Analyse
OLO: netto verlopen intresten 5 jaar geleden - woensdag 21 maart 2012

Een spaarder heeft Belgische staatsobligaties (OLO’s) op de secundaire markt gekocht bij twee verschillende bankinstellingen. Bij de ene betaalde hij aan de verkoper het nettobedrag van de verlopen intresten bij de andere bank, het brutobedrag. Welke bank heeft het bij het rechte eind?

OLO’s zijn obligaties die de Belgische staat uitgeeft. Op de primaire markt, waar de stukken bij aanvang worden aangeboden, zijn ze enkel toegankelijk voor institutionelen. Op de secundaire markt, waar de stukken na hun introductie kunnen worden gekocht en verkocht, kunnen particulieren ook OLO’s verhandelen. De Belgische staat geeft verschillende keren per jaar deze obligaties uit.

 

Verlopen intresten

Vooraleer we dieper op uw vraag ingaan, houden we het begrip verlopen intresten nog eens tegen het licht. We nemen als voorbeeld een obligatie die is uitgegeven op 1 juli 2011 en die elk jaar op deze datum een coupon van 40 euro zal uitbetalen. Als u deze obligatie koopt op de secundaire markt op 1 april 2012 dan zal u deze coupon van 40 euro volledig ontvangen op 1 juli. Voor de emittent van een obligatie is het in de praktijk niet mogelijk om het couponbedrag te verdelen onder de verschillende mensen die in de afgelopen 12 maanden eigenaar waren van de obligatie. Dat is de reden waarom u aan de persoon van wie u deze obligatie hebt gekocht de intresten zal moeten betalen die hem toekomen toen hij in het bezit was van de obligatie, van 1 juli 2011 tot 1 april 2012 ofwel 9 maanden. U zal hem dus 30 euro moeten betalen (40 euro x 9/12). U zal op 1 juli 2012 echter 40 euro recupereren. Trekken we daar het bedrag van af dat u aan de vorige eigenaar hebt overgemaakt dan houdt u 10 euro over of het bedrag van de intresten voor de periode tussen 1 april en 1 juli 2012.

 

Belgische staatsobligaties: netto

Nu komen we bij uw vraag terecht. In werkelijkheid zal u, als we ons baseren op het fictieve voorbeeld van hierboven, de eerste juli, geen 40 euro ontvangen. Uw coupon is onderworpen aan de roerende voorheffing van 21 % zodat u 31,60 euro netto zal ontvangen. Het is dus logisch dat u niet de bruto verlopen intresten (30 euro) aan de verkoper moet betalen maar de netto intresten (23,70 euro). Anders moet u de roerende voorheffing betalen op de volledige coupon terwijl u slechts een klein deel krijgt. Van de 10 euro brutointrest zou anders nog slechts 1,60 euro overblijven…

 

Het probleem is dat de twee banken waar u OLO’s hebt gekocht er een verschillende praktijk op na houden. De ene is van mening dat u de netto verlopen intresten moet betalen, de andere vindt dat u het brutobedrag moet ophoesten. De eerste heeft het evenwel bij het rechte eind. Bij de aankoop van OLO’s of Belgische staatsbons op de secundaire markt door een particulier, moet de koper aan de verkoper de netto verlopen intresten betalen.

 

Deel dit artikel