Dossier

Zelfstandige in bijberoep

06 juni 2018
Zelfstandig bijberoep

06 juni 2018

Al wat je moet weten wanneer je een zelfstandige nevenactiviteit plant naast je hoofdberoep. Wat moet je doen om met de papierwinkel in orde te zijn? En hoe kun je becijferen hoeveel dat bijklussen je uiteindelijk zal opbrengen?

Wanneer je een nevenactiviteit niet occasioneel uitoefent, maar echt als bijberoep, heeft dat gevolgen op administratief, financieel en fiscaal vlak.

Administratief

Je moet je via een ondernemingsloket inschrijven bij de kruispuntbank van ondernemingen. Vaak moet je een kennis van bedrijfsbeheer kunnen aantonen, bv. een diploma of nuttige beroepservaring. Je krijgt dan een uniek ondernemingsnummer, dat ook telt als handelsregister- en btw-nummer. 

Veelal is ook een inschrijving bij de btw-administratie vereist. Het ondernemingsloket kan die voor je activeren of je kunt zelf langsgaan bij het plaatselijke btw-kantoor.

De kans is groot dat je btw moet aanrekenen op de goederen of diensten die je levert en dat geld later moet doorstorten aan de Schatkist. Tenzij je jaaromzet lager is dan € 25 000. Of tenzij je een specifieke activiteit uitoefent, zoals toeristische gids, acteur, muzikant, mannequin, dj, verzekeringsmakelaar of auteur. Informeer bij het plaatselijk btw-kantoor naar de specifieke voorwaarden.

Financieel

Je moet op het netto-inkomen dat de nevenactiviteit dat jaar zal opbrengen, socialezekerheidsbijdragen betalen aan een sociaal verzekeringsfonds. Zolang dat jaarinkomen niet gekend is, gaat men daarbij in eerste instantie uit van het netto-inkomen dat de nevenactiviteit je heeft opgebracht in het derde kalenderjaar vóór dat van de bijdragen. Aangezien dat niet kan bij beginnende zelfstandigen, werkt men voor hen de eerste drie jaar met vaste kwartaalbijdragen, en die worden achteraf geregulariseerd op basis van de werkelijke inkomsten. 

Als je wilt, mag je echter méér betalen, bv. omdat je vreest dat je anders later in één keer een fikse toeslag zult moeten ophoesten. Omgekeerd kun je ook vragen om de eerste drie jaar geen voorlopige bijdragen te moeten betalen, bv. als je denkt dat je jaarlijks inkomen heel laag zal zijn (minder dan € 1 499 voor 2018). 

Wanneer je de sociale bijdragen niet tijdig betaalt, worden die automatisch met 3 % verhoogd. Bovendien wordt op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin (een gedeelte van) de bijdragen nog steeds niet betaald zijn, een eenmalige bijkomende verhoging aangerekend van 7 %.

Fiscaal

Je wordt geacht om vier keer per jaar voorafbetalingen te doen voor de personenbelasting. Je moet het totale bedrag in je aangifte opnemen. De fiscus heeft je een rekeninguittreksel met je voorafbetalingen gestuurd. Je krijgt daarvoor een fiscaal voordeel, dat varieert volgens het ogenblik waarop de voorafbetaling is uitgevoerd. Je kunt het meeste voordeel in de wacht slepen door zo vroeg mogelijk in het jaar voorafbetalingen te verrichten. Als je geen voorafbetalingen doet, kan de fiscus je een belastingvermeerdering opleggen.

Je moet in principe ook vier keer per jaar een btw-aangifte indienen. 

Je wordt niet apart belast op de inkomsten uit je nevenactiviteit. De fiscus voegt die samen met die van je hoofdberoep. Daardoor riskeer je er zwaar op te worden belast, ook al brengt dat bijberoep maar een klein bedrag op. Door de samenvoeging komen die inkomsten soms immers in een hoge inkomensschijf terecht, waardoor misschien een zwaardere aanslagvoet wordt toegepast dan je zou verwachten. Het loont zeker de moeite om dat effect vooraf te ramen, zodat je weet wat je min of meer aan je bijberoep zult overhouden.

Als je nevenactiviteit een vrij beroep is of een andere “intellectuele” activiteit, mag je de kosten inbrengen die je in het kader van die beroepsactiviteit werkelijk hebt gemaakt of je mag opteren voor de wettelijke forfaitaire kostenaftrek (maximaal € 4 150 voor 2018). In die categorie vallen bv. advocaten, juridische of fiscale consulenten, geneesheren, maar ook onthaalmoeders, vertalers, artiesten, sportlui, masseurs, verpleegsters en gidsen.

 

WETTELIJK KOSTENFORFAIT VOOR VRIJE BEROEPEN

voor het inkomstenjaar 2018

 Inkomsten Forfait 
 tot € 5 999 28,7 % 
 van € 6 000 tot € 11 909 10 %
 van 11 910 tot € 19 829 5 % 
 van € 19 830 tot € 64 689,67 3 % 
   in geen geval meer dan € 4 150
                         

 

Wanneer je bijberoep daarentegen valt onder de categorie “nijverheid, handel of landbouw”, dus wanneer je bv. werkt als winkel- of horeca-uitbater, kapper, verzekeringsmakelaar …, kun je voorlopig alleen je werkelijke beroepskosten aangeven. Er is sprake van om vanaf het inkomstenjaar 2018 ook voor deze categorie een forfaitaire kostenaftrek in te voeren, maar dat is op dit ogenblik nog niet bij wet vastgelegd.

Het is niet abnormaal dat je als starter in het begin verlies maakt. Je mag dat verlies aftrekken van je andere beroepsinkomsten. Maar geef je jaar na jaar hoge kosten en lage inkomsten aan, dan zal de fiscus hoogstwaarschijnlijk de beroepsverliezen betwisten. Hij zal aanvoeren dat de kosten niet voortkomen uit een beroepsactiviteit, maar uit een uit de hand gelopen hobby. Laat je niet doen als je goede tegenargumenten hebt, hij wint het pleit niet altijd.


Afdrukken Versturen via e-mail