Analyse
De olieprijs neemt amper toe! 5 maanden geleden - woensdag 28 juni 2017
Welke gevolgen heeft dit voor uw beleggingen?
De olieprijs neemt amper toe!

De olieprijs neemt amper toe!

De komende kwartalen zal olie relatief goedkoop blijven. De centrale banken behouden voldoende manoeuvreerruimte om hun flexibele monetaire koers voort te zetten of om werk te maken van een geleidelijke monetaire normalisatie. Voor beleggers houdt die afwezigheid van overmatige inflatiedruk op wereldschaal in dat ze zich niet moeten verwachten aan een forse stijging van de rentevoeten. Het zal dus nog geruime tijd duren vooraleer de obligatierendementen opnieuw aantrekkelijk worden.
Aandelen blijven dan ook de interessantste activaklasse op dit moment. We besteden er nog altijd 65% van onze evenwichtige portefeuille aan.
In de oliesector vinden we Chevron, Exxon en Repsol koopwaardig.

 

Historisch akkoord mislukt?

Doordat de olieprijs begin 2016 was gezakt naar een dieptepunt van 30 USD per vat, zagen veel olieproducenten die sterk afhankelijk zijn van het zwarte goud financieel ook zwarte sneeuw. Zo liet Saoedi-Arabië, dat gewoon is van in overvloed te leven, in 2016 een begrotingstekort van 16,9% van zijn bbp optekenen.

Geleidelijk werd duidelijk dat een gecoördineerde aanpak nodig was om het overaanbod terug te dringen en de olieprijzen een hart onder de riem te steken. Na maanden van onderhandelen bereikten de OPEC, Rusland en 10 andere landen op 30 november 2016 een historisch akkoord om hun gezamenlijke productie gedurende zes maanden met 1,8 miljoen vaten per dag terug te dringen.

De olieprijs veerde aanvankelijk op, maar bleef toch al vrij snel weer hangen rond een niveau van 55 USD per vat. En de voorbije weken, ondanks een verlenging van de productiebeperking tot maart 2018, verloren de olieprijzen zelfs opnieuw terrein.

Het duurt lang om het onevenwicht tussen aanbod en vraag weg te werken, niet zozeer omdat de vraag te zwak is (die wordt ondersteund door het wereldwijde economisch herstel), maar vooral doordat het aanbod weer toenam doordat andere producenten weer meer olie oppompen.

 

VS is grote spelbreker

In 2015 diende de daling van de olieprijs de Amerikaanse oliesector rake klappen toe. Meerdere kwetsbare producenten moesten hun activiteiten staken, terwijl de grotere spelers drastisch in hun kosten moesten snoeien om te overleven. Maar zodra de olieprijzen weer aantrokken, schoot ook de ontginning van schalieolie (rendabel vanaf een prijsniveau van 45 USD per vat) opnieuw de hoogte in.

In mei 2016 waren er maar 316 actieve olieputten meer, recentelijk klokte dat aantal af op 747. Sinds het dieptepunt in de zomer van 2016 nam de productie in de VS al met bijna 1 miljoen vaten per dag toe. Tegelijk nam ook de productie van Libië en Nigeria fors toe, twee leden van de OPEC, die echter niet gebonden zijn door de productiebeperking vanwege binnenlandse problemen.

Dat alles resulteerde uiteindelijk in een stijging van het aanbod met bijna 1,5 miljoen vaten op jaarbasis, ondanks het akkoord. Volgens een recent rapport van het Internationaal Energieagentschap zal het evenwicht tussen vraag en aanbod pas in de tweede helft van 2018 hersteld worden.

 

Huidig prijsniveau stemt velen tevreden

De inspanningen van de OPEC maakten het dus niet mogelijk om de beoogde doelstellingen te halen, of toch minder snel dan verhoopt. Anderzijds is de productiebeperking ook geen totale mislukking. Ze voorkwam immers een instorting van de olieprijs, en zelfs na de daling van de voorbije weken blijft het prijsniveau nog altijd een heel eind boven de 30 USD van begin 2016.

Bovendien kunnen meerdere partijen best genoegen nemen met een prijsniveau rond de 50 dollar, zoals we dat het voorbij jaar zagen. Producenten die rekenen op de oliedollars, zoals Saoedi-Arabië, kunnen immers hun financiële gezondheid weer opkrikken, en de stijging van de olieprijzen was ook voldoende groot om de productie en de investeringen in de Amerikaanse energiesector opnieuw aan te wakkeren.

Anderzijds was ze niet dermate groot dat ze de olieverbruikende landen (en bij uitbreiding de gewone consument) keihard raakte. Zo blijft het herstel in Europa, en i.h.b. de binnenlandse vraag, gevrijwaard doordat de energiefacturen niet de pan uitswingen. En voor de centrale banken, tot slot, voorkomt de stabilisatie van de olieprijs scenario's waarin de inflatie buitensporig zou aantrekken. 

Deel dit artikel