Analyse
Roerende voorheffing verlaagd voor bepaalde GVV's? 1 jaar geleden - dinsdag 21 juni 2016

GVV's die in zorgvastgoed investeren, zouden van dit verlaagd tarief kunnen profiteren.

Mogelijk wordt vanaf 2017 opnieuw een verlaagd tarief van 15 % ingevoerd voor GVV’s waarvan de portefeuille voor minstens 60 % uit zorgvastgoed bestaat.
Aedifica en Care Property Invest zouden van dit verlaagde tarief kunnen genieten.

 

Van 0 over 15 naar 27 % roerende voorheffing

Beleggingen of investeringen in woningen en andere huisvestingsvormen bieden traditioneel een lager rendement dan beleggingen in andere vastgoedsegmenten, zoals logistieke panden (opslagplaatsen, distributiecentra), handelspanden (stads- of baanwinkels, shoppingcentra) of kantoren. Om dat nadeel wat te verlichten en investeringen in residentieel vastgoed te stimuleren, besliste de wetgever destijds om de dividenden van vastgoedbevaks (de huidige openbare gereglementeerde vastgoedvennootschappen) die voor minstens 60 % in Belgisch residentieel vastgoed belegden, niet te onderwerpen aan de roerende voorheffing. Het brutobedrag van dividenden van dergelijke bevaks was dus meteen ook netto.

 

Op 1 januari 2013 veranderden de spelregels echter. Vanaf dan werden ook de dividenden van de zogenaamde “residentiële” vastgoedbevaks belast, weliswaar slechts tegen 15 %, terwijl dat bij de andere vastgoedbevaks en aandelen 25% was. Om van die verlaagde voorheffing te kunnen genieten, moest de portefeuille van de bevaks sindsdien wel bestaan uit minstens 80 % residentieel vastgoed uit de Europese Economische Ruimte (EER; 28 landen van de Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).

 

Sinds 1 januari 2016 is echter ook die verlaagde roerende voorheffing gesneuveld en worden de dividenden van alle vastgoedvennootschappen nu aan het algemene tarief van 27 % belast.

 

Opnieuw naar 15 %?

De invoering en verhoging van de roerende voorheffing nam niet alleen een stevige hap uit het rendement van de residentiële GVV’s, maar had ook een vervelend neveneffect. Zo stipuleerde de uitgifteprospectus van Serviceflats Invest, zoals Care Property Invest aanvankelijk door het leven ging, dat bij een invoering of stijging van de roerende voorheffing op de dividenden, de huurinkomsten evenredig verhoogd mogen worden, zodat de aandeelhouder geen nadeel zou ondervinden. Aangezien de belangrijkste huurders van Care Property Invest echter OCMW’s en vzw’s van de overheid zijn, betaalt diezelfde overheid uiteindelijk zelf de factuur en zou dat wellicht onrechtstreeks leiden tot hogere prijzen voor de bewoners van die rusthuizen of zorgvoorzieningen.

 

Om dat te vermijden, gaat minister van Financiën Van Overtveldt nu aan de regering voorstellen om de roerende voorheffing vanaf 1 januari 2017 opnieuw te verlagen tot 15 % voor dividenden van GVV’s die minstens 60 % van hun investeringen richten op gebouwen uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt voor gezondheidszorg.

 

Voor welke vastgoedvennootschappen?

Alvorens de voorgestelde verlaging kan ingaan, moet ze uiteraard eerst nog worden goedgekeurd. Maar terwijl de vroegere gunstmaatregel gold voor GVV’s die beleggen in residentieel vastgoed in de ruime context, zou die nu uitsluitend van toepassing zijn op GVV’s die zich richten op zorgvastgoed (minstens 60 %).

 

Concreet zou het dus gaan om Aedifica en Care Property Invest, die respectievelijk voor 74 en voor 100 % belegd zijn in zorgvastgoed. Home Invest Belgium, dat vroeger ook onder het voordeligere regime viel (0 % en later 15 % roerende voorheffing) valt nu uit de boot (rusthuizen vormen slechts 1,8 % van de portefeuille). Ook Cofinimmo komt met 43 % zorgvastgoed (nog) niet in aanmerking.

 

Deel dit artikel