Analyse
De Japanners schonken met een ruime meerderheid een derde mandaat aan Shinzo Abe 8 maanden geleden - woensdag 8 november 2017
Zo zal hij zijn hervormingen kunnen verderzetten. Is dit goed nieuws?
De Japanners schonken met een ruime meerderheid een derde mandaat aan Shinzo Abe

De Japanners schonken met een ruime meerderheid een derde mandaat aan Shinzo Abe

Maar zal dit hervormingsbeleid, dat hij al sinds 2012 voert, dit keer wel zoden aan de dijk zetten? We betwijfelen het helaas...
Beleg niet in Japan, noch in obligaties, noch in aandelen.

Herverkiezing van Shinzo Abe

In een context waarin de spanning tussen Japan en Noord-Korea te snijden is, en waarin China steeds meer uitpakt met zijn buitenlandse invloed, hadden de Japanners de keuze tussen een onpopulaire eerste minister wiens hervormingen niet het verhoopte resultaat opleveren, of een hopeloos verdeelde oppositie.

Zonder veel verwachtingen kozen ze dan maar voor de continuïteit van Shinzo Abe en schonken ze hem een derde mandaat, met een 2/3 meerderheid in het lagerhuis van de "kokkai". Dat moet hem in staat stellen om zijn "Abenomics" rond drie strategische "pijlen" voort te zetten: met name het monetair beleid, het fiscaal beleid en de hervormingen die nodig zijn voor een relance van het land.

Van die drie pijlen was de monetaire tot dusver de efficiëntste. Hij droeg immers bij aan de terugkeer naar economische groei en hij hielp Japan uit de deflatie. Op fiscaal vlak bleven de begrotingstekorten elkaar evenwel opvolgen. Sinds 2012 klokten die gemiddeld af op 6,8% van het bbp en steeg de overheidsschuld van 215 naar 233% van het bbp.

Het optrekken van de btw in 2014 van 5 naar 8% moest het begin inluiden van een sanering, maar plaatste vooral een domper op de vraag vanwege de gezinnen en duwde het land in een recessie. Het valt te vrezen dat een verdere btw-verhoging van 8 naar 10% (verwacht voor oktober 2019) hetzelfde resultaat zal hebben.

En wat de derde pijl betreft, kwamen er nog geen hervormingen die de veroudering van de bevolking aanpakken en blijft er nog heel veel werk om een aantal grote activiteitssectoren (o.a. energie, gezondheidszorg en landbouw) open te stellen voor buitenlandse concurrentie.

Verderzetting van de monetaire politiek

De financiële markten reageerden erg positief op de herverkiezing van Abe, vooral omdat ze nu zeker weten dat het erg flexibele monetaire beleid zal worden voortgezet. Onder gouverneur Haruhiko Kuroda streeft de Bank of Japan naar een (nog altijd illusoire) inflatiedoelstelling van 2% en naar een rente van 0% op overheidsobligaties op 10 jaar.

Kuroda gelooft onvoorwaardelijk in een ultraflexibele monetaire koers en kondigde al aan dat hij van plan is om op die weg voort te gaan. De Bank of Japan zal dus alomtegenwoordig blijven en een brede waaier van financiële activa blijven opkopen, zowel op de obligatie- als op de aandelenmarkten.

Dat heeft drie gevolgen. Het ondersteunt kunstmatig de koersen van Japanse activa. Het plaatst een rem op de volatiliteit door beleggers een (kunstmatig) veiligheidsgevoel te geven. En het houdt de Japanse yen ondergewaardeerd t.o.v. de euro en de dollar op een moment dat de Fed al werk maakt van monetaire verstrakking en de ECB er zich langzaam op voorbereidt.

Die onderwaardering voedt de inflatie (ingevoerde producten worden duurder), het stimuleert de winsten die Japanse bedrijven in het buitenland maken (wanneer ze terug omgezet worden naar yen), en het bezorgt de exportbedrijven een concurrentievoordeel (goedkoper voor het buitenland). Al boet dat laatste voordeel aan belang in doordat de Japanse industrie steeds meer haar toevlucht zoekt tot productie elders in Azië door de vergrijzing van de bevolking, de schaarste aan gekwalificeerde arbeidskrachten, en de hogere arbeidskosten in eigen land.

Betere beleggingsbestemmingen te vinden

De rentevoeten op Japanse overheidsobligaties (0% op 10 jaar, 0,3% op 15 jaar) zijn niet alleen negatief in reële termen, ze zijn ook onverzoenbaar met een overheidsschuld van 230% van het bbp en begrotingstekorten die regelmatig de 5% overschrijden, met een land waar de economische groei beperkt blijft en waar de vergrijzing slecht nieuws is voor de houdbaarheid van de schuld in de toekomst.

Op de Japanse beurs stuwden de herverkiezing van Abe, de voortzetting van het ultraflexibele beleid van de centrale bank, en de goede wereldconjunctuur de aandelenkoersen naar niveaus die sinds heel lang niet meer gehaald werden (wel nog onder de piekniveaus van eind de jaren 1980).

Diverse factoren nopen ons echter tot voorzichtigheid.

– Ten eerste bleken de "pijlen" op de boog van Abe sinds 2012 nog maar zelden voltreffers (in sommige gevallen, zoals bij de btw-verhoging, zelfs regelrechte missers).

– Ten tweede is er op hervormingsvlak nog heel veel werk aan de winkel en vrezen we dat de Japanse binnenlandse markt niet in staat is om de rol van echte groeimotor te spelen.

– Ten derde blijven de rendementen die de Japanse beursgenoteerde bedrijven bieden, de laagste van alle beurzen die we volgen. Die bedrijven hebben wel voldoende cashreserves maar ze zijn erg weigerachtig om hun aandeelhouders daarin mee te laten delen (via dividenden en inkoop van eigen aandelen). We laten de beurs van Tokio dan ook voor wat ze is.

Deel dit artikel