Analyse
Waarom wakkert de inflatie niet aan? 6 maanden geleden - woensdag 13 december 2017
Verwacht werd dat in 2017 de inflatie zou aantrekken, maar ondanks de gunstige conjunctuur en de volledige tewerkstelling in bepaalde landen, blijft de inflatiedruk beperkt.

Hoe dan ook, de beperkte inflatie is goed nieuws voor de centrale banken, die zo over voldoende manoeuvreerruimte blijven beschikken om hun monetair beleid te normaliseren. Verwacht u dus in 2018 nog niet aan een forse stijging van de rentevoeten, en het zal dus ook nog een tijd duren alvorens obligaties opnieuw interessant worden. Voorlopig blijft u ze beter mijden en zoekt u uw beleggersgeluk beter op de aandelenbeurzen, die garen zullen blijven spinnen bij de gunstige monetaire en conjuncturele situatie. Ook in onze evenwichtige portefeuille beleggen we een stevige portie in aandelen.

Olieprijs belangrijke oorzaak

Een eerste element dat de blijvend lage inflatiedruk kan verklaren, is de evolutie van de olieprijs. Die olieprijs is al laag sinds eind 2014 en zou dit jaar terug opveren, samen met de versnelling van de wereldwijde groei en de heropleving van de vraag. Maar dat gebeurde niet en de prijs voor een vat ruwe olie bleef altijd dicht in de buurt van de 60 USD, t.o.v. nog meer dan 100 USD in het 1ste halfjaar van 2014. Dat heeft alles te maken met schalieolie en schaliegas uit de VS, die het klassieke olieaanbod beconcurreren en die het energielandschap grondig hebben hertekend.

Ondanks het productiebeperkingsakkoord tussen de OPEC en Rusland, dat van kracht werd in 2016 en alvast tot eind 2018 werd verlengd, blijft de olieprijs vrij stabiel. Toch is die olieprijs niet de enige verklaring voor de zwakke inflatie, want ook zonder energie blijft die beperkt.

Hogere lonen laten op zich wachten

Een stijging van de lonen was ook een factor die de inflatiedruk zou voeden in 2017, maar ook hier werden de verwachtingen niet ingelost. Zelfs in landen die kunnen bogen op een situatie van volledige tewerkstelling, zoals de VS, Japan of Duitsland, bleven de loonstijgingen beperkt.

Volledige tewerkstelling betekent ook niet noodzakelijk schaarste aan arbeidskrachten. Zo keren veel Amerikanen vandaag terug naar de arbeidsmarkt, nadat ze hem in volle crisis hadden verlaten, omdat de context nu gunstiger is. In Japan is er wel schaarste aan binnenlandse arbeidskrachten maar die leidt evenmin tot forse loonstijgingen doordat de beroepsbevolking zich vrij passief toont en geen harde eisen stelt.

Diezelfde passiviteit zien we ook terug in andere landen. De crisis heeft de macht van de vakbonden aangetast en de werknemers hechten in verhouding meer belang aan werkzekerheid dan aan hogere lonen. In Duitsland bijvoorbeeld, blijft de roep om gevoelige loonsverhogingen beperkt tot de meest dynamische sectoren waar ook de vakbonden nog machtig staan en die goed gewapend zijn om de concurrentie aan te gaan op internationale schaal.

De hoge vlucht van de wereldwijde handel heeft immers de concurrentie tussen bedrijven, producten en werknemers aangescherpt. Tot slot remmen de groeilanden (lage lonen) op wereldschaal toch nog altijd de loon- en prijsstijgingen af.

Neerwaartse prijsdruk door digitale revolutie

Een laatste element dat de stijging van het algemene prijsniveau afremt, is de digitalisering van de economie. De prijzen voor technologische producten (o.a. elektronica) gaan continu in dalende lijn en hebben dus een rechtstreeks milderend effect op de inflatie.

Maar ook onrechtstreeks remt de digitale revolutie het inflatiepeil af, vooral door de concurrentie aan te wakkeren. Bedrijven zoals Uber, Airbnb en Amazon dwingen historische spelers in hun sectoren (vervoer, logies en retail) tot niet al te hoge verkoopprijzen. De jobs die gecreëerd worden door die spelers van de digitale economie zijn voor het merendeel minder goed verloond, en dragen algemeen bekeken bij tot loonmatiging.

Die loonmatiging wordt ook in de hand gewerkt door de toenemende automatisering. Arbeidskrachten in westerse industrielanden moeten als het ware niet alleen concurreren tegen hun collega's uit groeilanden, maar ook tegen robots.

Tot slot zorgt de digitalisering van de economie ook voor productiviteitswinst (lees: hetzelfde produceren tegen lagere kosten) en tempert ze ook op die manier de inflatiedruk.

Inflatiespook slaapt maar wordt wel weer wakker

De digitalisering zal ook de komende jaren de inflatiedruk blijven afremmen. De "houdbaarheidsdatum" van de loonmatiging en van de lage energieprijzen lijkt echter beperkter. Naarmate de situatie op de arbeidsmarkt verder blijft verbeteren, zullen de lonen vroeg of laat aantrekken, al is het maar voor die profielen waarnaar de vraag het grootst is.

Ook het onevenwicht op de internationale oliemarkten zal geleidelijk verdwijnen en het aanbod zal minder snel toenemen dan de vraag. Toch zal het nog een poos duren alvorens de lonen en olieprijzen de inflatie omhoogstuwen. Die zal naar verwachting ook in 2018 nog beperkt blijven.

Deel dit artikel