Nieuws
Sicav, beleggingsfonds, ICB, GVV: moet u fondseninkomsten aangeven? 5 maanden geleden - dinsdag 28 maart 2017
Voor u maakt het weinig verschil uit als u een ICB, bevek, sicav, GVV, beleggingsfonds, FCP, enz. verhandelt. Enkel fiscaal kan er een aap uit de mouw komen.

Enkel als u een buitenlands beleggingsfonds verkoopt, moet u rekening houden met de eventuele aangifteplicht in uw belastingen. Voor de rest hoeft u niet wakker te liggen van de rechtsvorm van uw fonds.

Beleggingsvennootschap of gemeenschappelijk beleggingsfonds

Hoewel in de praktijk meestal wordt gesproken van (beleggings)fonds, is de enige correcte benaming van deze producten de term ICB of ‘instelling voor collectieve belegging’. In het Frans komt u de term OPC of ‘organisme de placement collectif’ tegen.

Een ICB kan uiteindelijk twee rechtsvormen aannemen: die van beleggingsvennootschap of die van gemeenschappelijk beleggingsfonds. Welke rechtsvorm u kiest, kan een impact hebben op uw belastingaangifte.

Beleggingsvennootschap

Het gros van onze fondsenmarkt bestaat uit beleggingsvennootschappen. Die worden bevek genoemd, een term die staat voor ‘beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal’. Daarbij betekent ‘veranderlijk’ dat de vennootschap de mogelijkheid heeft om continu aandelen bij te maken of te vernietigen.

In het Frans hebben we het over een sicav, wat staat voor ‘société d’investissement à capital variable’. De Luxemburgse sicavs zijn de populairste ICB’s naar buitenlands recht op onze markt. Andere nationaliteiten die we vaak tegenkomen, zijn Brits (Threadneedle) en Iers (iShares).

Naast de vennootschappen met veranderlijk kapitaal bestaat er ook een beleggingsvennootschap met vast kapitaal. Vroeger werd dat de (vastgoed)bevak genoemd, vandaag hebben we het over de gereglementeerde vastgoedvennootschap, oftewel GVV. Hier worden geen nieuwe aandelen bijgemaakt (= vast kapitaal) waardoor er al een andere belegger moet verkopen indien u wenst te kopen. Het principe van een aandeel dus.

Ontdek hier een lijst met 17 GVV’s beschikbaar in België.

Gemeenschappelijke beleggingsfondsen

Er bestaan daarnaast een resem ICB’s die geen vennootschappen zijn maar gemeenschappelijke beleggingsfondsen, ook wel GBF, FCP (‘fonds commun de placement’) of unit trust genoemd. Die kunnen van Belgische makelij zijn, zoals onze pensioenspaarfondsen, of naar buitenlands recht, zoals fondsen van Carmignac Gestion (Frans), Ethenea (Luxemburgs) en Invesco (Iers).

Een GBF beschikt, en dat in tegenstelling tot een bevek, niet over een eigen rechtspersoonlijkheid. Als deelbewijshouder wordt u daarom verondersteld om zélf alle roerende inkomsten die het fonds int te innen. Telkens dat gebeurt, moet u in principe de roerende voorheffing van 30 % daarop betalen.

Dat is in de praktijk natuurlijk onmogelijk. Een fonds rijft tientallen keren per jaar zo’n inkomst binnen zonder dat u daar zelfs van op de hoogte bent. Daarom werd met de fiscus een ruling overeengekomen. Door jaarlijks het totale bedrag aan roerende inkomsten (uit dividenden en, afhankelijk van het fonds, uit interesten) in uw belastingaangifte in te vullen, bent u in orde wat de bevrijdende voorheffing betreft. Die aangifteplicht geldt enkel voor buitenlandse gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Belgische, zoals Belfius Plan en KBC Privilege Portfolio zijn vrijgesteld van aangifteplicht.

Ook goed om te weten, is dat u bij een gemeenschappelijk beleggingsfonds dat de dividenden oppot nooit beurstaks op de verkoop betaalt. Bij beleggingsvennootschappen is dat 1,32 %.

Aangeven of niet?

Hoe weet u nu of uw fonds een buitenlandse GBF is of niet? Dat vindt u in het prospectus van elk fonds of op www.test-aankoop.be/invest onder ‘rechtsvorm’ in de steekfiche van elk fonds.

Zo ziet u dat AXA Rosenberg US Equity Alpha een ‘Iers beleggingsfonds’ is. Om nu te weten welke sommen u precies moet aangeven, kunt u vaak terecht op de Belgische website van de vermogensbeheerder, die daarvoor een calculator ter beschikking stelt. Ook kunt u altijd terecht bij uw fondsendistributeur.

Deel dit artikel