Een belangrijk energie- en politiek vraagstuk
De Verenigde Staten hebben Venezuela vooral overgenomen vanwege de oliebronnen, waarmee president Trump één van zijn doelen nastreeft: het land verzekeren van goedkope energie. Dit past in een bredere strategie om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen, want zij zijn gevoelig voor schommelingen in de brandstofprijzen. Lagere energiekosten kunnen de inflatiedruk temperen en de Federal Reserve extra beleidsruimte geven. Politiek gezien zijn dit ook argumenten om de meerderheid in het Congres te behouden bij de tussentijdse verkiezingen.
Een langetermijnstrategie
Meer dan een kortstondige mediastunt is deze interventie een actie op lange termijn. Door de gigantische oliereserves in handen te krijgen, verstevigen de VS hun dominante positie op het Amerikaanse continent en wereldwijd. Daarmee positioneert Trump het ‘Made in USA’-label als sterke concurrent tegen regio’s als Europa of Japan, die juist lijden onder hoge energiekosten.
Krachtenveld en technologische dynamiek
De controle over Venezuela is ook een manier om China, de grootste consument en investeerder in Venezolaanse olie, het hoofd te bieden. Deze ontwikkelingen geven Amerika een duurzaam concurrentieel voordeel qua energie, cruciaal voor investeringen in artificiële intelligentie en datacenters die de economie voortstuwen. Tegelijk verzwakt Washington de OPEC – Venezuela is stichtend lid – en beperkt het de invloed van rivalen (Rusland, China) op de wereldolieprijzen en hun olie-inkomsten.
Een nieuw tijdperk van Amerikaanse groei?
De Amerikaanse interventie in Venezuela markeert een omslagpunt voor het ‘America First’-beleid, door de bescherming van de binnenlandse markt te combineren met geopolitieke macht. Als deze strategie slaagt, kunnen de Amerikaanse financiële markten en bedrijven er sterker uitkomen. Wij blijven belegd in Amerikaanse activa in al onze gespreide fondsenportefeuilles, maar houden de waarderingen goed in de gaten.