Analyse
Het Verenigd Koninkrijk zal ook de Europese eenheidsmarkt verlaten 11 maanden geleden - woensdag 18 januari 2017
Theresa May heeft meer toelichting gegeven over de Brexit. Zeven maanden na het referendum waarin de Britten kozen voor een EU-uitstap, stelt de Britse economie het voorlopig nog altijd goed.
Het Verenigd Koninkrijk zal de Europese eenheidsmarkt verlaten

Het Verenigd Koninkrijk zal de Europese eenheidsmarkt verlaten

Het VK zal niet enkel de Europese Unie verlaten maar ook de Europese eenheidsmarkt, alias een markt met zowat 450 miljoen consumenten. Doelstelling is om niet meer onderworpen te zijn aan het Europees Hof van Justitie en over meer manoeuvreerruimte te beschikken om handelsakkoorden te met andere partners te sluiten.

Het VK neemt hierbij een groot risico. Tot nog toe zetten buitenlandse investeerders namelijk vooral op het land in om voet aan wal te krijgen in de Europese Unie. Tegenwoordig zullen ze via hun investeringen echter voornamelijk profiteren van de binnenlandse markt en de toegenomen flexibiliteit van de arbeidsmarkt.

De groeicijfers dreigen terug te vallen maar wij blijven er vertrouwen in hebben dat de grote multinationals in staat zijn om flink wat winst te boeken. We raden u dan ook aan om 15% van uw fondsenportefeuille te beleggen in Britse aandelen.

Wat de individuele aandelen betreft, geef de voorkeur aan grote bedrijven daar zij minder zullen lijden onder de uitstap uit de Europese eenheidsmarkt en minder afhankelijk zijn van de binnenlandse markt.

 

Consument is de oplossing

Na het brexitreferendum vreesden velen dat het Verenigd Koninkrijk ten prooi zou vallen aan onzekerheid, waardoor bedrijven hun investeringen "on hold" zouden zetten en de consument de vinger op de knip zou houden. Die daling van de investeringen en van de consumptiebestedingen zou de economie in een recessie duwen.

Daar is voorlopig echter weinig van aan. Bedrijven zijn inderdaad terughoudend, maar de uitgaven van de consument vertonen een forse stijging. De voorbije twee jaar zijn de lonen en de koopkracht van de Britten gestegen.

Het hoge peil van de consumptiebestedingen is grotendeels te danken aan de toegenomen aankopen van duurzame consumptiegoederen (o.a. auto's). Wie vreest voor een verslechtering van de conjunctuur, steekt graag zijn geld in iets met min of meer blijvende waarde. Maar doordat veel Britten na het referendum vreesden voor een crisis, die er voorlopig niet is gekomen, hebben ze ook vertrouwen getankt en blijven ze lustig consumeren.

De forse daling van het pond t.o.v. de andere munten en de verwachte stijging van de inflatie (ingevoerde producten duurder) zouden het optimisme kunnen breken. Bovendien was de stijging van de gezinsuitgaven alleen mogelijk door een al even forse toename van het consumentenkrediet (boven de piekwaarden van vóór de crisis in 2008-09) en een uitholling van de spaarquote. Op termijn lijkt deze groei onder impuls van de consumptie dus niet alleen onhoudbaar, maar ook niet heilzaam voor het VK.

 

Beurs blijft hoge toppen scheren

Intussen blijft de beurs van Londen wel garen spinnen bij de goede conjunctuur. De FTSE All-Share-index, die de volledige Britse beurs omvat, klom 21% hoger in een jaar tijd, en al wordt die winst grotendeels weggeveegd door de koersval van het pond, in euro blijft er toch nog +4% over.

Achter dat cijfer verbergt zich echter een groot verschil tussen de prestatie van de FTSE 100, de 100 bedrijven met de grootste beurskapitalisaties in Londen, en die van de FTSE 250, de 250 kapitalisaties daarna. De eerste index won 23% op jaarbasis (+6% voor beleggers in euro door de daling van het pond met 14% t.o.v. de euro), terwijl de tweede slechts 10% hoger ging (-5% in euro).

Om dat verschil beter te begrijpen, moeten we naar de samenstelling van de indexen kijken. In de FTSE 100 bevinden zich vooral multinationals die in staat zijn om groeikansen te benutten waar ook ter wereld. Er steken veel bedrijven in die afhankelijk zijn van grondstoffen (mijnbouw, energie) en dus sterk hebben geprofiteerd van het herstel van de grondstoffenprijzen in 2016. Deze bedrijven noteren wel in Londen, maar zijn slechts beperkt afhankelijk van de Britse binnenlandse markt en zelfs van de evolutie van het pond.

Dat geldt veel minder voor de bedrijven in de FTSE 250, die doorgaans wel afhankelijk zijn van de economische situatie in het VK, die dus wel zullen lijden onder een vertraging van de consumptie, en die meer te verliezen hebben bij een ongunstige afwikkeling van de Britse uitstap uit de EU.

 

De beurs van Londen blijft een goede plek om een graantje mee te pikken van de groei van de wereldeconomie. Die kondigt zich vrij goed aan in 2017. Verkies grote Britse bedrijven.

– Wat fondsen betreft, beleg 15% van uw portefeuille in:

Wij raden u Threadneedle UK Equity Income aan, dat voor 75% in grote kapitalisaties belegt. De overige aandelen worden zorgvuldig geselecteerd door de beheerders, die het de voorbije jaren regelmatig beter deden dan de Londense beurs als geheel.

– Wat de individuele aandelen betreft, geef de voorkeur aan:

– Vodafone
De Britse telecomoperator realiseert 58% van zijn bedrijfsresultaat in de eurozone en slechts 9% in het VK. Zijn herstructureringsplan loopt ten einde en dankzij zijn overnames kan Vodafone nu zowat overal een sterk gecombineerd aanbod (mobiel, vast, internet, tv) aanbieden. Door de gedaalde investeringsbehoeften moet het nu ook sneller zijn schuld kunnen afbouwen.
– Rio Tinto
De Brits-Australische mijngroep heeft weer de wind in de zeilen dankzij het herstel van de grondstoffenprijzen. De productiviteit nam toe en de kosten blijven dalen. De koers heeft o.i. nog progressiemarge.

Deel dit artikel