Analyse
Duurzaam fonds zoekt belegger 12 jaar geleden - vrijdag 10 december 2004
Duurzame fondsen : hun aantal groeit, maar het gros van de beleggers laat ze nog steeds links liggen. Terecht ?

De duurzame fondsen blijven vooral timmeren aan de weg naar … de beleggersharten. Hun aantal groeit, maar het gros van de beleggers laat deze fondsen nog steeds links liggen. Terecht?
De beheerders van duurzame beleggingsfondsen moeten er stilaan tureluurs van worden. Ze boeken vaak goede prestaties, ze hebben daarnaast een goed verhaal én toch krijgen ze hun fondsen omzeggens niet aan de straatstenen verkocht. Volgens de laatste cijfers van de fondsenvereniging BEAMA hebben de duurzame beleggingsfondsen een marktaandeel van… 1,3 %.
Hetzelfde fenomeen zien we echter ook in de ons omliggende landen. Enkel onze noorderburen vormen hierop de uitzondering dankzij het fiscale duwtje in de rug die de zogenaamde “maatschappelijke beleggingen” daar krijgen. Iets waarop de sector ook hier zit te wachten.

Vooroordelen
Van in het begin werd duurzaam beleggen geplaagd door vooroordelen. Soms terecht, vaak onterecht. We zetten de voornaamste op een rijtje:

·ze brengen minder op
– Duurzame beleggingsfondsen brengen door de band genomen niet minder op dan niet-duurzame. Op korte termijn kunnen er schommelingen zijn met de “klassieke” fondsen, op lange termijn worden die verschillen in de meeste gevallen uitgevlakt.
– En ook in dit universum hebt u “goede” en “slechte” fondsen.

·ze houden meer risico in
– In tegenstelling tot vroeger sluiten de meeste duurzame fondsen geen volledige sectoren meer uit. Uitsluiting resulteerde immers in een hoger risico. Dit risico wordt nu zo veel mogelijk vermeden.
– Toch houden de duurzame fondsen nog steeds meer relatief risico in dan niet-duurzame. Afhankelijk van het gekozen duurzame fonds zal de portefeuille immers weinig of veel afwijken van de referentie-index. Een fonds zoals KBC Eco Fund Water dat enkel belegt in bedrijven actief in de watersector zal anders presteren dan zijn categorie “wereldwijde aandelenfondsen”. Daar moet u rekening mee houden.

·ze zijn duurder
– De meeste fondsen hanteren een speciale adviesraad of gaan te rade bij een extern bureau dat zorgt voor de screening van de portefeuille. Deze kosten worden vaak verhaald op de belegger.
– Als er al een verschil is in kostprijs, dan wordt dit vooral veroorzaakt door schaalgrootte. Enkele duurzame fondsen zijn klein en ontberen daarom de vereiste grootte om de vaste kosten billijk te spreiden over alle beleggers. Dit resulteert in een hogere totale kostenratio.

·zijn ze wel duurzaam?
– Het gebrek aan een sluitende definitie van “wat is duurzaam?” speelt de sector nog steeds parten. Zo is voor het ene fonds bedrijf X duurzaam, voor het andere dan weer niet.
– U mag echter aannemen dat alle fondsen duurzaam beleggen. Daar zorgen de gespecialiseerde adviesorganen wel voor. De enige uitzonderingen zijn BBL Solidarity Euro Mixed 1 en Evangelion. Zij beleggen niet duurzaam maar staan wel hun dividend af aan een goed doel.
– Het ene fonds bekijkt de term duurzaam wel breder dan het andere. IN.flanders Index Fund (KBC) focust bijvoorbeeld enkel op de aangroei van werknemers in een bedrijf. Veelal kunt u uit de fondsennaam afleiden welk duurzaam thema een fonds belicht.

