Analyse
Obligatiefondsen uit de vier windstreken 11 jaar geleden - woensdag 14 juni 2006

Via internationale obligatiefondsen kunt u ook met een bescheiden kapitaal beleggen in obligaties van over de hele wereld.

Via internationale obligatiefondsen kunt u ook met een bescheiden kapitaal beleggen in obligaties van over de hele wereld. Onze voorkeur gaat uit naar PAM (L) Bonds Universalis van beurshuis Petercam.

Spreiden, spreiden, en nog eens spreiden… Dat is ongetwijfeld hét motto waarmee elke belegger rekening dient te houden als hij zijn portefeuille samenstelt.
Een van de makkelijkste manieren om dat te doen, is aandelenfondsen combineren met obligatiefondsen. De reden ligt voor de hand: de koersevoluties van beide beleggingstypes vertonen vaak een verschillende trend. Als aandelenfondsen stijgen, dan gebeurt het dat obligatiefondsen dalen, en ook het omgekeerde is waar. De fondsenrendementen van de voorbije maand zijn hier een mooi voorbeeld van. Terwijl ALLE aandelenfondsen uit onze tabellen (fors) lager gingen, slaagden de meeste obligatiefondsen er wel in om het hoofd boven water te houden. Een aantal obligatiefondsen won zelfs terrein.

OOK SPREIDEN BINNEN OBLIGATIES
· Hoeveel procent van uw portefeuille u in obligatiefondsen steekt, wordt bepaald door uw beleggingshorizon en uw risicoprofiel. Hoe korter uw horizon en hoe minder risico u wenst te nemen, hoe meer obligatiefondsen u best opneemt. Zo boet u misschien wel aan potentieel rendement in, maar het is hoe dan ook bevorderlijk voor ‘een goede nachtrust’.
· Ook binnen het gedeelte obligaties raden we u aan om verder te spreiden. Dit kan op twee manieren:
– De actievere belegger kan onze ‘ Strategie ’ als leidraad gebruiken. Daarbij raden we een mix aan van bedrijfsobligatiefondsen in euro (zie vorig nummer) en van klassieke obligatiefondsen in een beperkt aantal vreemde munten: de Zweedse kroon, het Britse pond, de Amerikaanse dollar en – voor de belegger die weinig risico wenst te nemen – de Japanse yen. Deze portefeuilles bieden volgens ons een gezonde mix tussen potentieel rendement en risico.
– De passievere belegger kan genoegen nemen met een internationaal gespreid beleggingsfonds. In dat geval geeft u aan de fondsbeheerder het vertrouwen om zelf, naargelang zijn verwachtingen, positie in te nemen in een bepaalde munt of obligatiemarkt.

SPREIDING OP MEERDERE FRONTEN
Het grote voordeel van de internationale gespreide fondsen is hun spreiding op verschillende niveaus:
· Eerst en vooral is er het renterisico. Elk land heeft een eigen rentestructuur. Afhankelijk van de verwachte rente-evolutie zal de beheerder opteren voor obligaties met een lange, middellange of korte (rest)looptijd. Korte looptijden zijn bijvoorbeeld interessant wanneer hij denkt dat de rente (sterk) zal stijgen. Stijgende rentevoeten doen de koersen van bestaande obligaties immers dalen. Hoe langer de obligatie nog loopt, hoe groter dus de negatieve impact zal zijn van stijgende rentevoeten.
· Vervolgens is er het kredietrisico van de uitgever. Kiest de beheerder voor een obligatielening uitgegeven door een westers land, dan is hij quasi zeker van zijn coupon en van terugbetaling op de eindvervaldag. Dat is al minder het geval indien er geopteerd wordt voor een emissie van een bedrijf of van een groeiland. De coupon zal dan wel hoger zijn, maar het risico ook navenant. Een beleggingsfonds biedt gelukkig het voordeel dat er voldoende obligaties in portefeuille worden genomen (vaak een paar honderd) om eventuele ‘ongelukjes’ op te vangen.
· Tot slot speelt er nog een belangrijk element: het muntrisico. Zo verloor de Amerikaanse dollar het afgelopen jaar bijna 4 % ten opzichte van de euro. Het hoeft geen betoog dat dit sterk woog op de prestaties van Amerikaanse obligaties en obligatiefondsen. Ook beleggers die dit jaar opteerden voor obligaties in Nieuw-Zeelandse dollar zullen de val van de kiwidollar (NZD, - 13,5 %) niet snel vergeten. Maar het omgekeerde scenario kan natuurlijk ook. De Canadese dollar won de voorbije twaalf maanden al meer dan 9 %, waardoor obligatiefondsen in deze munt uitgroeiden tot een succesverhaal. Een internationaal obligatiefonds zal het gros van de portefeuille doorgaans in euro en Amerikaanse dollar beleggen. Vaak komen daar dan in mindere mate de andere dollarmunten, de Japanse yen en het Britse pond bij.

