Analyse
Hommeles tussen de ECB en de banksector 1 jaar geleden - dinsdag 21 juni 2016

Naarmate de negatieve rentevoeten steeds verder om zich heen grijpen, voelt de banksector zich afgestraft.

Banksector spon lange tijd garen bij situatie

De banken werden hard geraakt door de wereldwijde economische en financiële crisis en erna door de overheidsschuldencrisis in de eurozone. Maar tegelijk pompten zowat overal ter wereld landen miljarden aan belastinggeld in de sector om de meest kwetsbare banken te ondersteunen.

 

Daarnaast sprongen ook heel wat centrale banken in de bres, niet in het minst de ECB, die nog altijd bereid is om de sector overvloedige en goedkope financiering aan te bieden tegen extreem lage rentevoeten. In volle overheidsschuldencrisis, toen de Italiaanse en Spaanse rente bijna 7% bedroeg en de Belgische zowat 5%, bleef de ECB de banken financieren tegen een rente van nagenoeg 0%.

 

De bedoeling was dat de banken dat goedkope geld vervolgens zouden doorlenen aan overheden en ondertussen een mooi renteverschil op zak zouden steken. Zo zouden tegelijk de balansen van de banksector er beter gaan uitzien (met het oog op almaar strengere toezichtregels) en de financiering van de reële economie verzekerd zijn.

 

Vandaag stellen we vast dat de resultaten onder de verwachtingen bleven.

– de financiële situatie van de banksector baart almaar meer zorgen en de invoering van strengere soliditeitsregels werd uitgesteld (Basel III pas vanaf 1/1/2019);
– de economie kampt nog altijd met deflatiegevaar, en al is er opnieuw groei, die resulteert niet in een spectaculaire verbetering van de Europese arbeidsmarkt.

 

ECB stilaan concurrent van de gewone banken?

Het doorstromen van kapitaal via de banken verliep dermate stroef dat de ECB besliste om rechtstreeks tussenbeide te komen op de markt van de overheidsobligaties, en sinds kort ook op die van de bedrijfsobligaties. Maar door rechtstreeks in te grijpen op de markten, profileert de ECB zich als een concurrent van de commerciële banken.

 

Tegen 2019 moeten de banken hun solvabiliteitsratio optrekken naar 10,5% (8% eigen vermogen, 2,5% veiligheidsbuffer), waardoor ze over voldoende liquide en kwaliteitsvolle activa moeten beschikken. En op dat vlak is overheidsschuldpapier cruciaal daar het als risicoloos wordt beschouwd, waardoor de banken het in portefeuille kunnen houden zonder dat ze er voorzieningen moeten voor aanleggen. Overheidsobligaties vonden dan ook gretig aftrek (vooral Zuid-Europese: overheden moesten hogere rendementen bieden om zicht te financieren).
Maar nu een steeds groter deel van dat overheidspapier verhandeld wordt tegen negatieve rentevoeten, lopen de banken de mooie rentemarges van weleer mis.

 

Rendementen op bedrijfsobligaties in vrije val

Dat de ECB nu ook haar intrede maakte op de markt voor bedrijfsobligaties (die lange tijd ook mooie marges bood) stelt de banken allerminst gerust. Want ondanks de explosie aan uitgiften in euro de voorbije maanden zijn de rendementen op kwaliteitsvolle "corporates" in vrije val en doken ze recentelijk onder de 1%. En of het kapitaal van de ECB hier zoden aan de dijk zal zetten en de investeringen, de activiteit en de tewerkstelling zal stimuleren, is nog maar de vraag.

 

Gezien de vrij zwakke vraag is de kans groot dat de bedrijven van de situatie zullen profiteren door obligaties uit te geven om hun bestaande schulden goedkoop te herfinancieren, eigen aandelen in te kopen of hun dividend op te trekken. Temeer aangezien de ECB alleen obligaties opkoopt van kwaliteitsvolle bedrijven, zonder zich daarbij geografische beperkingen op te leggen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Amerikaanse bedrijven tekenen voor 30% van de uitgiften van bedrijfsobligaties in euro in 2016, met als gevolg dat de ECB niet alleen de rendementen op Europese bedrijfsobligaties naar omlaag haalt, maar ook die wereldwijd, en dat is weer slecht nieuws voor de banken.

 

Veel nadelen voor de banken...

Hierdoor raken de stabiele inkomstenbronnen van de Europese banken uitgehold en dit weegt op hun (al lage) rentabiliteit. Traditioneel lenen de banken zelf geld op korte termijn tegen lagere rentevoeten om het vervolgens uit te lenen op langere termijn tegen hogere rentevoeten. Op dat verschil, de zogenaamde netto intrestmarge, verdient de bank haar boterham, maar door het flexibele monetaire beleid van de ECB is dat verschil almaar kleiner geworden (1e kwartaal 2016: intrestmarge van 13 grootste Europese banken zakte met 2,5%, hun winsten met 20%).

 

De globale rentabiliteit van de sector blijft onder druk staan en het wantrouwen van de beleggers neemt toe. De problemen treffen zowel het vermogensbeheer (volatiele beurzen, banken strijken minder commissies op), de activiteiten als zakenbank, de verzekeringsactiviteiten, enz. Ook de internationalisering levert niet de verhoopte return op. En ook inzake tradingactiviteiten en het indekken van renteschommelingen hebben de zakenbanken het niet onder de markt (weinig inkomsten) doordat de rentevoeten zo laag zijn en de rentecontext weinig volatiel is, waardoor de banken een deel van hun commissielonen in rook zien opgaan.

 

Meer algemeen gaan, gezien de rentedaling op overheidsobligaties én kwaliteitsvolle bedrijfsobligaties, beleggers en banken op zoek naar een hoger rendement. Hiervoor kiezen ze activa die potentieel meer opleveren maar tevens riskanter zijn. Dat resulteert in een hogere risicoblootstelling voor beleggers en banken in hun totaliteit (= het omgekeerde van wat de autoriteiten na de financiële crisis voor ogen hadden).

 

… maar ook voordelen

Toch hebben de negatieve rentevoeten ook positieve gevolgen voor de banken.
– Aangezien lage rentevoeten betekenen dat de koersen van bestaande obligaties erg hoog zijn, realiseert de banksector mooie winsten op haar obligatieportefeuilles.
– Dankzij de lage rente zijn consumenten ook beter in staat om hun leningen af te lossen en daalt het aantal wanbetalingen, en bij uitbreiding dus ook de voorzieningen voor dubieuze kredieten die de banken in hun boeken moeten opnemen.
– Ook bevordert goedkoop krediet de gezinsconsumptie en de bedrijfsinvesteringen, wat de activiteit van de banken ondersteunt.

 

Sommige banken nemen ook zelf maatregelen door te snoeien in hun kosten via besparingsplannen en het sluiten van kantoren, door activiteiten af te stoten, enz. En ze geven ook meer en meer de voorkeur aan activiteiten die (vaste) commissies opleveren i.p.v. aan rente-inkomsten.

 

Deel dit artikel