Analyse
Welke kosten betaalt u op uw beleggingsfonds? 2 jaar geleden - woensdag 27 mei 2015

Welke kosten; zichtbare én onzichtbare, betaalt u precies? Zijn ze gerechtvaardigd? Haalt u met een duur fonds ook navenante kwaliteit in huis?

De impact van de jaarlijkse kosten op het rendement van uw fonds kan groot zijn, zeker op lange termijn. Presteren de financiële markten goed, dan zullen weinig beleggers er wakker van liggen dat ze 20 % rendement hebben behaald in plaats van 22 %. Het verhaal wordt echter anders in dalende markten waar elke procent extra kosten er een teveel is. De kosten van fondsen uit dezelfde categorie met elkaar vergelijken is dan ook geen overbodige luxe. Twijfelt u tussen twee fondsen, kies dan voor het fonds met de laagste lopende kostenratio.

 

EENMALIGE KOSTEN

Instapkosten (zichtbaar, vermeld op borderel en op site verdeler)

Bij grootbanken en verzekeraars (tak 23) betaalt u nog 2 à 3 % aan instapkosten. Afhankelijk van instelling en van fonds betaalt u 20 tot 35 euro per belegde schijf van 1 000 euro. Dat bedrag kan oplopen tot 70 euro.

 

Uitstapkosten (zichtbaar, vermeld op borderel en op site van de verdeler)

Meestal betaalt u geen uitstapkosten bij de verkoop van uw fonds.
Uitzonderingen zijn:
– bij de verkoop vóór eindvervaldag van uw fonds (meestal 1 %)
– bij de verkoop van uw tak 23-fonds (meestal degressieve uitstapkosten, verdwijnen soms na 5 jaar).
– wanneer de beheerder uitstapkosten aanrekent (zoals bij het SSgA-gamma).
– wanneer de kosten forfaitair zijn (bv. bij BinckBank: 12,75 euro bij instap én uitstap van uw fonds, ongeacht de ordergrootte).
– wanneer een administratiekost wordt aangerekend (bij bepaalde grote banken bij de verkoop van fondsen van andere instellingen).

 

Wisselkoerskosten (niet zichtbaar op borderel, noch op site van de verdeler)

Koopt u een fonds dat niet in euro noteert, dan zult u wisselkoerskosten betalen die soms kunnen oplopen tot enkele procenten!

 

JAARLIJKSE KOSTEN

Beheerloon (niet zichtbaar op borderel, wel op technische fiche van het fonds)

Uw fonds wordt beheerd door professionelen en u betaalt een deel van hun loon. Deze kosten worden tevens aangewend om de financiële tussenpersoon te vergoeden voor zijn diensten. Het loon wordt dagelijks afgetrokken van de inventariswaarde van het fonds zonder dat u daarvan een afrekening krijgt.
Het wordt ook uitgedrukt als een percentage. Als het beheerloon jaarlijks 1,4 % bedraagt, dan wordt het rendement van uw fonds jaarlijks met datzelfde percentage afgekalfd.

 

Totale kosten (niet zichtbaar op borderel, maar wel op de technische fiche van het fonds)

Het beheerloon vormt de hoofdmoot van de lopende kostenratio (total expense ratio of TER). Die ratio heeft een beter beeld van het jaarlijkse kostenplaatje van uw fonds. Naast het beheerloon vindt u er kosten in terug zoals administratie, belastingen, bewaring, audit, enzovoort.

 

Bewaarloon (jaarlijks verrekend, staan op uw rekeningafschrift dat u aan het begin van elk jaar krijgt)

Koopt u uw fonds bij een instelling, dan wordt dat fonds op een effectenrekening bewaard. Dat gebeurt bij de klassieke banken gratis, voor zover het fondsen betreft van de eigen instelling of van partnerinstellingen. Maar zodra u fondsen van andere beheerders in huis haalt, betaalt u wel een bewaarloon per fonds.

 

Bij de instellingen die fondsen verdelen van tal van beheerders, zoals BinckBank, Fortuneo Bank, Keytrade Bank, MeDirect en Rabobank.be, betaalt u daarentegen geen enkel bewaarloon. Uitzondering op de regel is Deutsche Bank.

 

Prestatievergoeding of performance fee (niet zichtbaar op borderel, wel vermeld op de technische fiche van het fonds)

Die vergoeding komt bovenop het beheerloon. Van de 2604 fondsen op onze website hebben er 74 een prestatievergoeding, o.a. Aphilion Q² Equities, BNP Paribas Quam, Carmignac Patrimoine en de fondsen van Ethenea en SKAGEN.

