Analyse
In België klokte de inflatie af op 2,97% in februari. Slecht nieuws voor uw spaarcenten? 1 jaar geleden - woensdag 8 maart 2017
Niet noodzakelijk. De voorbije 10 jaar behaalde onze evenwichtige typeportefeuille een gemiddeld rendement van 5,6%!

Voor heel 2017 mikt men voor België op een inflatie van 1,80%, wat meer is dan het rendement op spaarrekeningen en obligaties en wat de afwezigheid van obligaties in onze typeportefeuilles verklaart. Onze evenwichtige portefeuille geeft de voorkeur aan aandelenfondsen (60%) en vastgoedfondsen (10%), die op termijn wel nog rendementen moeten kunnen halen die uitstijgen boven de inflatie. Voor het risicoloze gedeelte kiezen we voor spaarverzekeringen (20%), al gaat ook het rendement van die producten in dalende lijn. Parkeer enkel uw veiligheidsbuffer voor onvoorziene uitgaven nog op een spaarrekening (10%) en opteer met de rest van uw centen voor gediversifieerde beursbeleggingen.
Voor meer details, raadpleeg onze strategie.

 

Inflatie niet alleen te wijten aan hogere olieprijs

De inflatie zit in de lift in de meeste ontwikkelde landen. Zo bedraagt ze 2% in de eurozone, 1,8% in het VK, en 2,5% in de VS. Enkel in Japan (0,4%) blijft ze erg zwak, al is er ook daar een stijging t.o.v. de -0,5% in augustus 2016.

De inflatiestijging is voor een groot deel te verklaren doordat de prijs voor een vat ruwe olie de voorbije 12 maanden met 60% is gestegen, maar ook zonder energieprijzen is de inflatie gestegen tot 1,2% in de eurozone (t.o.v. 0,7% in april). Het prijzenpeil stijgt namelijk niet alleen in de olie- en grondstoffensector, maar voor zowat alle goederen in hun totaliteit.

Zo vielen tussen augustus 2011 en augustus 2016 de productieprijzen (= prijzen voor goederen en diensten die door de producenten aan groothandelaars worden aangerekend) in China met ruim 10%. In januari daarentegen vertoonden ze een stijging van 6,9% op jaarbasis.

 

Gevolgen van de inflatie kunnen verschillen van land tot land

De impact van een hogere inflatie hangt af van de aard van de inflatiedruk, maar ook van de economische conjunctuur. Een inflatie die voortvloeit uit een stijging van de grondstoffenprijzen, houdt in dat een deel van de rijkdom van de consumenten in ontwikkelde landen naar de grondstoffenproducerende landen elders ter wereld vloeit. Ze weegt op de koopkracht van de gezinnen en op de bedrijfswinsten, en is dus slecht nieuws voor de ontwikkelde economieën. Ook de inflatie afkomstig van producenten die in China of in andere groeilanden gevestigd zijn, is nefast. Maar ongeacht de aard van de inflatie, zijn de gevolgen ervan ook afhankelijk van het conjuncturele vormpeil.

In periodes van volledige tewerkstelling kan een stijging van de lonen tegengewicht bieden voor hogere prijsniveaus en op die manier de koopkracht van de gezinnen en de binnenlandse vraag intact houden. Maar die volledige tewerkstelling is er niet overal: wel in de VS, Japan en het VK, maar niet in de eurozone. De spanning op de arbeidsmarkt duwt de uurlonen dan ook omhoog in de VS (+2,5% op jaarbasis) en in het VK (+1,7%), wat de impact van de inflatie compenseert. Japan is een geval apart: de jarenlange deflatie heeft er de lonen geblokkeerd, en de bedrijven blijven weigeren om ze op te trekken, ondanks de schaarste aan arbeidskrachten. In Europa, waar de werkloosheid nog altijd 9,6% bedraagt, bevinden werknemers zich niet in een positie om hard op tafel te slaan over hun loon. Die lonen stijgen trouwens minder snel (+1,6%) dan de inflatie. Spanje spant op dat vlak de kroon: de werkloosheid is er erg hoog (18,2%), de stijging van de lonen bedraagt er slechts 0,8%, terwijl de inflatie 3% bedraagt. Aan de andere kant vinden we Duitsland, waar de volledige tewerkstelling de lonen omhoogduwt (+2,4%), sneller dan de inflatie (2,2%). Die inflatie weegt dus vooral op de koopkracht in landen waar de werkloosheid hoog blijft (Spanje, maar ook de eurozone als geheel). Waar er wel sprake is van volledige tewerkstelling (VS en VK) houdt de stijging van de lonen de consumptiebestedingen van de consument op peil (behalve in Japan waar de binnenlandse vraag lijdt onder de bevriezing van de lonen).

De inflatiestijging is des te pijnlijker voor de eurozone en voor Japan omdat de stijging van de olieprijzen ook weegt op hun handelsbalans, terwijl brandstofproducerende landen zoals het VK en de VS net garen spinnen bij de heropleving van de energiesector. De heropleving van de inflatie bevestigt dan ook onze voorkeur voor de beurzen van Londen en New York.

Deel dit artikel