Analyse
Kranige euro niet zonder gevolgen! 3 maanden geleden - dinsdag 5 september 2017
Door het sterke vormpeil van onze eenheidsmunt verloren beleggers in euro op de internationale beurzen 0,3% in augustus en 0,6% sinds begin juli.
Kranige euro niet zonder gevolgen!

Kranige euro niet zonder gevolgen!

Over de eerste 8 maanden van dit jaar klokt hun rendement af op 2,9%, terwijl overheidsobligaties uit de eurozone met looptijden van 7 tot 10 jaar zowat 0,8% opleverden.

Valutamarkten

Begin juli moest er 1,14 dollar worden neergeteld voor 1 euro, maar onze eenheidsmunt steeg verder door en brak voor het eerst sinds januari 2015 door de grens van 1,20 USD. De verklaring daarvoor ligt o.a. bij de terugkeer van politieke rust in Europa, met de meer dan waarschijnlijke herverkiezing van Merkel op 24 september, maar ook bij de economische groei die aantrekt en die er de ECB toe aanzette om haar monetair beleid bij te sturen na 2017.

In de VS daarentegen blonk Trump vooral uit in misstappen, zowel politiek als communicatief. De beleggers vragen zich dan ook steeds luider af in welke mate de Amerikaanse president zijn verkiezingsprogramma (fiscale hervorming, investeringen in infrastructuur) zal kunnen realiseren. Daarnaast blijft ook de inflatie erg beperkt, ondanks een arbeidsmarkt die quasi op volle toeren draait. Dat doet de Fed twijfelen over de koers die ze best vaart.

De dollar is inmiddels gedaald tot zijn evenwichtswaarde t.o.v. de euro en de Amerikaanse economie doet het goed.
U mag 10% van uw portefeuille in Amerikaanse aandelen blijven beleggen.

De euro klom ook hoger t.o.v. het Britse pond. Begin juli was 1 euro slechts 88 pence waard, vandaag is dat 92 pence en het pond sterling blijft neerwaarts gericht. De reden daarvoor ligt o.a. bij de brexitonderhandelingen die zich vast lijken te rijden. Vijf maanden na aanvang is er nog (bijna) niets bekend over de uitstapmodaliteiten en over hoe de relatie tussen het VK en Europa er moet gaan uitzien na maart 2019. Op zijn huidige niveau is het pond ondergewaardeerd t.o.v. de euro.
Blijf 15% van uw portefeuille besteden aan Britse aandelen. Geef daarbij de voorkeur aan de multinationals uit de FTSE 100-index.

Tot slot verloor ook de Zwitserse frank terrein t.o.v. de euro. Het uiterst flexibele monetaire beleid van de Zwitserse centrale bank, die haar leidend rentetarief handhaafde op 0,75% (fluctuatiemarge tussen -1,25 en -0,25%) weegt op de frank, zeker nu men zich elders opmaakt om een begin te maken met monetaire normalisatie. Begin juli moest er nog 91 eurocent neergeteld worden voor 1 CHF, vandaag is dat maar 87 cent.
Ondanks zijn terreinverlies blijft de frank overgewaardeerd, wat weegt op de aantrekkingskracht van Zwitserse activa. Niet kopen.

Obligatiemarkten

In Europa rechtten de rentevoeten even de rug in juli, maar uiteindelijk haalde de voorzichtigheid van de ECB ze weer omlaag en sloten ze de zomer af op ongeveer dezelfde niveaus als waar ze die begonnen waren.

In de VS daarentegen daalde de 10-jaarsrente van 2,3 naar 2,1%. In afwachting van de fiscale hervorming van Trump en van bijkomende stimuleringsmaatregelen voor de economie, blijft de inflatie beperkt, en gezien de behoedzaamheid van de Fed, hebben de obligatiebeleggers hun verwachtingen neerwaarts bijgesteld.

Grote sectorale verschillen

De nog altijd extreem lage rentevoeten voeden de hoge waarderingsniveaus op de aandelenmarkten, maar de prestaties verschillen sterk van sector tot sector. Het voortdurend verder uitstellen van een monetaire verstrakking speelt niet in het voordeel van de financiële aandelen, die aanvankelijk waren opgeveerd door de hoop op hogere rentevoeten (wat hen grotere rentemarges biedt). Sectoren met een hoge schuldenlast, zoals de nutsdiensten, profiteren dan weer van diezelfde situatie, ondanks bedrijfsresultaten die vaak onder de verwachtingen bleven.

De Europese utilities (+4,7% in augustus) hadden het de voorbije jaren niet onder de markt (zwakke conjunctuur, hoge schuld, energietransitie, enz.) maar klommen sinds begin 2017 al 12,6% hoger dankzij de betere conjunctuur. Engie (+15,2% sinds begin dit jaar) blijft onze favoriet. Onder impuls van de Amerikaanse beursreuzen (Apple, Amazon, Alphabet) deden de technologiewaarden nog beter, met een stijging van 13,2% sinds begin 2017.

Bij de slechtste leerlingen van de klas vinden we dan weer de energiesector, die sinds begin dit jaar een verlies van 15,7% moet slikken. De wereldwijde vraag naar olie lijkt sneller toe te nemen dan verwacht, maar er blijft een overaanbod en het OPEC-akkoord om de productie te beperken tot in maart 2018 wordt alsmaar meer met de voeten getreden.

Enkel de mediasector boerde nog slechter, door ontgoochelende resultaten en vooruitzichten van bedrijven uit de sector, o.a. doordat de grote distributeurs in hun reclamebudgetten snoeien en ook door de toenemende concurrentie van online contentaanbieders.

De Amerikaanse distributiesector tot slot (-2,7% in augustus) verloor terrein door de initiatieven van Amazon (overname Whole Foods) en van Wal-Mart (alliantie met Google Express), die een prijzenoorlog in het vooruitzicht stellen in de VS. Ahold Delhaize, dat sterk is blootgesteld aan de VS, verloor opnieuw 13,5% in augustus.

Deel dit artikel