Dossier

Naar de neuropsycholoog: waarom is dat zinvol na een beroerte?

26 april 2022
neuropsycholoog

De revalidatie na een beroerte is niet min. Maar je staat er niet alleen voor. Er zijn verschillende specialisten om je te helpen. De kans bestaat dat je op een bepaald ogenblik wordt doorverwezen naar een “neuropsycholoog”. Waarom? Wat doet zo iemand? Prof. dr. Céline Gillebert geeft uitleg. 

INTERVIEW

Je mondhoeken trekken scheef weg. Je kan plots niet meer goed praten of je armen en benen niet meer bewegen. Je partner heeft door dat er iets mis is en belt 112. De ambulance brengt je met spoed naar het ziekenhuis. Het verdict: een beroerte … Dit overkomt zo’n 50 Belgen per dag

Bij een beroerte is er geen tijd te verliezen. In ongeveer 85 % van de gevallen ontstaan de symptomen door een propje dat een hersenbloedvat afsluit (herseninfarct). In de resterende gevallen is er sprake van een hersenbloeding: een bloedvat dat knapt, waardoor bloed ophoopt en druk uitoefent op je hersenen. Op de stroke unit (een gespecialiseerde eenheid in het ziekenhuis voor beroertezorg) schieten artsen meteen in actie, want elke minuut telt.

Na de eerste zorgen is het revalideren geblazen. Dat kan lang duren en is verre van evident. Maar je staat er niet alleen voor. Er zijn verschillende specialisten om je te helpen. De kans bestaat dat je op een bepaald ogenblik wordt doorverwezen naar een “neuropsycholoog”. Waarom? Wat doet zo iemand? Prof. dr. Céline Gillebert van de eenheid Brein en Cognitie aan de KU Leuven, geeft uitleg.

 

Prof. dr. Céline Gillebert was als student al gefascineerd in hoe zelfs een klein hersenletsel grote gevolgen kan hebben voor de levenskwaliteit van mensen en hun omgeving. Ze doctoreerde in de neuropsychologie en trok daarna naar de University of Oxford om onderzoek te doen. Sinds 2016 is ze professor in de neuropsychologie aan de KU Leuven, waar ze les geeft en onderzoek doet naar cognitieve gevolgen van een beroerte.

 

Wat is een neuropsycholoog?

GILLEBERT: "Dat is een zorgverlener die zich na een universitaire studie psychologie specialiseerde in de neuropsychologie. Deze tak van de psychologie houdt zich bezig met het in kaart brengen en de behandeling van de psychologische gevolgen van hersenaandoeningen. Een beroerte is een niet-aangeboren hersenletsel." 

"Een beroerte heeft vaak zware psychologische gevolgen. Ongeveer een derde van de patiënten krijgt te kampen met een depressie, wat een negatieve invloed heeft op de revalidatie. Maar liefst 70 % à 80 % van de patiënten heeft na een beroerte cognitieve problemen. Na zes maanden heeft nog zeker een derde daar last van."

 

Wat bedoel je met cognitieve problemen?  

GILLEBERT: "Dat zijn problemen op het vlak van waarneming, concentratie, geheugen, taalbegrip, ruimtelijk inzicht, oriëntatie, uitvoerende functies enzovoort. Sommige patiënten begrijpen plots niet meer wat je tegen hen zegt. Of ze negeren plots alles wat zich links in hun gezichtsveld afspeelt. Ze eten daardoor enkel de rechterkant van hun bord leeg of zien het verkeer niet dat van links komt bij het oversteken (in vakjargon heet dat “neglectsyndroom”). Zulke mankementen vallen snel op.

"Maar cognitieve problemen kunnen ook veel subtieler zijn en pas opvallen wanneer mensen weer thuis zijn. Als ze terug in een drukkere omgeving komen en hun dagelijkse activiteiten hervatten, kan dat moeilijkheden geven.  Na een beroerte kan je bijvoorbeeld gevoeliger worden voor allerhande prikkels. Je kan bijvoorbeeld last krijgen van fel zonlicht waardoor een wandeling onaangenaam wordt. Je kunt het moeilijk krijgen om een gesprek te voeren als er achtergrondlawaai is. Je kunt problemen ervaren in het verkeer omdat je overweldigd wordt door de auto’s en de fietsen die voorbij bewegen. Enzovoort."

 

Hoe worden zulke problemen in kaart gebracht?

GILLEBERT: "Dat gebeurt met neuropsychologische tests waarbij je vragen moet beantwoorden, figuren moet rangschikken, gebaren moet imiteren, objecten moet benoemen, berekeningen moet maken enz. Er zijn tal van tests beschikbaar. Als een patiënt een beroerte meemaakte, moet je er wel rekening mee houden dat hij taalproductieproblemen kan hebben. Een patiënt met een spreekstoornis weet het antwoord misschien wel, maar kan het niet zeggen. Dan zijn tests met multiple choice items de beste keuze."

