Analyse
Toen waren ze nog met één 8 jaar geleden - donderdag 12 maart 2009
De privak. Onbekend dus onbemind?

Met de ontbinding van Biotech blijft enkel Quest for Growth over als publieke bevak die in durfkapitaal belegt. Ondanks het fiscale gunstregime blijft het statuut vooral stof vergaren. Laat u niet verleiden.

GEEN SUCCES
Ruim tien jaar nadat de privak boven het doopfont werd gehouden, lijkt de formule op sterven na dood. Nochtans beschikt de privak over een fiscaal gunstregime om de particuliere belegger ertoe aan te zetten om in durfkapitaal te investeren. De roerende voorheffing op het dividend bedraagt 15 % in plaats van 25 %. En op de uitgekeerde meerwaarden is geen roerende voorheffing van doen, net als bij beleggingsfondsen. In ruil voor dat gunstregime moet de privak aan enkele voorwaarden voldoen. Zo dient ze 80 % van de netto-inkomsten jaarlijks uit te keren en moet minstens 70 % van de portefeuille belegd zijn in niet-beursgenoteerde ondernemingen, in ondernemingen die op een groeisegment van een beurs noteren of in andere durfkapitaalfondsen.
· Vanwaar dat gebrek aan succes? Aan de aanbodzijde bleek de privak al snel een complex juridisch product dat niet eenvoudig op te richten is. Ook de verplichte beursnotering, met haar hoge kosten en continue transparantieregels, bleek ook een (te) hoge instapdrempel. Om die reden zag in 2003 dan ook de private privak het levenslicht. Aan de vraagzijde zagen de financiële instellingen de privaks eerder als een concurrent voor de eigen fondsen en stimuleerden ze dan ook niet de verkoop ervan. Ook bleek dat de meeste beleggers niet wakker lagen van een belegging in risicokapitaal.
· Quest for Growth kon bij de start nog teren op de wereldwijde beursrally (1999-2000), maar stuikte nadien als een kaartenhuisje ineen. Zelfs aan de huidige koers, die ferm onder de werkelijke intrinsieke waarde noteert, vinden we een belegging in het fonds niet interessant in de huidige beurscontext. Ook blijft het koffiedik kijken wat de waardering van de niet-beursgenoteerde participaties betreft.
· Biotech kwam in een barslecht beursklimaat op de markt. Twee jaar na lancering stond de koers twee derden lager. Die put werd nooit meer gevuld (zie grafiek) en met de ontbinding van de vennootschap zal dat ook niet meer gebeuren. De beleggers weten in april hoeveel geld hen nog rest. Opvallend is dat de biotechnologiemarkt ondertussen wel kon opveren. Beleggen in durfkapitaal kent dus duidelijk andere wetten.

PRIVAK BIOTECH (vet) EN BIOTECHNOLOGIEINDEX (basis 100)

De privak (vet) kwam misschien onder een slecht gesternte op de beurs, de brede biotechnologiemarkt beschikte wel over de veerkracht om de verliezen goed te maken.

NOG REK IN DE FORMULE?
· De privak bood aan particuliere beleggers de kans om te beleggen in de weinig toegankelijke markt van niet-beursgenoteerde bedrijven en opstartende vennootschappen. Een markt die tot dan enkel maar weggelegd was voor professionele en/of grote beleggers. Ondanks het gebrek aan soortgelijke alternatieven en ondanks het fiscale gunstplaatje bleef de interesse beperkt. Dat zien we niet veranderen.
· Vandaag is het immers gemakkelijker dan ooit om te beleggen in durfkapitaal. Dat kan via klassieke beleggingsfondsen (o.a. Robeco Private Equity), goedkope trackers (o.a. iShares S&P Listed Private Equity), beursgenoteerde durfkapitalisten zoals Kohlberg Kravis Roberts Private Equity Investors of holdings zoals de Vlaamse investeringsmaatschappij GIMV (koopwaardig volgens onze collega’s van Test-Aankoop invest).

BEVEK, BEVAK, PRIVAK...
· Instellingen voor collectieve beleggingen, kortweg ICB’s, kunnen we in tal van hokjes verdelen. Een daarvan is volgens juridisch statuut. Zo zijn er ICB’s in de vorm van beleggingsfondsen, denk maar aan de pensioenspaarfondsen. Het gros bestaat echter in de vorm van een beleggingsvennootschap. Zo zien we bij de bij ons gecommercialiseerde beleggingsfondsen een heel groot aantal beveks (in het Frans: sicav), vooral naar Belgisch en Luxemburgs recht. Dat zijn beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal. Is hun kapitaal vast, dan spreken we van bevaks (sicaf). Zij bestaan vooral in de vorm van vastgoedbevaks (bevaki of sicafi). Voorbeelden zijn Befimmo.
· Ten slotte kan een ICB ook de vorm aannemen van een beursgenoteerde privak, of een private equity bevak. Een groot deel van de portefeuille wordt belegd in niet-beursgenoteerde vennootschappen en groeibedrijven, vaak met een particuliere of familiale aandeelhouderskring. Durfkapitaal met andere woorden.
Maar hoewel het privakstatuut al vanaf 1997 bij wet geregeld is, kon het nooit op veel bijval rekenen. Uiteindelijk zagen slechts twee privaks het levenslicht: Quest for Growth in 1998 en KBC Private Equity Fund Biotech, kortweg Biotech in 2001. Die laatste besliste vorige maand om er de brui aan te geven.

Private privak

Naast de publieke privak bestaat er ook zoiets als de niet-beursgenoteerde privak, de zogeheten private privak waarvan de beheersvennootschap slechts een beperkt aantal investeerders kent. Ook hier was het succes magertjes wegens de complexe wetgeving rond het statuut. Midden 2004 beet Vectis Participaties de spits af, gevolgd door Sherpa Invest. Ondertussen tellen we al zeven private privaks.

Deel dit artikel