Analyse
Obligatiefonds of individuele obligaties? 1 jaar geleden - donderdag 14 april 2016

Beleggen in een obligatiefonds is helemaal niet hetzelfde als kiezen voor individuele obligatieleningen.

Hoe de emissie ook evolueert gedurende zijn levensduur, met een obligatie weet u wat u in huis haalt op het vlak van rendement, grootte van de coupon en kapitaalbescherming. Zolang er niets mis loopt met de terugbetalingscapaciteit van de emittent.
Die zekerheden hebt u niet met een fonds. De dagelijkse inventariswaarde weerspiegelt immers de waarde van de onderliggende obligaties. Dalen de rentevoeten, dan worden de obligaties in de portefeuille meer waard waardoor de inventariswaarde stijgt (en omgekeerd).
En net omdat we hogere rentevoeren vrezen in de toekomst zijn we eerder verkoper dan koper van obligatiefondsen op dit moment.
Hieronder 12 voor- en nadelen. Cruciaal is punt 8, 9 en 10.

 

1. Spreiding

Fonds: het grote voordeel van een obligatiefonds is de diversificatie. Met een enkele aankoop haalt u tientallen tot honderden individuele obligaties in huis. Emissies uitgegeven door verschillende types (overheid, bedrijven), met verschillende looptijd en in diverse munten. Voor die spreiding betaalt u wel een prijs. De winsten op de toppers zullen binnen het fonds worden afgeroomd door de verliezen op de floppers.
Obligatie: kiest u voor de obligatielening, dan moet u hopen dat de emittent financieel solvabel blijft; dat probleem kunt u deels oplossen door zelf een mandje met obligaties aan te kopen.

 

2. Beheer

Fonds: geleid door professionelen die, binnen hun mandaat, kunnen inspelen op de opportuniteiten van het moment.
Obligatie: bij herbelegging van de obligatie of van de coupons, bent u afhankelijk van het aanbod en de rentevoeten van dat moment.

 

3. Verhandelbaarheid

Fonds: meestal dagelijks tegen netto-inventariswaarde (zeer liquide).
Obligatie: wet van vraag en aanbod; sommige emissies zijn moeilijk te kopen én te verkopen aan correcte prijzen.

 

4. Instapbedrag

Fonds: vanaf enkele euro’s hebt u al een fonds.
Obligatie: voor kleine bedragen kunt u meestal geen obligaties kopen. De kleinste coupure bedraagt 1 000 euro en kan voor sommige obligaties oplopen tot 100 000 euro.

 

5. Herbelegging

Fonds: kunt meestal kiezen uit een fondsenversie die de ontvangen coupons automatisch herbelegt (kapitalisatie) of een die de coupons uitkeert in de vorm van een dividend (distributie).
Obligatie: de meeste obligaties keren periodieke intresten uit (meestal jaarlijks, maar dat kan ook per kwartaal).

 

6. Keuze

Fonds: de fondsen kunnen puren uit zowat het hele gamma aan emissies, zolang hun prospectus dat maar toelaat. Daarbij vaak ook tranches die niet beschikbaar zijn voor de particulier. Een wereldwijd beleggend fonds zoals Invesco Global Bond zal daarbij breder kunnen beleggen dan een fonds in kortlopende obligaties in euro zoals Petercam Bonds EUR Short Term 1 Year.
Obligatie: het beschikbare aanbod voor de particuliere belegger is ruim, maar toch beperkter dan het universum waar een professionele belegger zoals een fonds uit kan puren.

 

7. Eindvervaldag

Fonds: geen eindvervaldag; obligaties worden continu gekocht en verkocht.
Obligatie: u weet op voorhand wanneer uw emissie zal eindigen.

 

8. Kapitaalbescherming

Fonds: op geen enkel moment geniet u van een bescherming van uw ingelegde centen.
Obligatie: de koers schommelt; op eindvervaldag bent u echter zeker dat u uw inleg terugkrijgt, in de munt van uitgifte en vóór kosten (tenzij de emittent betalingsproblemen kent).

 

9. Rendement

Fonds: geen vervaldag waardoor u uw eindrendement nooit op voorhand kent.
Obligatie: behoudens faillissement van de uitgever kunt u na al uitrekenen wat het nettorendement is van uw obligatie op de vervaldag.

 

10. Roerende inkomsten

Fonds: uw fondsendividend kent u nooit op voorhand; dat zal afhangen van de obligaties die er op dat moment in de portefeuille zitten en de keuze van de beheerder om die roerende inkomsten uit te keren of niet.
Obligatie: u hebt zekerheid over de jaarlijkse coupon (behoudens betalingsproblemen).

 

11. Kosten

Fonds: sommige fondsen worden duur beheerd, andere goedkoop ,voor sommige betaalt u instapkosten, voor andere niet.
Obligatie: nieuwe obligaties die noteren op de primaire markt koopt u tegen uitgifteprijs; bestaande obligaties (secondaire markt) kosten wel geld (+bewaarloon bij sommige instellingen).

 

12. Fiscaliteit

Fonds: meerwaardebelasting (27 %) op de verkoop van uw obligatiefonds als u een meerwaarde hebt behaald; beurstaks bij verkoop van uw obligatiefonds van het kapitalisatietype (1,32 %), roerende voorheffing bij inning van het dividend (27 %).
Obligatie: beurstaks enkel bij aankoop én verkoop op de secundaire markt (0,09 %), roerende voorheffing bij inning van de coupon (27 %).

 

Deel dit artikel