Analyse
Obligaties uit de groeilanden 4 maanden geleden - dinsdag 25 juli 2017
Ligt hun rendement hoog genoeg opdat deze obligaties interessant zouden zijn?

Neen. We raden u dit type beleggingen af.

Groeilanden

Wie denkt aan beleggen in groeilanden, denkt wellicht spontaan aan aandelen. Maar de landen en bedrijven uit Latijns-Amerika (vooral Brazilië en Mexico), Oost-Europa (Polen, Rusland, Turkije) en Zuidoost-Azië (Indonesië, Maleisië, Thailand) geven ook heel wat obligaties uit. Ook die kunt u op de kop tikken, al dan niet indirect via een gespecialiseerd fonds.

Waarom een groeilandobligatie?

Omwille van het hoger dan verwachte rendement tegenover obligaties uit de westerse landen uiteraard. Emissies uit Europa of uit de Verenigde Staten bieden u vandaag uiterst karige (rond 1%) tot zelfs negatieve rentevergoedingen. Schuldpapier uit de opkomende markten, ook wel genoemd emerging markets debt (afgekort EMD, vaak terug te vinden in de fondsennaam), biedt een rendement van zowat 5% (bruto) per jaar. Voor velen is dat verschil groot genoeg om de stap te zetten richting groeilandobligatie. Het extra risico nemen ze erbij.

Niet evident

Allereerst is het gros van de emissies uit die landen, en dan hebben we het over zowel staatsleningen als bedrijfsleningen, zeer moeilijk te kopen door een particuliere belegger. Het aanbod is vooral gereserveerd voor professionele beleggers, zoals beleggingsfondsen.

Ten tweede is het niet makkelijk om zelf de analyse te maken van wat een goede obligatie voor u is. Niet enkel het geboden rendement is daarbij belangrijk. Ook hier geldt immers: hoe hoger de rentevergoeding, hoe riskanter de belegging. Bent u in staat een inschatting te maken van het tegenpartijrisico (= de kans dat de uitgever in gebreke blijft)? Biedt de munt waarin belegd wordt nog voldoende stijgingspotentieel, of is de kans groot dat ze uw rendement zal nekken? Dat laatste is immers niet ondenkbaar. Sla er de rendementen in de tabel maar op na. U vindt er prestatie van enkele groeilandmunten tegenover de euro over de laatste vijf jaar (totaal rendement) en sinds begin januari. De bewegingen zijn zo groot dat ze uw belegging maken of kraken.

Een derde probleem heeft te maken met spreiding. U moet al verschillende emissies kopen van diverse emittenten om nog maar te kunnen spreken van een gezonde portefeuillespreiding. Koppel dat aan de hoge coupures bij sommige emissies en u weet dat dit voor sommige portefeuilles niet evident zal zijn

Munt

Evolutie over 5 jaar
t.o.v. de euro

Evolutie in 2017
t.o.v. de euro

Argentijnse peso

-70%

-12%

Braziliaanse real

-32%

-9%

Hongaarse forint

-8%

0%

Indiase roepie

-4%

-3%

Indonesische roepie

-21%

-6%

Litouwse lat

-1%

0%

Maleisische ringgit

-17%

-3%

Mexicaanse peso

-17%

5%

Poolse zloty

0%

4%

Russische roebel

-39%

-5%

Zuid-Afrikaanse rand

-31%

-3%

Tsjechische kroon

-2%

3%

Turkse lira

-43%

-8%

Gelukkig bestaan er beleggingsfondsen

En zo komen we bij de fondsen terecht. Al de bovenstaande ongemakken worden verholpen door een gespecialiseerd fonds. Professioneel beheer: check. Keuze aan emissies: check. Spreiding over emittenten en munten: check.

Aan fondsenaanbod alvast geen gebrek. Onze databank bevat meer dan 150 fondsen. Daarvan vindt u een selectie van 63 fondsen terug op onze website.

Wat onmiddellijk opvalt, is het grote verschil in historische rendementen tussen de fondsen onderling. Zo boekte u met Edmond de Rothschild Emerging Bonds A EUR een gemiddeld rendement van 11,2% per jaar over de laatste vijf jaar. Aandeelhouders van Robeco Emerging Debt D EUR verloren1,8 %. Het zegt veel over de veelzijdigheid van de categorie. Fondsen in groeilanden komen immers in vier smaken: staatsemissies of bedrijfsobligaties, in lokale munt of in zogenaamde harde munt (zoals de dollar of de euro). Bedrijfsobligaties presteerden ietwat beter dan staatsemissies over de laatste vijf jaar (zowat 1% verschil per jaar), maar het is vooral de keuze in beleggingsmunt die uw rendement bepaalt.

Harde munt versus lokaal

Staatsobligaties in zogenaamde harde munt (zoals dollar, euro of sterling) zijn de meest volwassen categorie. Aanvankelijk moesten uitgiften van staatsobligaties van opkomende landen in Amerikaanse dollar plaatsvinden om twijfelende beleggers over de streep te trekken. Na verloop van tijd zijn de beleggers zich meer op hun gemak gaan voelen met posities in schulden van opkomende economieën waardoor groeilanden ook obligaties in lokale munt aan de beleggers kon slijten. Die bieden een relatief hogere coupon en de kans op wisselkoerswinst (en -verlies uiteraard). Omdat de wisselkoersverliezen de laatste jaren schering en inslag waren verdiende u met een fonds in lokale munt gemiddeld 1% rendement over de laatste vijf jaar. Met een fonds in harde munt was dat meer dan 6%.

Redenen waarom wij op dit moment afkerig tegenover groeilandobligaties

Waardering. Het gros van de emissies noteert aan te hoge prijzen wat ons betreft. Uitgiftes worden vaak boven pari in de markt gezet (= u betaalt meer bij aankoop dan dat u op eindvervaldag terugkrijgt) en de uitgevers moeten almaar minder rente bieden om hun waren te slijten. Die evolutie valt vooral op bij de uitgiftes in lokale munt.

Risico. Die vergoeding compenseert wat ons betreft te weinig het risico dat u met dat soort obligaties loopt. En dan hebben we het niet onmiddellijk over emittentenrisico (de fondsenbeheerders waken daar goed over) maar over munt-risico. We verwachten dat enkele belangrijke munten in de fondsenportefeuilles zoals de Turkse lira, de Zuid-Afrikaanse rand en de Mexicaanse peso de komende jaren (sterk) terrein zullen verliezen tegenover de euro.

- Verenigde Staten. De categorie is uiterst gevoelig voor het Amerikaanse renteklimaat. Een hogere Amerikaanse rente maakt de dollar aantrekkelijker. Zodra de beleidsrente in de VS wordt opgetrokken, wat waarschijnlijk is, stroomt veel geld uit de groeilanden richting Amerikaans papier. Dat weegt op de koersen van de groeilandobligaties.

 

Deel dit artikel