Nieuws
Schat het obligatierisico goed in 6 maanden geleden - dinsdag 30 januari 2018
U bent bijvoorbeeld nooit zeker of u uw kapitaal terug zult zien op vervaldag. Hoe schat u dan het risico het best in?

De meeste rendementen zijn vandaag te laag om erin te beleggen. Maar wat niet is, kan nog komen. Ooit worden obligaties misschien wel opnieuw interessant. En dan is het zaak om de risico’s goed te kunnen inschatten om een gefundeerde keuze te kunnen maken.
De restlooptijd, kredietwaardigheid, coupon, enzovoort zijn criteria die verschillen van de ene tot de andere obligatie, en die het risicogehalte van een obligatie bepalen.

De juiste emittent kiezen

Met ‘emittent’ wordt de uitgever van de obligatie bedoeld. Is de emittent een overheid, dan spreken we over overheidsobligatie. Is de emittent een bedrijf, dan spreken we over een bedrijfsobligatie of corporate obligatie.

Belangrijk is de financiële staat waarin de emittent verkeert. Die moet immers in staat zijn om de coupons te betalen én om aan het einde van de rit het kapitaal terug te betalen.

Om de financiële gezondheid van de emittent na te gaan, is het aangeraden om u te baseren op de rating die werd toegekend door de kredietbeoordelaars (o.a. Moody’s, Fitch en Standard & Poor’s). De ratings gaan van AAA (hoogste kwaliteit) tot CCC (laagste kwaliteit) en kunnen in twee grote groepen worden onderverdeeld. Enerzijds de kredietwaardige emittenten (ratings van AAA tot en met BBB), anderzijds de speculatieve emittenten (ratings van BB tot en met D).

Het emittentrisico beperken

Hoe beter de rating, hoe groter de kans dat de uitgever zijn verplichtingen kan nakomen. Dat vertaalt zich wel in een lager rendement. Volgens Standard & Poor’s is de kans op wanbetaling bij een kredietwaardige emittent quasi nul. Bij speculatieve emittenten is die kans echter hoger, gemiddeld 4%.

Een hoger risico gaat met een hoger rendement gepaard, en omgekeerd. Ter illustratie: een obligatie in euro van de Europese Investeringsbank (rating: AAA) biedt een coupon van 0,5%. Een soortgelijke obligatie maar van Selecta Group (rating: B, speculatief) levert een coupon op van 6,5%. Met die laatste riskeert u wel een véél grotere kans dat u uw geld niet terugziet.

Heb oog voor de looptijd

Obligaties komen voor met verschillende (rest)looptijden van 1 à 30 of 40 jaar, soms zelfs nóg langer. Eén ding te onthouden hier: vermijd obligaties met een extreem lange looptijd, langer dan tien jaar.

De Duitse spoorwegmaatschappij Deutsche Bahn heeft bv. een obligatie lopen met een restlooptijd van vijftien jaar, maar ook andere bekenden zoals AB InBev deden hetzelfde. Het risico daarbij is dat niet te voorspellen valt hoe de financiële toestand van de emittent na zoveel jaren zal zijn. Hoe langer de restlooptijd van een obligatie, hoe rentegevoeliger ook.

Het renterisico beperken

Betekent dat u dan voor obligaties met een korte looptijd moet kiezen? Niet altijd. Beter laat u zich leiden door de huidige marktrente en de vooruitzichten.

Als de marktrente laag staat (al geruime tijd het geval) en als op termijn de rente terug zal stijgen, dan zijn obligaties met korte looptijden de beste optie. U loopt dan immers minder renterisico. Wanneer de rentevoeten aantrekken, zullen uw centen daardoor minder lang geblokkeerd zijn en zult u eerder kunnen herbeleggen tegen betere rentes. Ook zal een rentestijging wegen op de koersen van uw obligatie. Die biedt dan immers een lagere rentevergoeding dan wat u op de markt vindt en dat zal wegen op de prijs. Het omgekeerde scenario hebben we de laatste jaren meegemaakt en dat legde de obligatiehouders geen windeieren. De dalende rentevoeten zorgden immers voor stijgende obligatiekoersen.

De juiste munt kiezen

Als u een obligatie in euro koopt, weet u op voorhand hoeveel rente u zult ontvangen en dat u uw kapitaal op eindvervaldag terugkrijgt. Tenzij de emittent in tussentijd failliet gaat. Koopt u echter een obligatie in een vreemde munt, dan neemt u wisselkoersrisico erbij. En dat risico kan uw rendement aardig boosten of verkleinen.

Afhankelijk van wat die vreemde munt doet, kunnen uw coupons na omwisseling naar euro hoger of lager uitvallen. Dat geldt dus ook voor uw kapitaal op eindvervaldag! Stel dat u 1 000 euro in een obligatie in dollar belegt. Tegen een wisselkoers van 1,1 USD/EUR tekent u voor 1 100 USD op de obligatie in. De obligatie wordt na enkele jaren terugbetaald. De dollar is ondertussen verzwakt en de wisselkoers is 1,2 USD/EUR. U krijgt uw 1 100 dollar terugbetaald en wisselt deze om naar euro’s om dan nog slechts 917 euro (= 1 100 dollar/1,2) te ontvangen. Met onverwacht kapitaal-verlies tot gevolg. Omgekeerd haalt u een extra rendement binnen als de vreemde munteenheid goed presteerde.

Muntrisico beperken

Om het muntrisico volledig uit de weg te gaan, kunt u besluiten om enkel in obligaties in euro te beleggen.

Wie wil mikken op een potentieel hoger rendement kan opteren voor een obligatie in een vreemde valuta. Ga dan wel op voorhand na hoe het zit met het potentieel van die munt en de daaraan gekoppelde risico’s. Het is een voldongen feit dat u op dit moment van een kale reis zult terugkomen.

Gezien de rente in de toekomst vooral hoger kan, zit u het beste met obligaties met een korte looptijd (minder dan drie jaar). Die zullen het minste last ondervinden van een rentestijging.

Aangezien we geloven in dat rentescenario, zal er met obligaties weinig pret te beleven vallen. Vandaag de dag zijn we dan ook geen koper van (de meeste) obligaties.

Door enkel naar obligaties in euro te kijken, neemt u geen wisselkoersrisico. Wie een hoger risicoprofiel heeft, kan dan ook terecht bij de obligaties in vreemde munt. In de huidige lage renteomgeving zal het vaak de munt zijn die zal bepalen of u winst boekt of verlies aan het einde van de rit. In de huidige context zijn maar weinige interessant.

Deel dit artikel