Analyse
Op Europees niveau werd een pakket maatregelen genomen in de aanloop naar de oprichting van een Europese bankenunie 6 maanden geleden - woensdag 5 juli 2017
Maar zodra er problemen opduiken is er van solidariteit nog altijd weinig sprake...
Op Europees niveau werd een pakket maatregelen genomen in de aanloop naar de oprichting van een Europese bankenunie

Op Europees niveau werd een pakket maatregelen genomen in de aanloop naar de oprichting van een Europese bankenunie

Hoewel veel Europese banken echt inspanningen leveren om hun balans te verstevigen, boezemen de recente gebeurtenissen de aandelenbeleggers niet meteen vertrouwen in. De banken bij ons richtten zich na de crisis op minder risicovolle activiteiten. En als een bank toch failliet zou gaan, weet dan dat u als spaarder dankzij de depositogarantieregeling uw centen terugbetaald krijgt tot 100.000 euro per persoon en per bank.
De aandelen uit de banksector zijn goedkoop, maar door de gebrekkige zichtbaarheid geven we geen koopadviezen, met uitzondering van de Zwitserse bank UBS. Wat de overige aandelen uit deze sector betreft, raden we u aan om te HOUDEN.

 

Spanje / Italië: de ene redding is de andere niet

De Europese bankensector heeft moeilijke weken achter de rug. Na de waarschuwing van de ECB dat het Spaanse Banco Popular aan de rand van het faillissement stond, werd die bank voor een symbolische euro overgenomen door Santander. Dat gebeurde volgens de regels. De aandeel- en obligatiehouders zagen hun kapitaal in rook opgaan, maar er kwam geen overheidsgeld aan te pas.

In Italië moesten kort daarna Veneto Banca en Banca Popolare di Vicenza ontmanteld worden. De gezonde activiteiten van beide banken worden ondergebracht bij Intesa Sanpaolo, Italië's meest solide bank. Die zal 3,5 miljard EUR staatssteun krijgen om haar solvabiliteitsratio's op peil te houden, 1,3 miljard voor de herstructureringskosten, en 1,5 miljard aan staatswaarborgen. Daar komt nog 1,9 miljard aan belastingkredieten bovenop. De probleemactiviteiten (dubieuze kredieten) worden afgesplitst in een door de overheid gewaarborgde "bad bank".

Alles bij mekaar zou het prijskaartje voor de 2 bankenreddingen kunnen oplopen tot 17 miljard EUR. Om de operatie te rechtvaardigen, wijst Rome op het belang van de 2 banken voor de regionale economie en op het besmettingsgevaar naar andere banken. De "Single Resolution Board", het Europees orgaan dat beslist over de afwikkeling van problemen met wankele banken (redden of ontmantelen + wie betaalt?), stak zich weg achter het feit dat het gaat om twee kleine banken, waardoor de Italiaanse wet op faillissementen van toepassing kan zijn, al blijft het de vraag hoe andere banken zullen denken over de forse subsidie voor Intesa Sanpaolo.

 

Stresstests: maat voor niets?

De recente bankenreddingen plaatsen vraagtekens bij de stabiliteit van het Europese financiële systeem en bij de werking van de diverse instanties en toezichthouders. De ECB (sinds eind 2014 de toezichthouder voor grote banken) lanceerde wel telkens een waarschuwing, maar we kunnen er niet omheen dat die rijkelijk laat komen, als het kalf al bijna verdronken is.

Nog zorgwekkender is het feit dat er in het geval van Banco Popular ook vraagtekens rijzen rond de efficiëntie van de fameuze stresstests. Uit de recentste resultaten van die bank, gepubliceerd eind juli 2016, bleken nog "normale" solvabiliteitsratio's. Als diezelfde bank nog geen jaar later gered moet worden, is het maar de vraag hoe het echt met de gezondheid van veel andere banken is gesteld. Meteen komt het (beleggers)vertrouwen in de hele sector op de helling te staan…

 

Bankenunie doodgeboren kind?

De Italiaanse bankenreddingen geven ook de droom van een Europese bankenunie een knauw. Het idee daarachter was dat er één toezichthouder zou komen die in staat is de soliditeit van het systeem en de goede werking van de markt te garanderen, dat de risico's gespreid zouden worden (gedeeld door de verschillende lidstaten) en vooral ook dat belastingbetalers nooit meer banken zouden moeten redden (risico's gedragen door de sector zelf). Landen die misschien geneigd waren om zich toch in die richting te engageren, zullen dat nu nog minder snel gaan doen als ze zien dat de SRB en de Commissie hebben ingestemd met de twee reddingsoperaties met behulp van overheidsgeld. Als de bankenunie al enige kans op slagen wil maken, dan zullen de regels strenger moeten, met minder manoeuvreerruimte voor nationale autoriteiten.

 

Iedereen gelijk?

De bankenreddingen, maar ook de herkapitalisatie van Monte dei Paschi, tonen aan dat de link tussen de bankensector en overheidsgeld nog lang niet is doorgeknipt. Met een schuld die geraamd wordt op 133% van het bbp, kan Italië het zich eigenlijk amper veroorloven om geld in zijn banken te pompen, en toch doet Rome dat wel.

De Italiaanse economie groeit amper, waardoor het probleem van de dubieuze kredieten nog jarenlang zal aanslepen en het land op termijn zuur dreigt op te breken. Nu is daar nog niet veel van te merken, ook niet op de obligatiemarkten, maar de ECB blijft dan ook tegen een hoog tempo Italiaans schuldpapier opkopen. De Italiaanse rente op 10 jaar klom hoger, maar ligt nog altijd maar net boven de 2%. Vroeg of laat zal de ECB echter gas terug moeten nemen, en dan dreigt het onprettig ontwaken te worden voor houders van Italiaans schuldpapier.

De zaak plaatst ook vraagtekens bij de gelijkheid van de lidstaten voor de Europese spelregels: de carte blanche voor Rome komt er amper 3 maanden na de moeizame herkapitalisatie van Novo Banco in Portugal. De grote landen blijven een voorkeursbehandeling genieten, zowel m.b.t. de redding van banken (Italië) als het naleven van de begrotingsregels (Frankrijk).

Deel dit artikel