Analyse
Joepie, de beurstaksen (TOB en TLT) verminderen... 13 jaar geleden - vrijdag 10 september 2004

Dat is vooral goed nieuws voor de deelbewijzen van het kapitalisatietype, die nu een stuk aantrekkelijker zijn geworden. 

Ten gevolge van een arrest van het Europese Hof van Justitie, heeft de Belgische regering vanaf 15 juli 2004 zowel de taks op de beursverrichtingen (TOB) als de leveringstaks (TLT) voor een hele rist financiële transacties moeten afschaffen. Daarbij ook de aankoop van beleggingsfondsen. Laat ons even nagaan wat dit nu concreet betekent.

Minder taksen
· Het Europese arrest viseert uitdrukkelijk de taksen op de uitgifte van nieuwe deelbewijzen. Wanneer u een beleggingsfonds koopt, worden er telkens nieuwe aandelen gecreëerd. Zij vertegenwoordigen een gelijkwaardige verhoging van het fondsenkapitaal. Noch bij de aankoop van een beleggingsfonds, noch bij de overstap van het ene compartiment naar het andere binnen hetzelfde fonds zal u dus nog een beurstaks moeten betalen.
· De fondsen van het kapitalisatietype komen als grote winnaars uit de bus, want de oorspronkelijke beurstaks van 1 % wordt opgeheven. Voor de fondsen van het uitkeringstype is de winst minder uitgesproken, omdat de beurstaks daar amper 0,14% bedroeg.
· De TOB bij uitstap (0,50%) – enkel van toepassing voor de een deelbewijs van het kapitalisatietype – blijft evenwel nog steeds verschuldigd. Niet echt logisch, maar de Staat heeft het Arrest, waarin geen sprake is van uittredingen, wellicht in de meest letterlijke zin willen respecteren. Zo kan natuurlijk ook de budgettaire impact ervan zo beperkt mogelijk worden gehouden…
· Ook voor wie nogal vasthoudt aan de fysieke levering van zijn waardepapieren is er goed nieuws, want de taks op materiële levering (0,60%) werd ook voor de fondsen afgeschaft. Wat niet impliceert dat de kosten die de banken vandaag eventueel aanrekenen voor de levering ook meteen zullen verdwijnen!

Terugbetaling eisen ?
De regering besliste intussen ook dat alle taksen die tussen 16 juli 2002 en 14 juli 2004 ten onrechte werden geheven terugbetaald zullen worden. Het lijkt ons nochtans niet uitgesloten dat men ook verder in de tijd zal moeten teruggaan. Hoe die terugbetaling juist in zijn werk zal gaan, staat voorlopig nog niet vast, maar uit de eerste informatie daarover blijkt dat u daarvoor rechtstreeks bij de Federale Overheidsdienst voor Financiën, en dus niet bij de eigen bank, zal moeten aankloppen. Een maatregel die de anonieme investeerders wel eens zou kunnen ontmoedigen… Hoe dan ook, werp uw oude aankoopbewijzen voorlopig nog niet in de vuilbak!

Kapitalisatie of distributie?
Het merendeel van de fondsen die wij aanraden, zijn van het kapitalisatietype. Vanuit fiscaal oogpunt zijn die immers meestal een stuk aantrekkelijker. In hoeverre verandert dat, nu de beurstaks bij de aankoop afgeschaft is?
· Eerst nog even een kort overzicht van de voornaamste verschillen tussen de kapitalisatiedeelbewijzen en de uitkeringsbewijzen :
– De inkomsten uit kapitalisatiedeelbewijzen (intresten of dividenden die het fonds krijgt) worden aan het fondsvermogen toegevoegd en geherinvesteerd, waardoor de inventariswaarde toeneemt. Doordat de meerwaarden bij verkoop niet belast worden, is de beurstaks bij uittreding dan ook de enige belasting die u hierop betaalt.
– De uitkeringsdeelbewijzen zijn aan geen enkele beurstaks meer onderworpen. De inkomsten – in de vorm van een dividend – blijven wel onderworpen aan de roerende voorheffing (15 % of 25 %, zie kaderstukje). Net zoals bij de kapitalisatiedeelbewijzen wordt er geen taks geheven op de meerwaarde bij verkoop.
· Vanuit fiscaal oogpunt is het dus zaak om, bij de keuze tussen beide types, een goed evenwicht te vinden tussen die twee taxatiesystemen. Daar waar je bij kapitalisatiefondsen rekening moet houden met de beurstaks (bij uitstap), is het bij uitkeringsdeelbewijzen uitkijken voor de roerende voorheffing. Bij uw zoektocht naar dit evenwicht zal u dus rekening moeten houden met de waarde van de uitgekeerde dividenden. Hoe hoger die waarde, hoe hoger ook het bedrag dat de fiscus opstrijkt. Op een gegeven moment wordt het voordeel van de uitgespaarde beurstaks bij de uitkeringsdeelbewijzen dan ook teniet gedaan. Met andere woorden: hoe hoger de waarde van het dividend, hoe interessanter kapitalisatieaandelen worden.