 

De beheerder zal zichzelf een extra loon uitkeren indien hij erin slaagt om beter te doen dan een vooraf bepaalde index. Dat loon kan bijvoorbeeld 20 % zijn van de meerprestatie. In de praktijk wordt het meestal pas uitgekeerd als alle minprestaties uit het verleden zijn goedgemaakt.

 

FISCALITEIT

Beurstaks (TOB) (zichtbaar op borderel)

De taks op beursverrichtingen (TOB) KAN u worden aangerekend bij de aankoop én bij de verkoop van uw beleggingsfondsen.
– Wat niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen betreft, betaalt u enkel beurstaks bij de verkoop van uw fonds dat de dividenden herbelegt. Kostprijs: 1,32 %.
– Wat beursgenoteerde beleggingsfondsen betreft (zoals trackers) zal de taks 0,09 %, 0,27 % of 1,32 % bedragen, bij aankoop én verkoop. Het precieze tarief zal afhangen van de rechtsvorm van de tracker en van de al dan niet registratie in ons land.
– Er wordt nooit beurstaks aangerekend op de niet-beursgenoteerde fondsen die hun dividenden uitkeren, de niet-beursgenoteerde fondsen van het type ‘gemeenschappelijk fonds’, de pensioenspaarfondsen en de verzekeringsfondsen.

 

Meerwaardebelasting (zichtbaar op borderel)

Momenteel betaalt u enkel een eventuele meerwaardebelasting bij de verkoop van een beleggingsfonds dat voor meer dan 25 % in obligaties en cash belegt. De taks bedraagt 25 % van de berekende meerwaarde (zonder rekening te houden met eventuele wisselkoerswinsten en -verliezen). Op verzekeringsfondsen en pensioenspaarfondsen betaalt u geen meerwaardebelasting.
Bij de verkoop van uw fonds kan de impact op het rendement van uw (obligatie en gemengde) fondsen in sommige gevallen heel groot zijn. U ontsnapt er echter niet aan.

 

Dividendbelasting (zichtbaar op borderel)

Keert uw fonds een dividend uit, dan zult u daarop Belgische roerende voorheffing betalen (25 %). Koopt u een buitenlands fonds dat dividenden uitkeert, dan zal u mogelijks ook eerst de buitenlandse roerende voorheffing moeten betalen. Het tarief hangt af van het land van oorsprong van het fonds en de toepassing van een eventueel dubbelbelastingverdrag tussen dat land en België.

 

De impact op het rendement van uw fonds varieert. Haalt u een fonds in huis dat een hoog dividendrendement biedt en bovendien dubbel belast wordt, dan kan u dat vrij duur uitkomen.

 

Verzekeringstaks (zichtbaar op borderel)

De premietaks van 2 % is enkel van toepassing wanneer u een levensverzekeringsproduct koopt, zoals de tak 23-levensverzekeringen. De taks komt bovenop eventuele instapkosten en kan in het slechtste geval tot 7 % oplopen.

 

IMPACT VAN DE TOTALE KOSTENRATIO OP HET RENDEMENT VAN FONDSEN OP 1, 3 EN 5 JAAR

Aandelenfondsen

De kosten wegen zwaarder door naarmate u langer in het fonds zit. De negatieve impact van de kosten is dus groter op vijf jaar dan op één jaar. Over het algemeen biedt een hoog beheerloon geen waar voor uw geld.

 

Obligatiefondsen

We hebben in deze categorie geen verband gevonden tussen de kosten en het rendement. Dat komt enerzijds omdat zowat alle obligatiefondsen de laatste jaren fantastisch goed hebben gepresteerd. Anderzijds merken we weinig verschillen tussen heel wat fondsen. Op langere termijn (langer dan vijf jaar) zien we wel een negatieve relatie.

 

Geldmarktfondsen

Door de hoge rendementen over het afgelopen jaar (11 % gemiddeld) vinden we geen kostenimpact op 1 jaar. Op langere termijn hebben de kosten echter een sterk negatieve impact. De rendementen van geldmarktfondsen liggen immers normaal laag. Enkele fracties van een procent meer betalen, vreet dan ook aan de belegging.

 

Gemengde fondsen

Het negatieve effect van de kosten op het rendement vergroot met de jaren. Ook hier bieden 'dure' fondsen gemiddeld gezien geen waar voor hun geld.

 

Deel dit artikel