Nieuws

Dividenden uit coöperatieve deelbewijzen die dit jaar worden uitgekeerd, zijn nu onderhevig aan 30% roerende voorheffing

5 maanden geleden - woensdag 11 juli 2018
Is dit type deelbewijzen hierdoor nu fiscaal minder voordelig?

Tot in 2017

Tot in 2017 waren de dividenden uitgekeerd door erkende coöperatieve vennootschappen jaarlijks tot maximum 190 euro per persoon vrijgesteld van enige roerende voorheffing. Alles boven dit bedrag waarvan op het moment van de dividenduitkering geen roerende voorheffing werd ingehouden (wat meestal het geval was), moest u toen het volgende jaar vermelden in uw belastingaangifte, waarna 30% belastingen op dit overschot werd geheven.

Sinds 2018

Dit jaar is de vrijstelling van de eerste schijf van 190 euro voor coöperatieve deelbewijzen verdwenen. In werkelijkheid werd het vrijgesteld bedrag verhoogd tot 640 euro per belastingbetaler per jaar. Wel geldt deze vrijstelling voor alle dividenden die u op één jaar vergaart, m.a.w. de dividenden die u ontvangt van coöperatieve vennootschappen en van aandelen. Op dividenden van beleggingsfondsen geldt geen vrijstelling.

Verder wordt de vrijstelling van roerende voorheffing voor coöperatieve deelbewijzen ook niet meer aan de bron toegepast. Meteen ook de reden waarom u dit jaar op uw dividenden uit coöperatieve deelbewijzen wel roerende voorheffing moest ophoesten, zelfs al lagen deze onder de 640 euro.

Wel zult u die roerende voorheffing via uw belastingaangifte van volgend jaar kunnen recupereren. Om dit te verkrijgen zult u alle dividenden die u in 2018 ontving, moeten optellen, dit bedrag aangeven (tot een maximum van 640 euro per belastingbetaler), waarna u de voorheffing die eerder op dit bedrag werd ingehouden, terugstort zult krijgen.

Deel dit artikel