Nieuws

De pensioenspaarfondsen klommen in 2016 met 2,9% dankzij een puike decembermaand

1 jaar geleden - donderdag 19 januari 2017
Dit blijft een interessante belegging, alleen al voor het fiscale voordeel dat deze formule u biedt.

Gered door december

De rendementen voor 2016 schommelden voor alle fondsen tussen +6,3% voor Hermes Pensioenfonds en +1,4% voor BNP Paribas Pension Fund Growth. Gemiddeld werd een rendement behaald van 2,9%. Dat ligt een pak onder het lantermijngemiddelde van dat type fonds (6,9%) en dat zegt dan weer iets over het moeilijke jaar dat de meeste fondsen achter de rug hebben. Eind november boekten 12 van de 19 fondsen immers nog een negatief rendement in 2016. Het is dankzij de straffe decemberspurt van aandelen uit de eurozone (+7%) en uit België (+3%) dat de fondsen voor het eerst sinds 2011 niet lager doken.

 

Aan heel wat complexe regels gebonden

Zoals u wellicht weet, zijn de Belgische pensioenspaarfondsen gemengde fondsen (beleggen in zowel aandelen als obligaties). Afhankelijk van het soort pensioenspaarfonds zal daarbij meer de kaart getrokken worden van aandelen ten koste van obligaties (dynamisch, vaak te herkennen aan de term ‘growth’ in de fondsennaam), obligaties ten koste van aandelen (defensief of ‘stability’) of zal er een gelijkwaardige verdeling tussen aandelen en obligaties worden nagestreefd (neutraal of ‘balanced’).

Beheerders van een pensioenspaarfonds zijn aan tal van strenge regels gebonden bij de samenstelling van hun portefeuille. Dat is een voorwaarde om bestempeld te mogen worden als een pensioenspaarfonds met fiscaal voordeel. De regels worden opgelijst in het prospectus van elk fonds. Dit zijn de belangrijkste.

– maximaal 20% van de portefeuille mag worden belegd in een andere munt dan de euro;
– maximaal 75% mag worden belegd in aandelen;
– maximaal 20% van die aandelen mag worden belegd in een andere munt dan de euro;
– maximaal 30% van die aandelen mag worden gestoken in bedrijven met een beurskapitalisatie van 3 miljard euro of minder;
– maximaal 75% mag worden belegd in obligaties;
– maximaal 10% mag worden belegd in cash.

Al die regels zorgen ervoor dat de fondsen onderling meer portefeuillegelijkenissen vertonen dan we gewoon zijn bij dat type gemengde mandaten. Iets wat we in de praktijk ook zien aan de rendementen en risicokarakteristieken uit het verleden. Zo wordt wat het aandelengedeelte van de portefeuilles betreft vooral de kaart getrokken van de grootste beurskapitalisaties die noteren op beurzen binnen de eurozone. De portefeuilles zitten in de eerste plaats dan ook tjokvol aandelen als AB InBev, Bayer, BNP Paribas, KBC, Roche, Total... Kennen de aandelen uit de eurozone een minder jaar, zoals dat het geval was in 2016 (-% voor aandelen uit de eurozone), dan weegt dat op de rendementen van alle pensioenspaarfondsen.

Die regels dwingen de beheerders dus in een keurslijf. Een beheerder die positief staat tegenover bijvoorbeeld Amerikaanse aandelen, mag daar slechts met mondjesmaat in beleggen. Het toegestane maximum bedraagt immers 15% (= 20% in vreemde munt van maximaal 75% aandelen in de portefeuille).

Bijgevolg vinden de portefeuille van dit type van gemengde fondsen minder interessant dan de portefeuille van vele andere gemengde fondsen. Dat nadeel wordt gelukkig gecompenseerd door het fiscale voordeel van de belegging.

 

Fiscale voordelen

Deze bedragen 30%, plus gemeentelijke opcentiemen, van uw storting tot uw 65e jaar. In de praktijk wil dat zeggen dat als u bijvoorbeeld 940 euro stort in 2017, het maximaal aftrekbare bedrag voor pensioenspaarfondsen, u een belastingvoordeel geniet van 282 euro, plus opcentiemen. Op voorwaarde dat u daadwerkelijk belastingen betaalt uiteraard.

 

Positieve rendementen op termijn

Dit fiscale toemaatje geeft een serieuze boost aan het rendement van uw belegging. De opbrengst van pensioenspaarfondsen is echter nooit gegarandeerd daar hun lot afhangt van het reilen en zeilen op de financiële markten (aandelenbeurs en obligatiemarkt).

In de 30 jaar dat ze al bestaan (sinds 1987) verloor u met pensioenspaarfondsen slechts negen keer geld. Opvallend is dat in die negatieve jaren alle types pensioenspaarfondsen lager gingen, ook de defensieve. De laatste keer was in 2011 toen de dynamische fondsen 6,5% lager gingen, de neutrale 5% en de defensieve 2,4%.

Van tel zijn voor ons de rendementen behaald op langere termijn. En die liggen, ondanks de crisisjaren 2002 (-14%) en 2008 (-24%), rond de 6 en 7%, afhankelijk van type fonds. Dat is bevredigend in combinatie met het fiscale voordeel.

 

Eenmalig storten of in schijven

Goed om te weten, is dat u bij alle instellingen die pensioenspaarfondsen aanbieden op twee manieren kunt storten op uw pensioenspaarrekening: eenmalig of in schijven. Dat kan op eender welk moment van het kalenderjaar en voor om het even welk bedrag. Er is daarbij geen minimum, enkel een wettelijk maximum (940 euro).

Wij raden u aan om, indien mogelijk, dat maximum te volstorten. Statistisch loont het om daarbij zo vroeg mogelijk in januari te storten voor het hele jaar. Dat omdat de kans groter is dat de financiële markten aan het einde van het jaar hoger zullen staan. Dat was in het verleden in 70% van de gevallen zo.

Een simpele manier van werken die ook geen opvolging vereist, is te storten via een automatische opdracht. Dat kan bijvoorbeeld maandelijks voor 78,33 euro. Zo geraakt u ook aan het wettelijke maximum van 940 euro.

Raadpleeg ook onze dossiers over pensioenspaarfondsen en andere verwante dossiers

Deel dit artikel