Een verhelderende tabel
De tabel geeft de periode aan waarin het fiscaal voordeliger is om uitkeringsdeelbewijzen te bezitten, in functie van de waarde van het dividend dat jaarlijks uitgekeerd wordt.
· Eerste vaststelling: een uitkeringsfonds die nooit een dividend uitkeert – al is dat eigenlijk puur theoretisch – is altijd interessanter dan een fonds van het kapitalisatietype.
· Van zodra er effectief een dividend wordt uitgekeerd wordt het, naarmate de waarde daarvan hoger wordt, steeds interessanter om te opteren voor kapitalisatiedeelbewijzen.
· Voorbeeld: wanneer u een fonds bezit die u jaarlijks recht geeft op een dividend van 2 %, wordt het pas voordelig om te opteren voor dividenden wanneer u het fonds minstens twee jaar bewaart. Indien u het fonds langer bewaart, wordt kapitalisatie opnieuw interessanter.

FONDSENTRANSACTIES :
DE BEURSTAKS (TOB) EN LEVERINGSTAKS (TLT)

 

Vroeger

Sinds 15/07/2004

 

BT

TLT

BT

TLT

Aankoop K

1 % (375)

0,60 %

0 %

0 %

Verkoop K

0,50 % (375)

0 %

0,50 % (375)

0 %

Aankoop D

0,14 % (250)

0,60 %

0 %

0 %

Verkoop D

0 %

0 %

0 %

0 %

Overgang van een compartiment naar een ander in hetzelfde fonds

Overstap K --> K

1 % (375)

0,60 %

0 %

0 %

Overstap K --> D

0,50 % (375)

0,60 %

0 %

0 %

Overstap D --> D

0 %

0,60 %

0 %

0 %

0verstap D --> K

1 % (375)

0,60 %

0 %

0 %

Het cijfer tussen haakjes geeft het plafond aan, in euro. K = fonds van het kapitalisatietype, D = fonds van het distributietype.

 

WANNEER OPTEREN VOOR DISTRIBUTIE ?

Dividend

Aanbevolen periode

0%

Altijd

1%

< 4 jaren

2%

< 2 jaren

3%

< 1,5 jaar

4%

< 1 jaar

5%

< 1 jaar

Te onthouden
Het nieuwe taxatiesysteem mag dan vooral in het voordeel spelen van de kapitalisatiedeelbewijzen, het verandert weinig aan ons.

· Wanneer u een aandelenfonds, een obligatiefonds of een gemengd fonds, koopt, kies dan eerder voor kapitalisatiedeelbewijzen. Het is immers vrij waarschijnlijk dat u deze beschouwt als beleggingen op middellange of zelfs lange termijn.
· Bij aankoop van kortetermijnfondsen raden we u eerder deelbewijzen van het uitkeringstype aan. In dit geval gaat het immers meestal om een belegging op heel korte termijn (enkele maanden), waarbij u wacht op een geschikte gelegenheid om uw geld te herinvesteren. Gezien de huidige tarieven is het bovendien ook weinig waarschijnlijk dat deze fondsen een hoog dividend (meer dan 2 %) zullen uitkeren.

Welke voorheffing op de uitkeringsdeelbewijzen ?
Algemeen gesteld bedraagt de roerende voorheffing op de dividenden die door de fondsen worden uitgekeerd 15 %. Dat is het geval voor alle beleggingsfondsen naar Belgisch recht. Voor de fondsen die onder buitenlands – in de praktijk vooral Luxemburgs – recht ressorteren, bedraagt de roerende voorheffing die afgehouden wordt bij incassering in België 15 % voor alle fondsen die van na 1 januari 1994 dateren. Voor oudere fondsen is dat 25 %.

Deel dit artikel