 

Krijgt elke patiënt zo'n cognitieve screening door een neuropsycholoog?

GILLEBERT: "De Belgian Stroke Council stelt dat je patiënten al op dag drie en acht na de beroerte moet screenen op mogelijke cognitieve problemen. In de praktijk gebeurt dat meestal door een ergotherapeut omdat er - helaas - zelden neuropsychologen werken op een stroke unit. Ergotherapeuten maken meestal gebruik van een zeer korte test, een “cognitieve screen”. Dat biedt een beetje inzicht in het cognitieve functioneren van een patiënt, maar subtiele tekortkomingen pik je daar niet mee op."

"Als een patiënt een neuropsycholoog te zien krijgt, dan is dat meestal later in het revalidatieproces. Bijvoorbeeld wanneer hij van de stroke unit verhuist naar een revalidatiecentrum. Of wanneer hij tijdens de opvolging wordt doorverwezen naar aanleiding van klachten. Dan worden zijn of haar cognitieve functies uitgebreider getest."

"Het zou voor sommige patiënten beter zijn moesten ze al op de stroke unit een neuropsycholoog te zien krijgen. Nu vallen patiënten die rechtstreeks naar huis gaan nog te vaak uit de boot, terwijl ze wel baat zouden hebben bij een uitgebreidere screening en begeleiding door een neuropsycholoog."    

 

Wat ben je met zo’n screening?

GILLEBERT: "Wie zijn sterktes en zwaktes kent, kan daar rekening mee houden. Een neuropsycholoog kan je aanleren hoe je cognitieve beperkingen kunt omzeilen. Vergeet je geregeld afspraken? Dan kun je gebruik maken van tools zoals een agenda of een bord om je aan afspraken te herinneren. Heb je een afspraak bij de kapper om drie uur? Beeld je in dat je daar bent. Of denk eens aan de kapster, aan haar stem enz. Teken eventueel een klok op drie uur. We weten uit onderzoek dat je zaken beter onthoudt als je ze visualiseert."

"Daarnaast worden de resultaten van een neuropsychologisch onderzoek ook gebruikt om andere zorgverleners te helpen bij de therapie. Als zij weten dat een patiënt geen verbale instructies begrijpt of geen oefeningen kan onthouden, kunnen zij er ook rekening mee houden." 

 

Wat doen neuropsychologen nog allemaal?

GILLEBERT: "Neuropsychologen doen ook aan psycho-educatie: ze informeren patiënten én hun familieleden over wat er precies gaande is. Uiteindelijk is datgene wat mensen doormaken na een beroerte een verlieservaring. Inzicht geven in de problemen, en in het feit dat andere mensen zich na een beroerte óók zo voelen, kan helpen bij het verwerkingsproces." 

"Een andere belangrijke taak: patiënten helpen om, desondanks hun beperkingen, hun activiteiten te hervatten of activiteiten te doen die ze graag doen. En ze helpen om terug deel te nemen aan de maatschappij. Daarmee willen we de levenskwaliteit van de patiënt zo hoog mogelijk en de impact van de beroerte op het dagelijkse leven zo klein mogelijk krijgen."

 

Hebben jullie ook methodes om het cognitieve vermogen van patiënten te herstellen?

GILLEBERT: "Er zijn zorgverleners die aandacht- en geheugentrainingen op een computer aanraden, maar de evidentie dat dit daadwerkelijk een impact heeft op de activiteiten van het dagelijks leven ontbreekt. Neem bijvoorbeeld een patiënt die geregeld een geheugentaak uitvoert op een computer, waarbij hij bijvoorbeeld cijfers of plaatjes moet onthouden. Natuurlijk gaat die na verloop van tijd steeds beter worden in die specifieke taak. Maar het zal geen verschil maken voor de problemen die de persoon ervaart in het échte leven." 

"Momenteel onderzoeken we of cognitieve training in een virtuele 3D omgeving een verschil maakt. Daarbij moeten patiënten zo'n VR-bril opzetten en opdrachten uitvoeren. Ze moeten bijvoorbeeld een bloem detecteren of het onderscheid maken tussen twee dieren. Patiënten zien iets, ze horen iets en je kunt ook sensorische feedback geven. Dat maakt het realistisch. Diverse spelelementen stimuleren patiënten om veel te oefenen. Zo'n bril kan nevenwerkingen hebben, zoals misselijkheid, maar in ons vooronderzoek bleek dat goed mee te vallen. We hopen dat deze toepassing die transfer naar het dagelijkse leven verbetert.  Maar vooraleer we conclusies kunnen trekken, is er meer onderzoek nodig. Je moet dit dus nog niet meteen in de praktijk verwachten."