VERSCHILLEN TUSSEN FONDSEN
· Als we naar de rendementen van de gespecialiseerde fondsen kijken, dan zien we grote verschillen. Dat is ook logisch, want de portefeuilles van de internationale obligatiefondsen verschillen vaak heel sterk van elkaar. Zo verloor Rorento (Robeco Bank, ***) over de voorbije twaalf maanden – in een stijgend renteklimaat – slechts 0,1 %, terwijl Parvest World Bond (verdeeld door Cortal Consors, **) 4,9 % lager dook. Gaan we verder terug in de tijd, dan won PAM (L) bonds Universalis (Petercam, ****) jaarlijks gemiddeld 4,6 %, terwijl fondsen zoals AXA World Fund Global Aggregate Bonds (AXA Bank, **) en Rorento gemiddeld 1,2 % in het rood gingen. Een wereld van verschil, zeker in obligatieland.
· Veel beheerders hebben hun eigen methode om de bovenstaande risico’s aan te pakken… of net niet. Zo zijn er fondsen die uitsluitend beleggen in overheidsobligaties en andere die niet terugdeinzen voor minder hoogstaande bedrijfsobligaties of overheidsobligaties. Een goed voorbeeld hiervan is Templeton Global Bond Fund (o.a. verdeeld door Citibank en Deutsche Bank) dat zowel belegt in obligaties van groeilanden als van westerse landen.
· Een groot deel van het rendement wordt hoe dan ook bepaald door het muntrisico en de manier waarop daarmee wordt omgesprongen:
– Vele fondsen beleggen een groot deel van de portefeuille in euro. Zo bestaat de portefeuille van Rorento voor maar liefst 70 % uit obligaties in euro. Minder evident is de keuze voor de Japanse yen. Sommige fondsen zoals PAM (L) Bonds Universalis beleggen er niet in, andere zoals Parvest World Bond (**) en SGAM Bonds World (SG Private Banking, **) kiezen er voluit voor (tot een derde van de portefeuille).
– Sommige beheerders dekken zich volledig of gedeeltelijk in tegen het muntrisico (zie ‘Indekken of niet?’). Zo belegt de beheerder van Dexia Bonds International (***) in obligaties in Amerikaanse dollar om te profiteren van het rente-effect, maar dekt hij zich wel quasi volledig in tegen het wisselkoersrisico. Meteen ook de reden waarom dit fonds geen terrein verloor de afgelopen maand en het laatste jaar bovengemiddeld presteerde.

Indekken of niet?

Is het op termijn nuttig om je in te dekken tegen wisselkoersrisico? Over deze vraag is er al heel wat inkt gevloeid. Wisselkoersen bewegen nu eenmaal omhoog of omlaag, en vormen dus een potentiële bron van inkomsten… en van verliezen.

Volgens de ene studie kunnen wisselkoersen onmogelijk voorspeld worden, volgens de andere dan weer wel. Waar iedereen het over eens lijkt, is dat een gedeeltelijke of volledige indekking via termijncontracten en afgeleide producten het algemene risiconiveau van een fonds beperkt (al is dat natuurlijk niet ‘gratis’). Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat fondsen er in de praktijk toch voor kiezen om zich gedeeltelijk in te dekken tegen wisselrisico.

Wij zien een actief muntbeheer als onderdeel van de toegevoegde waarde van de beheerder. Als een fonds er dankzij bepaalde muntkeuzes in slaagt om op termijn beter te presteren dan andere fondsen, dan verdient dat een pluim en houden we daar dus ook rekening mee in onze prestatie-indicator.

WELKE KEUZES MAKEN?
Zoals u ondertussen al weet is het beleggingsuniversum van deze categorie ruim en de portefeuilles divers. Om een keuze te maken tussen de verschillende fondsen kijken we daarom vooral naar de kwaliteiten van het beheer over de laatste vijf jaar. De samenstelling van de portefeuille vinden we hier minder belangrijk. De beheerders spelen immers onmiddellijk in op rente-evoluties en muntverwachtingen en veranderen het geweer vaak van schouder. Als we kijken naar onze prestatie-indicator (de ‘sterretjes’) en rekening houden met het behaalde rendement, het gelopen risico en de regelmaat in de prestaties, dan is het duidelijk dat vooral PAM (L) Bonds Universalis (****) van Petercam hoge toppen scheert.

PAM (L) BONDS UNIVERSALIS (in euro)

 

 

Het fonds van Petercam is al geruime tijd ons favoriete wereldwijde obligatiefonds. De beheerder slaagt er in om via zijn keuzes waarde te creëren voor de belegger. Als we de portefeuille even onder de loep nemen, dan vinden we ruim 350 obligaties terug. Slechts een kwart van de totale portefeuille bestaat uit overheidsobligaties. De rest zijn kwalitatieve bedrijfsobligaties, vooral uit de financiële sector. Op dit moment wordt duidelijk de eurokaart getrokken (65 % van de portefeuille) en belegt het fonds niet in Japanse yen. Het fonds dekt zich ook niet systematisch in tegen wisselkoersrisico. Die strategie is afhankelijk van de verwachtingen en ook van de kostprijs van de indekking.

Deel dit artikel