere inzet van de middelen (bijv. over de optimale duur van een behandeling met een duur geneesmiddel). Bestaande programma’s van financiering, zoals de studies gesteund door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg moeten verder uitgebouwd worden.

  2. Op Europees niveau moeten beloftevolle initiatieven over andere organisatievormen van geneesmiddelenontwikkeling en andere financieringsvormen (push-financiering, of directe steun aan onderzoek, en pull-financiering, of beloningen voor afgewerkte geneesmiddelen of mijlpalen in de geneesmiddelenontwikkeling) in de praktijk gebracht worden.

  3. Bij de toekenning van publieke middelen voor biomedisch onderzoek moeten de medische en maatschappelijke noden een belangrijke rol spelen. Er moet hiertoe een lijst van prioriteiten opgesteld worden, op een wetenschappelijk verantwoorde en transparante manier, met vertegenwoordiging van alle relevante stakeholders zoals ook patiënten en burgers. Deze lijst moet ook een signaal betekenen om het onderzoek van firma’s beter te sturen.

  4. Publieke financiers van onderzoek moeten voorwaarden opleggen die de betaalbaarheid en beschikbaarheid garanderen van de geneesmiddelen waaraan ze een bijdrage geleverd hebben. Deze voorwaarden moeten opgenomen worden in overeenkomsten die de overheid rechtstreeks afsluit met onderzoekers en/of firma’s. Daarnaast moeten de overheid en de onderzoeksinstellingen een gemeenschappelijk raamwerk voor maatschappelijk verantwoord licentiëren door onderzoeksinstellingen afspreken en toepassen. Overheden en onderzoeksinstellingen moeten de toepassing van de afgesproken principes monitoren en maatregelen nemen wanneer deze geschonden worden.

  5. De middelen van de overheid zijn beperkt. Daarom moeten we slimme keuzes maken. Dat betekent dat de overheid soms “neen” moet zeggen tegen een geneesmiddel of tegen de prijs die een farmaceutisch bedrijf vraagt voor zijn geneesmiddel.Te meer wanneer er weinig of geen therapeutische meerwaarde kan aangetoond worden voor het geneesmiddel in kwestie.

  6. Opdat de overheid legitieme keuzes kan maken, moet ze bij het bepalen van haar beslissingscriteria rekening houden met de voorkeuren van de burgers. In de toekomst moeten geregeld burgerlabo’s georganiseerd worden, zodat beslissers in de ziekteverzekering feedback krijgen over hun werkwijze. Bovendien moeten pilootprojecten in de commissies van het RIZIV nagaan hoe beslissingen rekening kunnen houden met de voorkeuren van de burger.

  7. Europese lidstaten moeten hun krachten bundelen om te onderhandelen met de farmaceutische firma’s over prijzen, toegang en terugbetaling. De samenwerkingsverbanden die zich sinds enkele jaren in verschillende regio’s vormden zoals Benelux moeten geleidelijk uitgebreid worden, om op langere termijn samen te evolueren naar een prijsonderhandeling op Europees niveau

  8. Als de volksgezondheid in gevaar is, bijvoorbeeld omdat een geneesmiddel zo duur is dat de overheid het niet meer kan betalen, moet de overheid dwanglicenties toepassen. Dit gebeurt best op het niveau van de Europese Unie of in een samenwerkingsverband van lidstaten. Er moet in de regelgeving met betrekking tot Europese octrooien dan ook een bepaling opgenomen worden die de wetgever van de Europese Unie het recht geeft dwanglicenties toe te passen.

  9. Het systeem van contracten om geheime prijskortingen te onderhandelen wegens te hoge prijzen moet afgeschaft worden. Die afschaffing moet aangepakt worden op Europees niveau omdat het voor een klein land als België moeilijk is om dat alleen te doen.

  10. Overheden moeten farmaceutische firma’s verplichten om hen transparantie te bieden over de kost voor onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen. De bedrijven moeten hierin ook duidelijk aangeven welk deel daarvan betaald werd met publieke middelen. Deze informatie moet helpen, samen met andere parameters zoals de therapeutische meerwaarde van het geneesmiddel, om een faire prijs te bepalen

Voor onze eisen met betrekking tot de toegang tot medicijnen op Europees niveau verwijzen we graag naar het memorandum van BEUC : https://www.beuc.eu/publications/beuc-x-2019-006_manifesto_for_the_2019_eu_elections.pdf (blz. 8)