Analyse
Stijgende rente: goed of slecht nieuws? 2 jaar geleden - donderdag 23 juli 2015

De obligatierentes zijn sinds midden april flink opgelopen. Maar rentestijgingen gaan altijd gepaard met een daling van de obligatiekoersen. Dit betekent dus verlies voor wie deze obligaties aanhoudt.

Vermijd obligatiefondsen in euro aangezien ze op korte termijn de gevolgen van de rentehausse zullen voelen.
Vermijd individuele obligaties gezien de nog te lage rentevoeten (behalve een paar emissies waarvan we u op de hoogte houden zodra deze uitgegeven zijn).
Mijd ook kasbons en termijnrekeningen (bieden minder dan 1 % netto op 10 jaar).
Kies voor uw spaargeld waarmee u op lange termijn geen risico wil lopen, een
goede spaarverzekering.
Kies voor uw spaargeld op korte termijn een
(goede) spaarrekening. 

 

Inverse relatie

Van midden april tot begin juli is de Belgische rente op 10 jaar bijna verviervoudigd tot 1,25 %. Dit niveau blijft historisch laag maar de hausse van de rentevoeten, indien ze aanhoudt, zal sowieso gunstig zijn voor de spaarder want hij zal obligaties kunnen kopen die aantrekkelijkere coupons bieden. De stijgende rentevoeten hebben daarentegen een negatief effect op de koers van bestaande obligaties (= eerder uitgegeven) en de fondsen die erin beleggen (KBC Renta Long EUR verloor over de laatste drie maanden 7,4 %).

 

Want als de rentevoeten stijgen, dan daalt de koers van de bestaande obligaties. Aangezien de oudere obligaties in vergelijking met de nieuwere lagere coupons bieden, willen beleggers de oudere enkele nog kopen tegen een lagere koers. Obligaties met een lange looptijd worden dan extra afgestraft gezien de houders ervan zich langer tevreden zullen moeten stellen met een lage coupon, alvorens ze hun centen opnieuw tegen betere voorwaarden kunnen beleggen.

 

Maar ondanks de koersbewegingen van de obligaties wordt de terugbetaling van het kapitaal op de eindvervaldag niet in vraag gesteld (behalve als de emittent failliet gaat).

 

Wat obligatiefondsen betreft: deze fondsen hebben in eerste instantie te lijden onder de rentestijging maar passen zich daarna geleidelijk aan de nieuwe realiteit aan. Obligaties die komen te vervallen, worden geleidelijk aan vervangen door nieuwe obligaties die meer opbrengen.

 

Gaat de hausse aanhouden?

Tot voor kort gingen beleggers ervan uit dat de interventie van de Europese Centrale Bank (ECB) om de economie aan te zwengelen, elke dag weer de rentevoeten naar beneden zou duwen (lagere rentevoeten moedigen investeringen en consumptie aan waardoor de economie herstelt). Dit verklaart waarom ze midden april op een historisch laagtepunt terechtkwamen.

 

Sindsdien zijn de rentevoeten gestegen waardoor ze de overdreven daling van de voorbije maanden hebben goedgemaakt. Maar de rentestijging wordt ook aangedreven door de lichte verbetering van de economie in de eurozone en de stijgende inflatie (waardoor beleggers meer eisen om de daling van hun koopkracht te compenseren).

 

We denken dat de obligatierentes (met een lange looptijd) hun hausse zullen voortzetten, weliswaar tegen een gematigd tempo. Naarmate het einde van de interventie van de ECB in zicht komt (normaal gezien september 2016), zullen de rentevoeten stijgen tot 2 à 2,5 %.

 

Een terugkeer naar 4 % (zoals voor de crisis) verwachten we niet binnen drie à vier jaar of zelfs niet voor het einde van het decennium. Vooreerst omdat het economische herstel in Europa zwak zal blijven. Voor dit jaar verwachten we een groei van 1,3 % en voor 2016 1,5 %. De inflatie zou ook gematigd blijven. Ook zou de nog altijd fragiele financiële sector geen plotse, forse stijging van de rentevoeten verdragen (banken kochten enorm veel staatsobligaties, een bruuske opstoot van de rente zou hun vermogen een flinke deuk bezorgen).

 

Deel dit artikel