Ook obligaties
· Tot voor kort kon u praktisch niet beleggen in zuivere duurzame obligatiefondsen. Triodos Values European Bonds, opgericht in 2002, bleef lange tijd de enige mogelijkheid. Daar is sinds dit jaar een mouw aan gepast. KBC verruimde vorig jaar het aanbod door ook de particuliere belegger toegang te verlenen tot het reeds bestaande KBC Institutional Ethical Euro Bonds. En dit jaar kwam Dexia op de proppen met Dexia Sustainable Euro Bonds .
· Duurzaamheid en obligaties, het blijft een moeilijk huwelijk.
Iedereen is het er over eens dat wat bedrijfsobligaties betreft er weinig problemen zijn. Obligaties uitgegeven door een duurzaam bedrijf worden aanzien als een duurzame belegging. Helaas gaat het vaak om weinig liquide beleggingen, zodat vele obligaties voor een fonds uit de boot vallen. En bedrijfsobligaties zijn risicovoller dan staatsobligaties.
Een ander verhaal geldt voor deze laatste. Kunt u immers van een land zeggen dat het duurzaam is? Jazeker zeggen Dexia, KBC en Triodos Bank in koor. Daarbij wordt er gekeken of het land in kwestie zich houdt aan de internationale conventies (op het gebied van mensenrechten bijvoorbeeld), of het land al dan niet democratisch is, enzovoort. En net zoals bij de aandelenkeuze geldt ook hier dat de ene beheerder een bepaald land duurzaam vindt, terwijl de andere beheerder dit land niet weerhoudt.
· Er bestaan er ook heel wat gemengde fondsen. Die beleggen in zowel aandelen als obligaties. Weet dat in alle gevallen het aandelengedeelte duurzaam gescreend wordt, het obligatiegedeelte veelal niet.

Nieuw in de tabel
· Ten opzichte van onze vorige analyse over duurzame fondsen (F&S 102 ) zijn er heel wat wijzigingen in de tabel:
Het op een na oudste duurzame fonds, VMS Luxinter Ethifond (zie ook F&S 121), verdween en maar liefst 10 fondsen kwamen erbij: 4 van Fortis, 4 van KBC, 1 van Petercam en 1 van Dexia. Ook verander(d)en enkele fondsen van kostenstructuur (zie kaderstukje “Dexia verhoogt kosten ”).
· We maken ook geen onderscheid meer tussen de zogenaamde ethische generaties. Het gros van de fondsen houdt nu immers rekening met tal van duurzame factoren.
· Hetzelfde geldt voor de vermelding van het controleorgaan Ethibel. Of een fonds nu door een extern (zoals ethibel) of intern adviesorgaan wordt gecontroleerd maakt voor de belegger geen verschil. De kwaliteit van de duurzame screening ligt in beide gevallen even hoog.

Iets persoonlijks
· Wij analyseren duurzame fondsen op dezelfde manier als niet-duurzame. En in beide gevallen bestaan er goede en minder goede fondsen.
· Duurzaam beleggen blijft bovenal een persoonlijke keuze. Op lange termijn hebben de duurzame aandelenfondsen over het algemeen geen rendementshandicap ten opzichte van de niet-duurzame fondsen. Op korte termijn kunnen er wel verschillen optreden. Hou hier rekening mee.
Onze voorkeur gaat naar Dexia Sustainable Accent Social, een fonds dat wereldwijd belegt. We raden u af om te beleggen in fondsen met een te eng universum zoals KBC Eco Water en OHRA New Energy.
· De duurzame obligatiefondsen beleggen ook in bedrijfsobligaties en daardoor zijn ze iets risicovoller dan fondsen met uitsluitend staatsobligaties. Ze bestaan ook nog niet lang genoeg om er al een correct oordeel over te geven. Enkel te overwegen als diversificatie.
· Bij de gemengde fondsen vinden we niet echt uitschieters terug. Onze voorkeur gaat daarom uit naar die fondsen die een compartiment hebben in alle gemengde categorieën (defensief, neutraal en dynamisch). Indien uw beleggersprofiel wijzigt kunt u dan zonder veel kosten van het ene compartiment naar het andere switchen. Dexia Sustainable en Fortis L Strategy komen hiervoor in aanmerking.

Ethisch, duurzaam…
Vandaag de dag wordt vooral de term “duurzaam” gebruikt wanneer er wordt gesproken over wat voorheen bestempeld werd als “ethisch”. De reden hiervoor is dat deze term de ruimste lading dekt. Andere termen die gebruikt worden zijn “ecologisch,” “groen”, “maatschappelijk verantwoord” en “sociaal”. In het Engels hebben we “sustainable” of “socially responsible (SR)”. U vindt deze termen meestal terug in de fondsennamen.

Dexia verhoogt kosten
Vanaf 1 januari 2005 verhoogt Dexia de beheerskosten van bijna alle compartimenten van Dexia Sustainable. Voor “Accent Earth”, “Accent Social”, “EMU”, “Europe”, “North America”, “Pacific” en “World Large Caps” klimt de beheersvergoeding van 1 % naar 1,4 %. Voor “European Balanced Medium” komt er 0,1 % bij tot 1 % en voor “European Balanced High” is dat 1,2 % (+ 0,3 %). Enkel de beleggers in “European Balanced Medium” kunnen lachen want hier blijft de premie op 0,9 %.

Deel dit artikel