Analyse
Mexico: het eerste slachtoffer van de verkiezingsoverwinning van Trump 1 jaar geleden - woensdag 30 november 2016
Het programma van Trump kan een ramp zijn voor Mexico, maar hij zal het nooit helemaal kunnen uitvoeren. Toch ontregelde de onzekerheid de financiële markten en de economie van Mexico.
Mexico: eerste slachtoffer van de verkiezingsoverwinning van Trump

Mexico: eerste slachtoffer van de verkiezingsoverwinning van Trump

Na een paar moeilijke maanden, en na het uitklaren van de relaties met de VS, heeft Mexico genoeg troeven om zijn ontwikkeling voort te zetten. Maar gezien de huidige onzekerheid vinden we de tijd nog niet rijp om in het land te beleggen. Raadpleeg bijgevolg onze typeportefeuilles en ontdek onze strategie.

Crisissen in het verleden

De vrees voor een nieuwe crisis in Mexico is des te groter omdat het land op dat vlak niet aan zijn proefstuk toe is. In augustus 1982 moest de Mexicaanse regering haar schuldverplichtingen opschorten en bevond Mexico zich dus in een situatie van wanbetaling. De schuld was sinds begin de jaren '70 fors aangezwollen, tot ze onhoudbaar werd. Dat veroorzaakte een diepe crisis die de groeilanden in hun totaliteit meezoog. De peso werd meermaals gedevalueerd en het land kampte met hyperinflatie. Tien jaar lang raakte Mexico niet uit het economisch moeras en de crisis ruïneerde de Mexicanen.

Pas begin 1994 bereikte het bbp per inwoner terug zijn niveau van in 1981, en dan stond er al een nieuwe crisis in de steigers. De "tequilacrisis" van 1994 was het gevolg van het slecht beheerde herstel van de Mexicaanse economie. Dankzij de macro-economische stabilisatie die mogelijk werd door de schuldherschikking van 1989 en het opgeven van de onhoudbare link tussen de peso en de dollar, stroomde er opnieuw buitenlands kapitaal binnen. Dat zorgde voor een boom van de investeringen en de consumptie, maar het duwde ook de schuldenlast en het handelstekort fors hoger. Er rezen twijfels over de financiële gezondheid van Mexico, en het land belandde opnieuw in een crisis.

Nafta zorgde voor 2 decennia ontwikkeling

Dankzij de North-American Free Trade Association (Nafta), die in werking trad op 1 januari 1994, kon de tequilacrisis snel worden overwonnen: in 1995 dook het Mexicaanse bbp nog 6,2% lager, maar in '96 en '97 spurtte het 5,1 en 6,8% hoger. Door de handelsbarrières tussen Canada, de VS en Mexico op te heffen, gaf het verdrag het handelsverkeer een boost.

Met dank aan zijn goedkope arbeidskrachten trok Mexico massaal bedrijven aan uit de VS en groeide het uit tot het industriële hinterland van zijn grote bovenbuur. Zo komt de helft van de rechtstreekse investeringen vanuit het buitenland uit de VS. En in 20 jaar tijd vervijfvoudigde de Mexicaanse export naar de VS.

Ook de toeristische sector profiteerde volop: van de 13 miljoen toeristen die jaarlijks in Mexicaanse luchthavens landen, hebben 7 miljoen de Amerikaanse nationaliteit. En ook van de 13 miljoen toeristen die Mexico met de auto aandoen, is het leeuwendeel Amerikaan.

Tot slot sturen de 12 miljoen Mexicanen die legaal in de VS verblijven samen met hun illegale landgenoten elk jaar zowat 25 miljard USD terug naar hun moederland.

Nafta bleek dus een zegen voor de Mexicaanse economie. Maar vandaag is Mexico compleet afhankelijk geworden van de VS (96% van de buitenlandse geldtransfers, 80% van de export, ruim 65% van de toeristen, en 50% van de investeerders zijn Amerikaans).

Het gevaar Donald Trump

Tijdens de campagne beloofde Trump dat hij de Nafta in vraag zou stellen en dat hij terug douanerechten zou invoeren om de Amerikaanse werkgelegenheid te beschermen. Ook de uitzetting van illegalen en het afsluiten van de Mexicaanse grens behoorden tot zijn plannen.

Sinds zijn overwinning heeft hij zijn discours al gemilderd (voor het herinvoeren van handelsbarrières zal hij ook geen meerderheid vinden in het Congres), maar voor Mexico is het kwaad al geschied. Sinds de verkiezing van Trump verloor de peso al 12% van zijn waarde t.o.v. de dollar, en over de voorbije 12 maanden ging de Mexicaanse munt al 25% bergaf.

Om de inflatie in te dijken en de peso te ondersteunen, moest de centrale bank meermaals haar leidende rente verhogen. Die steeg op 17 november tot 5,25%, t.o.v. 3% een jaar terug. En de monetaire verstrakking komt er net op een moment dat de economie door een dal gaat en eigenlijk nood heeft aan een rentedaling. De economische groei bedroeg slechts 2% in het 2de kwartaal, het laagste cijfer sinds de lente van 2014.

Ook de vooruitzichten voor de komende kwartalen zijn slecht. De stijging van de inflatie en de hoge rentestand wegen op de consumptie, de onzekerheid in de persoon van Trump weegt op de investeringen, en de financiële spanning noodzaakt de regering tot budgettaire strakheid. 

 

Deel dit artikel